Cultuur

Interview

Interview

Piet Sondervan in zijn kwallenkwekerij in Wormerveer.

Foto Peter de Krom

‘Is goed Piet, ga jij maar kwallen kweken’

Kwallen Je kunt hem de Kwallenman noemen. Piet Sondervan kweekt de beesten, die hij levert aan publieksaquaria en dierentuinen, maar ook aan restaurants – voor de sier.

Kwal. Door zijn gedragingen en optreden onsympathiek persoon. Zo sta je als holtedier dan in Van Dale. Kwallen zijn slecht nieuws. Ze steken, sommige soorten zijn zelfs dodelijk. Ze kunnen een mooie stranddag verpesten of verstoppen de watertoevoer van energiecentrales. De aaibaarheidsfactor van de kwal is kleiner dan nul.

Piet Sondervan (66) houdt van kwallen. Nou ja, houden van… niet zoals hij van zijn vrouw houdt. Het is vooral een fascinatie voor de groei en de voortplanting, daar wil je grip op krijgen als je ze beroepsmatig kweekt. Want dat doet Sondervan, als enige in Nederland. Piet Sondervan is de Kwallenman.

Hij levert kwallen aan publieksaquaria, aan dierentuinen en sinds kort ook aan particulieren. In Japan zijn kwallen al populair in de huiskamer. En Sondervan weet van aquariumwinkels dat er hier ook vraag naar begint te komen.

Sondervan leverde al eens een aquarium met kwallen aan een Van der Valk-hotel, maar toen de enige werknemer die er een beetje affiniteit mee had vertrok, verdwenen ook de kwallen snel. Luxe frietzaak Dr. Pieper in Amsterdam heeft sinds vorige maand een kwallarium van Sondervan. In de zaak wordt je oog meteen naar de muur getrokken waar in een rond aquarium acht transparante oorkwallen in vloeiende bewegingen voor een paarse lamp psychedelisch oplichten. „Het is de rust en de beweeglijkheid die daaruit voortvloeit”, zo omschrijft Sondervan de schoonheid van de tere parachuutjes.

Met hun waterige weefsel zijn ze nog teerder dan ze lijken.

„Als je ze in een vierkante bak doet, of koraal in hun aquarium legt, zien ze er binnen de kortste keren uit alsof ze door de blender zijn gehaald.”

Visnetjes zijn killing. Sondervan schept zijn kwallen met een grote, komachtige lepel.

Hulpje in Artis

Met een liefde voor kwallen word je niet geboren. Piet Sondervan ook niet, de liefde kwam met de jaren. Op zijn tiende was hij al hulpje in Artis. „Dat kon toen nog. Er liepen allemaal jongetjes zoals ik rond.” Via de olifanten en de giraffen kwam hij uit bij de roofdieren. Later wilde hij dierenarts worden, maar hij liet zich dat uit zijn hoofd praten en studeerde af als biochemisch analist. Toen zijn vrouw, toen nog zijn vriendin, op zaterdagochtend in Het Parool een advertentie zag – Artis zocht een analist voor het aquarium – kwam alles samen. Ze hadden net zo goed in de krant kunnen zetten: gezocht: Piet Sondervan.

Waterkwaliteit was toen, in 1978, nog niet zo’n thema. Onderzoek werd er al helemaal niet naar gedaan. Die vissen deden het immers prima. Maar het euvel was dat nieuwe vissen vaak stierven: de overgang was te groot. Sondervan bracht de samenstelling van het aquariumwater dichter bij de natuur en gaf de vissen zo een langer en gezonder leven.

Twaalf jaar geleden vertrok Sondervan – niet geheel vrijwillig – bij Artis. Een vijftiger, waterbeheerder, in een wereld van bezuinigende dierentuinen. Wat doe je dan? „Ik realiseerde me langzaam welke kennis ik in de loop der jaren al had verzameld. Op een dag kwam ik thuis en zei tegen mijn vrouw: ik weet het, ik ga kwallen kweken.” „Is goed Piet, ga jij maar kwallen kweken”, zei zij. Het was duidelijk hoe ze erover dacht. Maar hij had geluk, er kwam meteen een grote aquariumklus van Natuurmonumenten waardoor hij geld had om in kwallen te investeren. En nu zit hij met twee adressen op een bedrijventerrein in Wormerveer.

