Recensie

Een essayist en een romancier buigen zich over de verrassende overwinning van Macron

De boeken van Régis Debray en Philippe Besson halen het niet bij het verkiezingsmanifest van Macron zelf.

De Franse president Macron sprak deze week in Athene met Franse en Griekse zakenmensen Foto Louisa Gouliamaki/AP

Is de verkiezing van Emmanuel Macron niet alleen het verrassende resultaat van een lange electorale afvalrace, maar ook een symptoom van een dieper liggende culturele omwenteling? Het is een prikkelende these die essayist Régis Debray opwerpt in zijn net verschenen beknopte meta-analyse van de Franse verkiezingsuitslag van dit voorjaar. Met de roep om transparantie en onkreukbaarheid, zoals rondom de zichzelf verrijkende rechtse kandidaat François Fillon, is Frankrijk niet langer een (geseculariseerde) katholieke Zuid-Europese natie, maar op weg om een ‘neoprotestants’ land naar Amerikaans of Noord-Europees voorbeeld te worden, concludeert Debray in Le nouveau pouvoir.

Nu moet gezegd dat Debray, voormalig compagnon de route van Che Guevara en ex-adviseur van François Mitterrand, al een paar decennia waarschuwt voor ‘amerikanisering’. De ondertitel van zijn laatste grote boek: ‘Hoe wij Amerikanen zijn geworden’. Maar hij is niet de enige die in de laatste verkiezingscampagne een sociaal-cultureel keerpunt zag.

De Franse kiezer rekende in één jaar af met een hele generatie beroepspolitici (Sarkozy, Hollande, Juppé, Fillon) en koos voor een jonge president uit het bedrijfsleven die niet alleen van zijn ongewone privébestaan een open boek had gemaakt, maar ook van plan was om de goudgerande deuren van de republiek open te gooien. De tijd van vriendjespolitiek, creatief boekhouden en politiek om de politiek was voorbij. Sober begrotingsbeleid, pragmatisme en sociale dialoog werden de norm.

Het is te makkelijk, zoals vaak is gebeurd, om Macron louter (neo-)liberaal te noemen

‘Landen voortgekomen uit de Reformatie hebben een voordeel op hun buren: ze hebben geen luiken voor de ramen’, schrijft Debray (die vervolgens met clichés strooit over prostituees die in Amsterdam ‘in een vitrine’ staan). In Frankrijk gold het oude spreekwoord ‘Pour vivre heureux, vivons cachés’ (om gelukkig te leven, leef je verborgen). Maar een ‘goede protestant’, schrijft Debray, ‘heeft niets te verbergen’.

Paul Ricœur

Het is verleidelijk om de oorsprong van Macrons vermeende ‘protestantse ethiek’ (volgens Weber immers zeer compatibel met het kapitalisme) te herleiden tot de filosoof Paul Ricœur, zoals Debray doet. Macron hielp (de protestantse) Ricœur, denker over een ‘sociaal christendom’, in zijn studietijd met de redactie van enkele van zijn vele boeken. Macron heeft Ricœur (1913-2005) zijn ‘leermeester’ genoemd en zelfs gezegd dat het de filosoof was die hem in de richting van de politiek duwde, ‘omdat hij dat zelf niet had gedaan’. Ricœur probeerde liberalisme met gematigd links te verenigen, schrijft Debray, en stuurde Macron, via de evengoed protestantse sociaal-democratische oud-premier Rocard naar het idee van openheid, compromis en pragmatisme.

Macron leerde van Ricœur ‘nooit te bezwijken voor gemakkelijke emoties of beweringen’, schrijft hij in zijn campagneboek Révolution (dat onder de misleidende noemer ‘autobiografie’ in het Nederlands is vertaald). Hij leerde ook je nooit ‘op te sluiten in een theorie zonder die te toetsen aan het werkelijke leven’.

Dat hebben de Fransen geweten. Macron wilde op alle mogelijke thema’s ogenschijnlijk tegengestelde opinies verenigen om tot pragmatische oplossingen te komen. Hij zei ‘op hetzelfde moment’ links en rechts te zijn. En même temps: die in iedere toespraak terugkerende woorden zijn in de Franse politiek inmiddels een gevleugeld begrip geworden. Een 24-uursnieuwszender, die zijn succes nochtans te danken heeft aan de extreme politieke polarisatie van de laatste jaren, heeft inmiddels zelfs een uitzending Et en même temps gedoopt.

Wie Macrons eigen boek leest, begrijpt wat hij bedoelt. Het is te makkelijk, zoals vaak is gebeurd, om hem louter (neo-)liberaal te noemen. (Het helpt natuurlijk niet dat hij een tijdje bij een zakenbank heeft gewerkt, erkent hij ook zelf.) Hij gelooft in zelfontplooiing en eigen verantwoordelijkheid, maar ook in een sterke (‘Jacobijnse’) overheid die kansen creëert, zodat iedereen zijn vrijheid optimaal kan benutten en de zwaksten beschermd worden.

Zo hecht hij aan goed onderwijs, in het bijzonder in probleemwijken. Terwijl vooral zijn liberalisering van arbeidswetgeving de laatste tijd veel pers kreeg, slaagde hij er stilletjes in om al bij aanvang van dit nieuwe schooljaar de laagste klassen in de zwaarste banlieues te halveren. Het bedrijfsleven mag gedacht hebben dat Macron de onzichtbare hand van de markt zijn gang liet gaan, maar om Franse banen te behouden, deinsde hij er al in zijn tweede maand niet voor terug om een grote scheepswerf te nationaliseren. ‘Kortom: de markt, ja, maar niet te wild’, schrijft Debray. ‘De ondernemer, ja, maar niet de gemene patron.’

Romanfiguur

Politici schrijven er in Frankrijk op los, maar het naar lokale maatstaven aanstekelijk optimistische boek van Macron is geen gemakzuchtige invuloefening. Hij geeft een lucide analyse van de vele beren op de weg naar modernisering van het oude, geblokkeerde land.

Maar dat zijn verkiezing toch ook gewoon van toevalligheden aan elkaar hing, bewijst schrijver Philippe Besson, een vriend van Macron, in het net verschenen Un personnage de roman. In Nederland hebben we de documentaire Jesse, in Frankrijk is het traditie geworden om een romancier te laten meelopen bij een verkiezingcampagne: Laurent Binet volgde in 2012 Hollande, Yasmina Reza deed Sarkozy.

Het resultaat is vaak pover. ‘Emmanuel M.’ zoals Besson hem noemt, wordt gepresenteerd als berekenend, extreem zelfverzekerd en als man van de literatuur (hij schreef enkele ongepubliceerde romans en lijkt met zijn vrouw vooral in literaire verwijzingen te communiceren). Hoewel Besson steeds probeert er een literaire draai aan te geven (Is Macron Balzacs Rastignac of toch een held van Fitzgerald?) zit er, ondanks de spannendste campagne sinds mensenheugenis, weinig vaart in het boek. Een geschikte romanheld is Macron sowieso niet.

Misschien is dat wel een les. Ja, Macron is een ‘kind van het eind van de ideologieën’, maar hij dankt zijn verkiezing ook aan een forse dosis serendipiteit. En dat weet hij. Van kritische analisten als Régis Debray (maar ook Alain Finkielkraut en Michel Onfray) die een on-Frans schisma zien, trekt de nieuwe Franse president zich ondertussen niets aan, bekent hij aan Besson: ‘Zij kijken met de ogen van gisteren.’