Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘In het boekenvak is iedereen vooral met zichzelf bezig’

Afscheidsinterview

Na negentien jaar verruilt Daniel Ropers bol.com voor de wetenschappelijke uitgever Springer Nature. De bedenker van bol.com zette de boekensector op zijn kop. „Ik heb me vaak alleen gevoeld.”

Hij heeft rare maanden achter de rug. Vrijdag was de laatste werkdag van Daniel Ropers als algemeen directeur van bol.com, de grootste webwinkel van Nederland. Negentien jaar nadat hij bol.com (1.300 werknemers) heeft opgericht, stapt hij over naar het wetenschappelijke uitgeefconcern Springer Nature, om daar algemeen directeur te worden. „Ik weet dat ik de juiste keuze heb gemaakt”, vertelt hij in zijn bijna leeggeruimde kantoor in Utrecht. „Maar toen ik wist dat ik zou vertrekken en anderen nog niet, voelde ik me een beetje een verrader. Ik liep ook constant rond met het idee ‘dit ga ik missen, en dit en dit’.”

Toch voelt de overstap naar de wetenschappelijke wereld ergens als thuiskomen. Ropers (45) groeide op in Duitsland, met een medisch socioloog als moeder en een hoogleraar erfelijkheidsleer als vader. De vrienden van zijn ouders waren wetenschappers, zijn broer is stedenbouwkundig ingenieur en zijn zus kinderarts. Als oudste zoon was hij naar eigen zeggen „een beetje het zwarte schaap van de familie” omdat hij met zijn studie economie in de ogen van zijn ouders „voor platte korte-termijnsuccesjes ging en talent verspilde aan de hoek waar geld werd verdiend”. Ropers: „Ik deed iets wat heel ver van ze af stond.”

Dat ook de wetenschap tegenwoordig beschermd moet worden, is een extra motivatie voor de nieuwe baan. „Dat fundamentele waarheden met één schreeuwerige opmerking kunnen worden weggezet als ‘ook maar een mening’. Bijdragen aan het verspreiden van die kennis, met een zakelijke pet op, lijkt me geweldig.”

Zoals Ropers zich in familieverband net iets anders voelde dan de rest, zo heeft hij ook zijn plek moeten vinden in het boekenvak. Boeken waren het eerste dat bol.com in 1999 ging verkopen. Die boeken vormen nog steeds het grootste aandeel van de totale omzet (1,2 miljard euro in 2016), maar hoe groot dat aandeel is, geeft het bedrijf niet prijs.

Toen bol.com in 1999 de markt betrad, zagen veel traditionele boekhandelaren en uitgevers dat als een bedreiging. Niet alleen voor de boekwinkel, die lang niet alle titels op voorraad heeft die de webwinkel binnen een dag thuisbezorgt. Ook voor de uitgevers, die hun oplages baseerden op de voorinkoop door boekhandels. Bol.com koopt niet vooraf in, en verstoorde zo dus het verdienmodel.

Deze week klonk de kritiek nog, bij de verschijning van het boek Het geheim van bol.com door oud-marketingdirecteur Michel Schaeffer. Uitgeverij Atlas Contact, die het boek publiceert, stuurde de boekwinkels een reclameposter om in de etalage te hangen. Daarop de tekst: ‘Het geheim van bol.com is hier écht direct leverbaar.’

Een foute grap, vonden sommige boekhandelaren. Weblog Tzum citeerde een facebookbericht van een van hen: „Ik zal er twee inkopen voor ‘onder de toonbank’. En verder mag iedereen zijn geheimen wat mij betreft houden. Zeker iemand die mijns inziens boven alles uit is op het toverwoord ‘marktaandeel’.”

Lees ook het profiel over Ropers: ‘De grote machtige vijand’ wilde hij niet zijn

In het interview, dat vóór de publicatie van het boek plaatsvond, roert Ropers dit onderwerp zelf aan. „Ik was wel eens gegriefd over de kritiek dat we niets zouden hebben met boeken en te zakelijk waren. Dat vind ik totaal onterecht, omdat we juist veel tijd staken in het verbeteren van de ervaring van de lezer. Ik heb me vaak alleen gevoeld. Maar ik ben vooral ongelofelijk dankbaar voor de samenwerking. Het is een mooie branche.”

Door de jaren heen is Ropers’ acceptatie door de mensen in het boekenvak sterk verbeterd. Bol.com bleek meer dan een voorbijganger en de directeur bleek een scherp analist, die ook over het individuele bedrijfsbelang heen kan denken.

Uitgevers en boekhandels zeggen de crisis achter zich te hebben gelaten. Tegelijk lijkt de ontlezing door te zetten. Hoe staat het boekenvak er over vijf jaar voor?