Foto Peter de Krom

Boven, in zijn kantoor, staan op een kast preparaten op sterk water – een cobraatje, een pinchéaapje – relikwieën uit de Artis-tijd. Aan de muur anatomische tekeningen van kwallen. Beneden, in de ruimtes die je ook voor xtc-laboratorium zou kunnen aanzien, staan grote en kleine bakken met ontelbaar veel oorkwallen in alle levensstadia. Warm- en koudwaterkwallen. Het borrelt en het pruttelt en het stroomt – zonder stroming is een kwallenleven snel voorbij. In grote cilindervormige aquaria pulseren de volwassen oorkwallen, in kleine bakjes zitten de poliepen – embryootjes die zo niet mogen heten want de kwallenvoortplanting heeft met die van de mens vrijwel niets te maken. Die poliepen zijn strikt genomen ook nog geen kwallen, het zijn een soort stronkjes die kleine larfjes uitstoten die ephyra’s heten – strobuleren heet zo’n uitbarsting – en een ephyra kan een volwassen kwal worden van maximaal 30 centimeter. Wijzend naar kleine en grotere bakken laat Sondervan zien hoe ze groeien.

Zo transfluïde als wat

Het geweldige, zegt hij, is dat kwallen een andere kwal kunnen bevruchten, maar ook zichzelf, en dat die poliepen zichzelf kunnen klonen. En dan zijn ze ook nog zo transfluïde als wat, van mannetje naar vrouwtje en weer terug, allebei tegelijk – alles kan. Wat je van tevoren niet weet, en waarom kwallen kweken dus niet voor iedereen is weggelegd, is hóé ze het precies gaan doen. Daarom was Sondervan prettig verrast toen zijn kwallen spontaan aan geslachtelijke voortplanting begonnen te doen. En nog steeds is het spannend. „In het begin, met een bakje gekregen poliepen, ging het vlot. Toen ik ze zelf ging kweken, stortte het ineens in. Soms strobuleren ze als een gek, soms kom je ’s ochtends binnen, is je hele bak dood. Maar áls ze uitkomen heb je in één klap honderden ephyra’s. Je doet eigenlijk maar wat.”

Voor kwallen geldt misschien nog wel sterker dan voor vissen: je moet er fingerspitzengefühl voor hebben

Toch is er een verschil tussen een beetje aanklooien en doelgericht experimenteren zoals Sondervan doet. Hij volgt de wetenschap, die zich al veertig jaar bezighoudt met strobuleren. Hij onderzoekt het effect van speciale ledlampen – dat bleek nihil. Hij liet acht kuub echt zeewater bezorgen in de hoop dat dat beter werkt dan nagemaakt zeewater. Maakt ook niet uit.

Sinds hij via een Japanse collega hoorde over een soort magic strobuleermix, experimenteert hij met chemische stofjes die hij als een soort kunstmest aan het water toevoegt. Hij kan zijn enthousiasme nauwelijks onderdrukken als hij vertelt over zijn nieuwste ontdekking. „We deden dat spul erbij en in zes dagen barstte alles uit!”

Het betekent ook dat Sondervan nu aan geboorteplanning kan doen – en dus weet dat zijn kwallen drie maanden later, als ze een centimeter of 10 zijn, klaar zijn om het huis uit te gaan. Dat is prettig als klanten vragen wanneer hij kan leveren.

Foto Peter de Krom

Niet dat het is: u vraagt wij strobuleren. Bij zoutwateraquaria heeft hij gezien hoe mensen die zoiets in een impuls kopen soms met hun vissen omgaan. Dat wil Sondervan niet met zijn kwallen. Het zijn toch dieren. Lagere dieren, zonder hart of hersenen, maar wel dieren. Hij mikt op het duurdere segment – bak, filtersysteem, kwallen, „de hele rimram” vanaf een paar duizend euro. „Zodat mensen er niet zomaar aan beginnen.”

Aquariummensen zijn andere types dan, noem eens wat, olifantenverzorgers, zegt Sondervan. En voor kwallen geldt misschien nog wel sterker dan voor vissen: je moet er fingerspitzengefühl voor hebben. Dat hoopt hij ook van zijn klanten. Als het filtersysteem eenmaal goed werkt, en je geeft ze elke dag wat zelfgekweekte pekelkreeftjes is het niet zo moeilijk, maar ze vragen wel elke dag een beetje toegewijde aandacht om de kwallen zo lang mogelijk, anderhalf jaar ongeveer, te laten leven. Dan houdt het voor een kwal vanzelf op. Hij pulseert steeds minder. Tot hij op enig moment alleen nog maar vegeteert.

Kwallen voor de particuliere handel zijn bijna altijd oorkwallen, hoewel Sondervan ook graag kompaskwallen zou willen kweken, met hun mooie gestreepte hoed. Of Portugese Oorlogsschepen, met hun lange netelige slierten de gevaarlijkste van allemaal.

Voorlopig heeft hij het druk genoeg met zijn tienduizenden oorkwallen – terwijl hij de pensioengerechtigde leeftijd toch al heeft bereikt. Zelfs als hij in het weekend naar zijn huisje gaat, rijdt hij onderweg nog even langs Wormerveer. „Ik heb één ding over het hoofd gezien toen ik ermee begon. Ik werk nu zeven dagen per week.”