‘Ik denk dat de media gelijk hebben met hun berichten’

agent in Rotterdam

In de schoolkrant schreef wijkagent Karin de Groen (45) al dat ze later ‘bij de pliesie’ wilde.

De Rotterdamse wijkagent Karin de Groen.

Karin de Groen (Rotterdam, 1972), wijkagent in Spangen, zegt het ’t liefst in gewone straattaal. „Ze maken mij de pis niet lauw’’. Ja, er zijn veel affaires bij de politie en er gaan sinds de reorganisatie te veel dingen mis, maar niets en niemand krijgt haar aan het wankelen. „Het politievak is en blijft het mooiste beroep ter wereld.”

De 1.58 meter lange De Groen is een onverschrokken ambassadeur van het politievak, dat ze al 26 jaar uitoefent. In de schoolkrant van de lagere school kondigde ze al aan dat ze later „bij de pliesie” zou gaan werken. Daar verdiende haar moeder ook de kost, op de typekamer van het Rotterdamse hoofdbureau Haagseveer. Na de havo ging De Groen aan de slag bij de Rotterdamse gemeentepolitie en nu is ze al tien jaar wijkagent. Ze doet graag verslag van haar werk op Facebook (2.062 vrienden), Instagram (1.400 volgers) en Twitter (4.696 volgers). „Het is fijn om te kijken hoe je samen met de burger en de gemeente, scholen, bedrijven en maatschappelijke instanties de wijk schoon en veilig kan krijgen.”

Tot zover het goede nieuws. Want door „alle dingetjes” van de laatste jaren is er „absoluut veel” veranderd, zegt De Groen. „Het kleine wijkteam waarbij je altijd met dezelfde mensen kon werken, bestaat niet meer. Vroeger kende een agent de bewoners en de lokale problemen. Maar door de komst van de nationale politie is alles heel grootschalig geworden en verliezen we de kennis die we hadden. En bewoners willen best informatie delen met de politie, maar dan moeten ze niet elke keer een ander koppie zien. De betrokkenheid verdwijnt. Dat is heel jammer.”

De Groen zegt dat de negatieve berichten in de media over de politie geen onevenwichtig beeld geven. „Ik denk dat media gelijk hebben. We krijgen ook verontrustende signalen uit de wijk: burgers zien minder politie op straat en vragen hoe dat zit. Burgers zeggen ook steeds vaker dat ze geen aangifte doen, „want dat heeft toch geen zin”. En zij die wél aangifte doen, krijgen nog te vaak een brief waarin staat dat de zaak niet in behandeling wordt genomen wegens een gebrek aan prioriteit. Dat hoort niet. Je kunt niet tegen bewoners zeggen: ja er is u iets overkomen maar het is een te klein feitje voor ons.”

Politiemensen zijn zelf ook ontevreden over hoe ze nu hun werk doen, zo blijkt vooral uit het eigen intranet. Daar wordt heel wat afgemopperd. Veel agenten lijken hun motivatie te hebben verloren. Tegenover het fatalisme en de negatieve stemming staan volgens De Groen nog wel genoeg onwankelbare collega’s. „Als we allemaal zouden zeggen: jongens we kappen ermee want met deze organisatie gaat het niets worden, dan hebben we een heel groot probleem. Gelukkig blijven veel agenten zeggen: de mensen buiten verwachten dat we er zijn. Laten we nou niet blijven zeiken over wat er niet goed is.”

Toch snapt De Groen niet hoe korpschef Gerard Bouman, toen hij begin 2016 opstapte, durfde te zeggen dat de verbouwing van de politie na drie jaar reorganisatie vrijwel af was. Volgens Bouman hoefden alleen nog de plinten en kozijnen te worden afgelakt. „Als ik bij aankoop een huis zou aantreffen in de conditie waarin de nieuwe korpschef Erik Akerboom de politie kreeg overgedragen, zou ik een rechtszaak zijn begonnen wegens wanprestatie. Dat irriteert ook de meeste agenten: er wordt niet naar de werkvloer geluisterd. De Nationale Politie moest en zou er komen, maar er was geen goed doordacht en concreet plan. Dat wreekt zich. We zijn nu al plannen aan het bijschaven, op lokaal niveau.”