In Japan voelen ze zich vooral machteloos

Japan

Voor de tweede keer in twee weken vloog vrijdag een Noord-Koreaanse raket op grote hoogte over Japan. Schuilen was een nutteloze actie die eerder de angst van de betrokkenen bevestigde dan hen veiligheid bood.

Burgers in Tokyo lopen voorbij een tv-scherm met daarop het nieuws over de Noord-Koreaanse raket die vrijdagochtend over Japan trok. Foto Reuters

Inwoners van noordelijk Japan hadden vrijdagmorgen nauwelijks de slaap uit hun ogen gewreven of de luchtalarmsirenes begonnen te loeien. Voor de tweede keer in twee weken weergalmde een langzaam pratende mannenstem over hun huizen om een Noord-Koreaanse raket aan te kondigen. Inwoners hadden enkele minuten om binnenshuis te gaan of een kelder in te vluchten.

Tegen de tijd dat de weinigen die hier gehoor aan gaven binnen waren, was de raket reeds op 770 kilometer hoogte – circa 370 kilometer hoger dan het Internationale Ruimtestation (ISS) – over Japan geraasd. Schuilen was een nutteloze actie die meer de angst van de betrokkenen bevestigde dan hen veiligheid bood.

Het leven ging daarom gewoon door, zelfs in de regio onder de route van de raket. „De overheid zei dat we moesten schuilen in een stevig gebouw, of ondergronds, maar dat hebben we niet hier. We hebben geen andere keuze dan niets te doen,” vertelde de 67-jarige Isamu Oya, een sushi-restauranteigenaar in Hokkaido aan Japanse media. „Eng? Ja, maar we kunnen er niets aan doen.”

Dat gevoel van hulpeloosheid moet Japanse premier Shinzo Abe ook gevoeld hebben. Deze laatste raket komt kort nadat de VN-Veiligheidsraad nieuwe sancties oplegde aan Noord-Korea. In een persconferentie na zijn terugkeer uit India, vrijdag, noemde Abe de lancering „absoluut onaanvaardbaar”. De VN-resolutie die Noord-Koreaanse textieluitvoer en olievoorziening naar het land verbiedt, zei hij, „toonde de eendrachtige sterke wil van de internationale gemeenschap voor een vreedzame oplossing. Maar desondanks heeft Noord-Korea opnieuw dit schandelijke gedrag vertoond.”

„Nu is het tijd dat de internationale gemeenschap verplicht zich te verenigen tegen de provocerende daden van Noord-Korea die de wereldvrede bedreigen. We moeten ervoor zorgen dat Noord-Korea begrijpt dat wanneer het deze weg blijft nemen, het geen mooie toekomst heeft.” Een zeldzaam dreigement van een Japanse premier. Maar Noord-Korea zei onlangs dan ook Japan in de zee te laten zinken.

‘Japan is geen vijand van Noord-Korea’

Veel experts geloven evenwel niet dat Noord-Korea redenen heeft om Japan aan te vallen. In een interview met dagblad The Japan Times zei Narushige Michishita, hoogleraar internationale betrekkingen in Tokio, deze week dat zolang er geen oorlog is op het Koreaanse schiereiland, Japan Noord-Korea niet hoeft te vrezen. „Ik geloof niet dat de risico’s voor Japan zijn toegenomen, zoals men onder het publiek in het algemeen ziet”, zei hij.

„De Noord-Koreanen zullen Japan niet als vijand beschouwen zolang Japan niet helpt Zuid-Korea te verdedigen. Ze willen eerder hun relatie met Japan normaliseren.” Noord-Korea benaderde Japan afgelopen maand inderdaad voor hulp, maar Japan is daar niet op ingegaan.

In plaats daarvan heeft Japan juist een diplomatieke aanval geregisseerd op Noord-Korea. Abe was deze week in India waar hij samen met premier Modi een verklaring aflegde dat de twee landen zullen samenwerken „om Noord-Korea te dwingen de recente agressieve handelswijze terug te draaien”.

Tegelijkertijd bezocht de Japanse minister van Buitenlandse Zaken, Taro Kono, vijf landen in het Midden-Oosten om er op aan te dringen de afgelopen maand aangenomen VN-resolutie te volgen die de verstrekking van visa verbiedt aan Noord-Koreanen. De vele duizenden Noord-Koreanen in het Midden-Oosten zijn een belangrijke bron van buitenlandse valuta voor Pyongyang.