Cultuur

Interview

Interview

Irvin D. Yalom: ‘Mijn vrouw vindt het hilarisch dat groepstherapie me interesseert’

Foto First Run Features / courtesy Everett Collection/HH

‘Het idee van de therapeut als leeg scherm is niet reëel’

Psychiater Irvin D. Yalom Met zijn memoires Dicht bij het einde, terug naar het begin lijkt de schrijver en psychiater Irvin D. Yalom ongezegd afscheid te nemen: ‘Je hoort zelden over romanciers van boven de tachtig.’ Gesprek met een transparante bonsai-liefhebber.

Irvin Yalom (Washington, 1931) vreest de dood niet. „Een leven ontdaan van spijt” is het doel voor zijn patiënten en ook voor hemzelf, vertelt de wereldberoemde Amerikaanse psychiater en schrijver. „Terugkijkend betreur ik vrijwel niets. Ik heb gedaan wat ik wilde doen. Sterker, ik heb het er beter van afgebracht dan we mochten verwachten op basis van hoe mijn leven begon.”

We zitten in Yaloms ruime werkkamer, waar hij dezer dagen voornamelijk kankerpatiënten en anderen aan het einde van hun leven bijstaat. Met zijn bekende, inmiddels grijze, nog altijd secuur bijgehouden ringbaardje oogt hij kwetsbaar. Yalom hoort bij vlagen niet goed. Hij herhaalt zichzelf vaker dan hij zou wensen. Soms staart hij met een gepijnigd gezicht naar zijn boeken als hij lang moet nadenken over een vraag. Maar het ‘absolute einde’ zegt de man zonder spijt niet te vrezen.

Het boek leest als het onuitgesproken afscheid van een denker die alleen nog wil terugblikken

Wel beseft Yalom dat de geest aftakelt. Wanneer hij zijn eigen boeken opnieuw leest – of hoort, als audioboek – dan doemt het verval onvermijdelijk op. „De afgelopen maanden heb ik enkele van mijn romans beluisterd in de auto”, vertelt hij. „Mijn conclusie is dat deze vent veel beter schrijft dan ik. Ik ben onder de indruk. Ik denk niet dat ik nu nog zo goed kan schrijven.”

Toch valt zijn aangrijpende nieuwe boek niet tegen. Dicht bij het einde, terug naar het begin is een autobiografie van iemand die zichzelf beter kent dan de meesten van ons. Met een nog altijd prachtige pen analyseert Yalom zijn leven: van eenzame Joodse boekenwurm die in armoede opgroeide in Washington tot zijn tegenwoordige status als gelauwerd romancier en academicus, geliefde echtgenoot, vader, grootvader, vriend van velen, en nog altijd zeer gewilde therapeut.

Het boek leest als het onuitgesproken afscheid van een denker die alleen nog wil terugblikken. Middels intieme anekdotes analyseert Yalom zichzelf. Als een detective spoort hij herinneringen op, genadeloos geeft hij zichzelf bloot.

Zo schrijft hij over de dood van zijn geliefde zus Jean. Zij overleed terwijl hij dit boek schreef. Tijdens de begrafenis raakte hij volledig de kluts kwijt. In paniek stelde Yalom zich voor dat Jean uit haar doodskist probeerde te ontsnappen.

„Alle ervaring die ik met de dood had, alle patiënten die ik tot het einde toe had begeleid, alle objectiviteit en rationaliteit waarmee ik over de dood schreef, het verdween allemaal als sneeuw voor de zon tijdens deze confrontatie met mijn eigen doodsangst.” Ik heb niets meer te verbergen, lijkt Yalom te willen zeggen.

Als hoogleraar psychiatrie, inmiddels emeritus, is Yalom al meer dan een halve eeuw verbonden aan de Stanford-universiteit in Californië. Onder vakgenoten staat hij bekend om zijn standaardwerken, onder meer over groepstherapie. Zijn romans zijn bovendien vertaald in tientallen talen. Op unieke wijze combineert Yalom daarin kennis van de geschiedenis, psychiatrie en filosofie met zijn verbeelding. Nietzsches tranen en Het raadsel Spinoza zijn goede voorbeelden.

In de nieuwe memoires pakt hij het anders aan. Yalom springt telkens van het heden – een droom, een gesprek met een patiënt, een fietstocht in de zon – naar herinneringen aan zijn afstandelijke moeder en eerste vriendinnetjes. Angsten en verlangens verbindt hij met passages over Freud en Schopenhauer.

Door het denken over zijn leven beleeft hij nachtmerries, die hij weer verwerkt in de memoires. Zo vertelt Yalom hoe hij over Alice droomt, een buurmeisje dat hij als jochie uitschold vanwege haar puisten. ‘Nu ik hier op mijn vijfentachtigste in bed lig bij te komen van deze nachtmerrie, kan ik me ineens voorstellen hoe het voor haar geweest moet zijn en wat voor schade ik misschien wel heb aangericht’, schrijft hij. ‘Vergeef me, Alice.’

Yalom woont in de stad Palo Alto, tegenwoordig het hart van technologie-mekka Silicon Valley, ten zuiden van San Francisco. In zijn eigen oase van rust zorgt Yalom er met liefdevolle concentratie voor bonsaiboompjes naast de voordeur. Of hij zit voorovergebogen voor de computer, om elke dag fanmail te beantwoorden. Meestal luistert hij naar patiënten in een leunstoel bij de boekenkast. Daar zit hij nu ook.

