Gaan Australiërs hun Skippy’s eten nu er een kangoeroe-overschot is?

Soep trekken van kangoeroestaart, aardappel met kangoeroesteak: diverse recepten voor het bereiden van kangoeroevlees waren tot in de jaren 30 van de vorige eeuw heel gewoon in menig Australisch kookboek.

Australiërs moeten weer kangoeroe gaan eten, vindt David Paton, hoogleraar ecologie aan de universiteit Adelaide. Aan de nieuwszender ABC vertelde hij dat in tien jaar tijd het aantal kangoeroes verdubbeld was. Het ecosysteem lijdt eronder, de beesten worden steeds vaker aangereden.

In 2007 kende Australië 23 miljoen kangoeroes. Vorig jaar waren dat er 45 miljoen: er zijn bijna twee keer zoveel kangoeroes als Australiërs ( 24 miljoen). De toename is te danken aan de minder droge zomers, waardoor er meer voedsel is. Een hoop biologisch vlees dat veel ijzer bevat en vetarm is. En toch willen de Australiërs er niet aan (behalve dan Sydney’s Chinatown).

Een belangrijke oorzaak hiervan is dat Australiërs lijden aan het Skippy-complex. Skippy the Bush Kangaroo, de tv-serie, is nog steeds zo populair dat niemand eraan wil. Een probleem is ook dat stedelingen kangoeroevlees met doodgereden wild in plaats van loslopend wild associëren. En dan is er nog het probleem van patriottisme: welke patriot legt nu hét landsymbool in een pan?