Opinie

Hé Bas Heijne, nog even over Mandela

Het radicale antwoord van Gandhi, King en Mandela op haat is waardigheid, schreef Bas Heijne vorige week. Maar Mandela predikte geen geweldloosheid en al helemaal geen kalmte, schrijft Bram Vermeulen. „Kalmte is de wens van de witte onderdrukker.”

Een demonstrant houdt een speelgoedpistool in de lucht bij een demonstratie in het township Finetown bij Johannesburg in mei van dit jaar. Foto Themba Hadebe/AP

Bas Heijne stelde afgelopen zaterdag een belangrijke vraag. Of de nadruk van Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela op „geweldloos verzet, kalme en onverzettelijke waardigheid tegenover haat en onrecht nog bruikbaar is in deze tijd van woede en verharding”.

Er is één probleem: de vraag maakt een karikatuur van de boodschap van genoemde leiders. En van hun aanhang. Laten we het bij Mandela houden. Hij predikte geen geweldloos verzet en al helemaal geen kalmte. Hij was de oprichter van de Umkhonto We Sizwe, de gewapende militie van het ANC. Dat deed hij na het bloedbad in Sharpeville, toen de politie 69 ongewapende demonstranten doodschoot en zijn partij ervan overtuigd raakte dat een gewelddadig regime ook (maar niet alleen) met geweld bestreden moest worden. Onder het commando van Mandela werden tal van bomaanslagen gepleegd, eerst tegen staatsinstellingen, later ook in cafés, kerken en andere plekken waar burgerslachtoffers vielen.

Er is veel geschreven over zijn vermeende metamorfose tijdens die 27 jaar in de gevangenis: van jeugdige militant tot verzoeningsprediker. Het is een prachtig verhaal over een klassieke held, een Bijbelse vertelling over een wederopstanding. Alsof hij door de inzichten opgedaan in die drie decennia achter de tralies vrolijk zijn vechtersuniform inruilde voor hemden in de kleuren van de ‘rainbow nation’. Een zwarte die zijn lesje leerde.

Het herhalen van de Mandela-mythe doet onrecht aan de man zelf

Dit is een slim geconstrueerde mythe, waarop ook het stuk van Heijne leunt. Zeker, de rol van verzoener speelde Mandela met overtuiging, zoals bij zijn bezoek aan de rechter die hem tot levenslang veroordeelde, en bij het theekransje met de weduwe van de architect van apartheid. Zo voedde hij het beeld van het goedlachse troeteldier, die na een leven van vernedering alles vergat en vergaf. Maar die verzoening was een machtsmiddel, een strategie in de onderhandelingen om de macht met de angstige apartheidsleiders.

Ook na zijn vrijlating verdedigde Mandela de gewapende strijd tegen een bruut regime: „We hebben geen andere keus dan doorgaan”, zei hij op 11 februari 1990 vanaf het balkon van het stadhuis in Kaapstad. De man die hem die dag had vrijgelaten, F.W. de Klerk, was woedend toen hij die woorden hoorde.

Gewelddadig verzet is diep in het DNA van Mandela’s Zuid-Afrika verankerd. „Kalmte” is de wens van degenen die de status-quo willen bewaken. Ik hoorde die woorden recent nog uit de mond van zwarte studenten, tijdens hun protesten tegen het standbeeld van de Britse racist Cecil John Rhodes. „Kalmte”, smeekte het bestuur van de Universiteit van Kaapstad, „we have to follow due process”. Maar juist door dat niet te doen, de campus te bezetten en de colleges stil te leggen, viel het standbeeld.

Zo was het ook in de jaren tachtig. Juist door niet kalm te blijven, maar zich luidruchtig te verzetten tegen de witte onderdrukker wisten zwarte Zuid-Afrikanen de aandacht op zich te vestigen. Veel meer dan de slachtoffers van andere militaire regimes in de jaren tachtig, zoals in Zuid-Amerika of Turkije. Terwijl op die plekken meer slachtoffers vielen in dezelfde periode, werden voor Zuid-Afrikanen popconcerten georganiseerd in Londen en werd Mandela een nummer 1-hit.