U schrijft dat de ouderdom ‘een zekere wijsheid’ met zich meebrengt. U schrijft ook dat dit het laatste boek is. Waarom gaat u niet door?

„Ik denk inderdaad dat iets als wijsheid kan opdoemen, maar mijn schrijven is gewoon niet zo goed meer. Mijn vrouw herinnert me daar ook aan als ik het weer eens over een volgend boek heb. Ik weet zeker dat ik geen fictie meer aankan. Je hoort zelden over romanciers van boven de tachtig. Het geheugen is niet goed genoeg meer; je moet immers alles uit eerdere hoofdstukken onthouden.

„Mijn vrouw publiceert zelf ook een boek dit najaar. Zij zegt dat we in deze levensfase niet zo veel tijd moeten besteden aan schrijven. Het probleem is dat ik elke dag een paar patiënten zie en hun belevenissen en problemen zetten mij weer aan het denken over korte verhalen.

„Weet u, ik schrijf gewoon graag. Misschien kan ik poëzie proberen? Ik denk niet dat ik het dichterlijke gen in me heb, maar ik luister veel naar gedichten, zoals anderen naar muziek. En ik heb er al een paar geschreven. Het is gezond voor de oudere mens om bezig te blijven met wat je graag doet. Het zou absurd zijn om ermee stoppen, maar je moet een balans vinden. Ik heb de laatste tijd te veel patiënten. ’s Ochtends wil ik tijd hebben om te schrijven en denken. Maar ik spreek veel patiënten per video-call, dus als ik iemand heb uit Nederland, dan moet ik wel ’s ochtends werken.

„Er is geen reden waarom een goede therapeut met pensioen moet. Een hartchirurg kan niet parttime doorgaan totdat hij de negentig nadert, maar voor denkers en therapeuten is het een genoegen om dit te doen. Ik zie het niet als werk.”

Veel patiënten zoeken u op vanwege uw boeken. Die zijn intiem, zeker de nieuwe memoires. Mensen kennen u bij voorbaat, terwijl veel therapeuten ervoor kiezen om niets bloot te geven.

„Ik heb dan ook niks met het oude analytische model, dat voorschrijft dat je niet betrokken mag raken bij je patiënten. Ik geef de voorkeur aan een wederkerige verhouding. Ik stel me open op, ik geef mezelf bloot. Mijn ervaring is dat patiënten er positief op reageren en snel vorderingen maken.

„Mijn allereerste patiënt was hier een voorbeeld van, zestig jaar geleden. In ons eerste gesprek zegt ze: ik ben een lesbienne. Zonder na te denken zeg ik: wat is dát? Het klinkt nu naïef, maar zij was blij. ‘Eindelijk een man die ik het kan vertellen en die zonder oordeel vragen stelt.’ Ik wil van jou leren, was mijn boodschap. We bouwden een goede band op. Zo besefte ik dat het idee van de therapeut als leeg scherm niet reëel is – en volgens mij ook niet juist of effectief.

„Openheid is een belangrijk middel, mits je het verstandig, met mate hanteert. Vergeleken met collega-therapeuten ben ik opener. Het delen gaat me steeds beter en natuurlijker af.”

U beschrijft hoe u een van de grondleggers van groepstherapie werd. Gelooft u er nog steeds in?

„Zeker. Voor introverte, verlegen mensen is het een goed middel. De groep wordt een microkosmos voor het gewone sociale leven. Je begrijpt hoe je met mensen omgaat door hoe je in de groep reageert. Als je de neiging hebt om snel kwaad te worden, mensen te onderschatten of juist te overschatten, dan zul je dat ook in de groep doen. Dat is binnen groepen beter gecontroleerd te verkennen dan erbuiten.

„Mijn vrouw vindt het hilarisch dat ik in groepstherapie geïnteresseerd ben, aangezien ik nooit van grote gezelschappen heb gehouden. Een intiem etentje past me beter. Maar nu heb ik al twintig jaar mijn eigen groep. Ik heb dat vanochtend nog verteld aan een patiënte met een sociale fobie. Een mooi voorbeeld van zelfonthulling om iemand vooruit te helpen.”

U hebt niet veel op met de vele onderscheidingen, de professionele waardering, de fanmail.

„Ik zie die bovenmatige lof als idealisering. Ik ben zelf niet religieus, maar velen hebben behoefte aan een wijze man die boven ons staat, die ‘alles’ weet, en dat wordt soms op mij geprojecteerd. Het is wat veel van het goede. Maar ik probeer elke serieuze mail persoonlijk te beantwoorden.”

Bent u door het werk met ernstig zieken ook bezig met uw eigen sterfelijkheid?

„Ik denk erover na. Maar het is geen paniekgevoel. Wat me zorgen baart is de losmaking van mijn vrouw, die ik al mijn hele leven ken. Dat is eng en bedreigend, juist omdat ons leven zo goed is. Maar, zoals ik tegen patiënten zeg: probeer in het nu te leven. Zonder spijt.”

Correctie 21-09-2017: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het evenement met Yalom en Denys op 14 oktober plaatsvindt. Dat is op 19 oktober. (Red.)