Column

Is er wel een Plan B voor na de euro?

Als de volgende recessie toeslaat is er vrijwel geen munitie meer om die te bestrijden.

Elk EU-land moet de euro in, zei Jean-Claude Juncker woensdag. Maar moeten we de euro eerst niet redden? De voorzitter van de Europese Commissie vierde in zijn State of the Union het economisch reveil van Europa. De economie groeit, de werkloosheid daalt. Nu moet er doorgepakt worden, luidde zijn boodschap.

In het voorjaar van 2019, als de termijn voor de Brexit afloopt en er verkiezingen voor het Europees Parlement komen, moeten de regeringsleiders van de EU een blauwdruk overeenkomen voor een nieuwe EU. Er is tot die tijd een raam open, zei Juncker, dat daarna weer dicht kan slaan. Deel van Junckers voornemen is om alle niet-eurolanden de euro in te laten voeren. We hebben het dus over Bulgarije of Roemenië. Is er een overtreffende trap voor overmoed?

De voorzitter van de Europese Commissie gaat voorbij aan een belangrijk gegeven: de euro is op dit moment helemaal niet uit de gevarenzone. Hij lijkt wel in een vredige rust, maar wordt in werkelijkheid door de Europese Centrale Bank in een kunstmatige coma gehouden.

Junckers ‘raam’ dat open is om te handelen, betreft dan ook niet de Brexit of de Europese verkiezingen. Het gaat om de tijd die nog rest voor een daadwerkelijk herstel van de munt, tot de volgende economische neergang komt. Want een hoogconjunctuur duurt niet eeuwig.

Als die volgende recessie toeslaat is er vrijwel geen munitie meer om daar wat tegen te doen. Begrotingsmaatregelen? De staatsschulden zijn, met name in de zuidelijke landen, nog te hoog. Monetair dan? De ECB, die al een record aan staatsleningen heeft opgekocht, is vrijwel door zijn resterende ruimte heen. Dat zei oud-ECB-topman Jean-Claude Trichet nog vorige maand.

Dan komt het onderliggende probleem van de muntunie weer onverbiddelijk aan het oppervlak: landen met een totaal verschillend niveau en ontwikkeling van productiviteit en concurrentiekracht kunnen binnen de muntunie hun munt niet meer devalueren (of revalueren) om zich aan te passen. Dat moet, sinds 1999, op de pijnlijke manier: met de verlaging van loonkosten en de verhoging van de productiviteit. Een ‘interne’ devaluatie, kortom, die vaak betekent dat er ingeleverd wordt op koopkracht en zekerheid.

Zonder druk, of crisis, bleken eurolanden daar niet goed in. Het gevolg is dat er eigenlijk verschillende euro’s zijn gaan circuleren. Voor Duitsland is de euro te goedkoop. Voor Italië is hij veel te duur. En dus gaat het beter met wie het goed ging, en slechter met wie het slecht ging in de eurozone. De gemeenschappelijke munt werd zo niet een verbindende, maar een middelpuntvliedende kracht. De bereidheid, of het politieke vermogen, van landen om zich aan te passen heeft zijn grenzen.

Een strategisch plan voor als de euro scheurt zou óók moeten leven in de mainstream van de politiek

Inkomensoverdrachten van landen die het tijdelijk goed doen naar landen die het tijdelijk slecht doen, zouden een oplossing kunnen zijn. Maar als de verschillen in prestatie niet tijdelijk, maar structureel zijn, dan wordt zo’n inkomensoverdracht dat ook. Dat verklaart deels de weerstand in Berlijn tegen een toekomst waarin de geldstroom slechts één richting uit gaat.

Valt dat te repareren? Heel misschien, maar dan juist op de manier die Juncker uitdrukkelijk niet wil: méér politieke integratie van de groep landen die de euro nu hanteren. Of dat wenselijk en haalbaar is zal moeten blijken – vooral of Frankrijk en Duitsland het daarover eens worden.

De onzekere toekomst voor de euro maakt het des te verwonderlijker dat het nadenken over een scenario waarin de munt het niet mocht (of mag) halen, enkel gebeurt aan de uiteinden van het politieke spectrum. Een strategisch plan voor als de euro scheurt, en wat daarna te doen, zou óók moeten leven in de mainstream van de politiek. Want de kans op een calamiteit is niet verdwenen. Ook al onttrekt de huidige economische opleving die mogelijkheid nu tijdelijk aan het zicht.

Zondagavond blikt Maarten Schinkel in VPRO Tegenlicht vooruit op een toekomst zonder euro. Hoe zou die eruit zien voor Nederland?

VPRO Tegenlicht, Zondag 17 september 21.05 NPO 2