‘Ik heb er wel littekens aan overgehouden’

De eerste baan

Tegenwoordig is hij vegetariër , maar als tiener werkte zanger Lucky Fonz III, die in werkelijkheid Otto Wichers (36) heet, in een slachthuis.

Foto Lars van den Brink, met dank aan Brandt & Levie

‘Ik moet eerst weer even wennen, hoor.” Zanger en liedjesschrijver Otto Wichers, beter bekend als Lucky Fonz III, aarzelt even als de fotograaf hem opdraagt een homp varkensvlees op te tillen. Het is alweer twintig jaar geleden dat hij in een slachthuis stond. Hij was zestien en wilde een bijbaantje om cd’s te kunnen kopen, vertelt hij. Via een uitzendbureau kwam hij terecht bij slachterij Hilckmann in Nijmegen, dat inmiddels ter ziele is. Voor de foto zijn we daarom uitgeweken naar de productieruimte van worstmakers Brandt & Levie in Amsterdam, waar Wichers nu in witte kiel en met een stoffen pet op tussen de hompen vlees staat.

Gymnasiumnerd

„Het ruikt hier precies hetzelfde als vroeger!”, roept Wichers bij binnenkomst. „En het is hier ook net zo koud.” Destijds stond hij daar waar het vlees werd klaargezet voor de slagerijen. „Ik moest het vlees in plastic trays doen en die opstapelen in grote rekken, zodat ze naar de slagers konden.”

Wichers heeft de afgelopen tijd gewerkt aan het libretto (de tekst) voor The Secret Diary of Nora Plain, een liedcyclus die in november in première gaat. In zijn huidige werk heeft hij dus eigenlijk helemaal niets aan zijn werkervaring in het slachthuis. Toch kijkt hij graag terug op de tijd waarin hij als ‘gymnasiumnerd’ tussen de ‘rauwe’ Nijmegenaren zat. „Er was een goed groepsgevoel. Ik was de jongste in het slachthuis, maar zodra ze zagen dat ik hard kon werken, namen ze me heel serieus. Ze behandelden me nooit als een kind.”

„Ik heb er ook wat littekens aan overgehouden”, zegt hij, en wijst naar zijn lip. „Ik wilde een rek vastzetten met van die rubberen banden met haken eraan. Toen is er eentje losgesprongen, pats in mijn gezicht. Ik huilde en dacht dat mijn gezicht was vernield. Ik probeerde toen net een meisje te versieren, had ik ineens zo’n dikke jaap! Maar ik vond het ook wel stoer, eigenlijk.”

Foto Lars van den Brink

Bevoorrecht

Bij Hilckmann kwam Wichers voor het eerst in contact met mensen van buiten zijn eigen wereld, vertelt hij. „Ik weet nog dat ik een collega vroeg of hij het naar zijn zin had. ‘Ik word goed behandeld en verdien geld, maar ik vind het werk niet echt leuk’, antwoordde hij. Dus ik, heel naïef: ‘Nou, dan ga je toch wat anders doen!’ Dat vond ik achteraf heel stom van mezelf. Voor het eerst merkte ik dat niet iedereen zo bevoorrecht is als ik.”

Dat Wichers nu al zestien jaar geen vlees meer eet, heeft slechts zijdelings met zijn bloedige eerste baan te maken. „Die zomer werd ik voor het eerst verliefd. Ik weet nog goed dat ik een meisje vastpakte en dacht: jeetje, dat voelt net als dat varkensvlees.” Hij klapt met zijn hand op de varkensromp voor hem. „Precies dezelfde structuur, maar dan warm. Ineens besefte ik dat het ook gewoon wezens zijn, die varkens, net zoals wij.”

Als vegetariër zou hij het liefst zien dat niemand vlees eet, maar veroordelen doet Wichers het niet. „Ik houd de mensen in het slachthuis niet verantwoordelijk voor de bio-industrie. Zij zijn onderdeel van een cultuur waarin vlees eten normaal is. Maar die cultuur zou ik wel graag anders zien.”