Gemiddeld vijf keer per dag verkiezen Zuid-Afrikanen gewelddadig verzet boven kalmte. „Waarom moeten we dit doen om gehoord te worden”, vroeg Zaida Arendse, een werkloze visser deze week, nadat collega’s het meubilair uit een populair toeristenrestaurant in Houtbaai, Kaapstad, in brand hadden gestoken uit protest tegen nieuwe visquota. Je zou denken: wat kan er nou mis zijn met Bas Heijnes pleidooi voor „geweldloos verzet, kalme en onverzettelijke waardigheid”? Maar het is makkelijk praten als je niet in de schoenen van Zaida Arendse staat.

Heijne noemt ze in een adem: Gandhi, King en Mandela. Het is waar: Gandhi spendeerde 21 jaar van zijn leven in Zuid-Afrika. Maar Gandhi inspireerde vooral de Indische vrienden van Mandela. Mandela herkende zich meer in Jawaharlal Nehru, de eerste premier van onafhankelijk India en bepaald geen pacifist. Mandela vond Gandhi maar een softie, terwijl Nehru juist zijn onderdrukker terugsloeg. „Als een Maharajah [feodale heerser] Nehru probeerde tegen te houden, duwde hij hem opzij. Zo’n soort man was hij, en dat viel bij ons in de smaak, omdat zijn gedrag een indicatie was voor de manier waarop wij met onze onderdrukkers zouden moeten omgaan. Gandhi had weliswaar een geest van staal, maar deze kwam op een zeer zachtmoedige manier tot uiting en hij leed liever nederig in stilte, dan terug te slaan”, vertelde Mandela in een interview met zijn biograaf Anthony Sampson.

Gandhi keek neer op zwarten, Heijne schrijft er in zijn boek ook over. Hij beschuldigde Europeanen ervan Indiërs op één hoop te gooien met „die ongepolijste kaffer, wiens enige ambitie is genoeg vee te verzamelen zodat hij een vrouw kan kopen”. Vanwege dat racisme werd Gandhi’s standbeeld in Zuid-Afrika besmeurd en protesteerden studenten in Ghana net zo lang tot zijn standbeeld uit het zicht verdween.

Mandela is niet de tegenpool van de huidige president Jacob Zuma. Zuma speelde een essentiële rol in het ANC namens wie Mandela altijd zei te spreken. Zuma bracht verzoening tussen de Zulu’s in zijn geboorteprovincie KwaZulu Natal, tussen het ANC en Inkatha. Het waren de leiders van het ANC samen die deze verzoeningsstrategie verzonnen, die „filosofie en levenshouding” waar Heijne over schrijft. Het is hetzelfde ANC, dat nu gebukt gaat onder de corruptie en vriendjespolitiek waarmee Zuma wordt geassocieerd. Door Mandela los te weken van de organisatie en van zijn volk, wordt hij de uitzondering op de regel: de enige goede zwarte, die zelfs de meest racistische witte Zuid-Afrikanen accepteerden. Dat is wat blogger Sander Philipse op Twitter bedoelde met „Mandela-exceptionalisme”.

Het herhalen van de Mandela-mythe doet onrecht aan de man zelf. Veel van de compromissen aan de apartheidsleiders die hem nu worden verweten, kwamen juist van andere ANC’ers dan hijzelf. Zuid-Afrikanen maken lawaai om het waanidee van zich af te schudden dat met het aantreden van Mandela als eerste zwarte president de strijd gestreden is. Nu het apartheidsdenken ook aan de andere kant van de wereld de kop op steekt, is er misschien een andere les te trekken uit het Zuid-Afrika van Mandela, het India van Gandhi én het Amerika van Martin Luther King. De koers van hun geschiedenis bewijst dat stemverheffing een effectievere manier is dan kalmte om te ontkomen aan de – wat Heijne noemt – „al te menselijke cyclus van haat en onderdrukking”.