„Ik maak me daar best zorgen over, er is te veel polarisatie. Die is er altijd geweest. Iedereen is met elkaar bezig, vaak over kleine dingen. Een auteur die overstapt naar een andere uitgever, een ongezouten mening waar anderen over vallen. Klein conflict met grote golfslag. Toen ik de branche betrad, dacht ik: hoe kan zo’n grote tak van cultuur, met zo’n groot belang voor de maatschappij en zo’n grote economische betekenis, toch zo versplinterd en intern gericht zijn? Er heerste een regentencultuur, met een sterke hiërarchie. Vaak was het emotioneel, irrationeel.

„Ergens is dat ook logisch. Boeken uitgeven en verkopen kan niet alleen vraaggestuurd zijn, het is ook sterk aanbodgestuurd. De beslissing welk boek wordt uitgegeven, wordt genomen door mensen met een mening, paradijsvogels vaak. Ik heb altijd groot respect gehad voor het vak van uitgever, juist omdat ik niet precies begrijp hoe dit aspect werkt. Bij elk boek ga je iets maken waarvan je vaak geen idee hebt hoe het gewaardeerd wordt.

Foto Merlijn Doomernik

„Dus dat er emoties in het spel zijn, begreep ik al snel nadat ik begon. Wat ik niet begreep: met de opkomst destijds van internet, games, de dvd, meer televisiezenders – kortom allemaal dingen die slecht nieuws zijn voor het boek – leek iedereen bezig te zijn met de vraag wie er op de mooiste stoel op het dek van de Titanic mocht zitten. In plaats van met zijn allen de koers van het schip te verleggen. Dat is vaak nog steeds zo.”

Hoe moet het dan?

„Het gaat om de vraag hoe je zoveel mogelijk mensen kunt laten lezen. Je moet een dialoog voeren over de vraag wat werkt en wat in de toekomst kan werken. Als iemand nu een poging tot vernieuwing doet, wordt dat onmiddellijk om zeep geholpen met persoonlijke aanvallen of de verdenking dat je het alleen doet om er zelf beter van te worden. Ik ken geen andere bedrijfstak waarin dit zo moeilijk gaat. Het leidt tot inertie.

„We kunnen nu twee kanten op. Verder op de weg van versnippering en emoties, of ons realiseren dat we de dialoog over de toekomst moeten voeren. Ik wil graag geloven dat het opportunisme voor de korte termijn niet de boventoon voert. Dat uiteindelijk niet het idee geldt: we hebben allemaal minder dan vroeger, maar ik heb toch nog steeds meer dan mijn buurman.”

Er is bijvoorbeeld regie en samenwerking nodig om ervoor te zorgen dat de vaste boekenprijs overeind blijft, vindt Ropers. Volgens dat mechanisme bepaalt de uitgever of importeur de prijs voor een boek en kunnen (web)winkels dus niet op prijs concurreren. Hierdoor verdienen uitgevers genoeg aan bestsellers om ook cultureel belangrijke titels te laten verschijnen die minder goed verkopen. In 2015 verlengde minister Jet Bussemaker (PvdA, Cultuur) de wet waarin dit vastligt voor vier jaar, maar eiste ze wel dat wordt aangetoond dat het aanbod er door verbetert.

„Je moet af van het folkloristische idee dat een boekhandelaar een mannetje is dat zijn klant geen boek van Kluun wil verkopen. Hetzelfde geldt voor de karikatuur van de uitgever die een titel uitbrengt waarvan hij weet dat hij er maar vijftig exemplaren van kwijtraakt. Het politieke beeld hoeft maar íets te kantelen en de gedachte vat post dat lezen een duurbetaalde hobby van de elite is.”

Zou het toekomstige rechtse kabinet te overtuigen zijn van het nut van de vaste boekenprijs?

„Als je vindt dat een kennisrijke, belezen maatschappij een betere maatschappij is, dan is de vaste boekenprijs met afstand het beste en goedkoopste middel om hieraan bij te dragen. Ik denk dat je binnen vijf jaar een drastische teruggang in nieuwe titels zult zien als de vaste boekenprijs valt. Het vak moet aantonen dat de vaste prijs een logische manier is om op een goedkope manier Nederlands cultuuraanbod te behouden.

„Ze kunnen beter kijken naar de subsidiëring van bibliotheken, want dat is een kwetsbare en dure manier om de leescultuur te bevorderen. De bibliotheken krijgen bij elkaar zo’n half miljard overheidsgeld, een paardenmiddel als je kijkt naar het belangrijkste doel, de leesbevordering. Die subsidie maakt het bibliotheeksysteem kwetsbaar, en ondermijnt de slagingskans van ongesubsidieerde initiatieven uit de markt.”

Komt het nu goed met de samenwerking in het boekenvak of niet?

„Op dit moment denk ik dat we de verkeerde kant opgaan, waarin iedereen kleine kampen opricht en van het ene naar het andere switcht. Het lijkt alsof we ons kunnen permitteren om weer met kleine vetes bezig te zijn, omdat de markt er nu stabiel uitziet. Het is gevaarlijker dan ooit om dat de toekomst van het vak te laten zijn. Maar er komt vast een tegenreactie. Ik zie enorme kansen om het boek naar de tweede helft van de 21ste eeuw te brengen.”