Column

Formatie-advies uit de bibliotheek

De Haagse kabinetsinformateurs zouden er goed aan doen ‘Mémoires’ te lezen, van de liberale Franse denker Raymond Aron.

In het kasteeltje van Haydn-biograaf H.C. Robbins Landon, even buiten het Zuid-Franse Rabastens, waan ik me in de achttiende eeuw. Portretten van Haydn, Mozart en de jonge Beethoven sieren de muren van de drie salons. Boven de dressoirs hangen geslepen spiegels in fraai beschilderde lijsten. En op de pianoforte speelt de weduwe van de biograaf de Mondschein-sonate.

Gezeten aan het bureau van Robbins Landon (1926-2009) blader ik zijn oeuvre door: de vijfdelige Haydn-biografie die hem beroemd maakte, levensbeschrijvingen van Händel, Mozart en Vivaldi, The Mozart Compendium, zijn memoires Horns in High C en het boeiende 1791. Mozart’s Last Year. Uit die memoires komt mijn ‘gastheer’ naar voren als een nogal ijdele man, die door zijn rijke afkomst nooit echt hoefde te werken, maar door een toeval zijn roeping als Haydn-kenner vond. Hij nam die roeping in alle opzichten serieus en voldeed ook op erotisch gebied geheel aan de eisen van de achttiende-eeuwse elite, al staat dat nu weer niet in die memoires. Zo schreef een venijnige commentator over hem: ‘He seems to change his wives the way a coachman changes horses.’

De bibliotheek in het kasteel weerspiegelt Robbins Landons leven. Dezer dagen breng ik er uren in door. Biografieën van buitenlandse vorsten als tsarina Catharina de Grote vormen de kern van de collectie, die verder zo ongeveer de hele Franse literatuur omvat. Zo stuitte ik op Chateaubriands Mémoires d’outre-tombe, dat postuum verschenen meesterwerk over het leven van een scherpzinnige aristocraat tijdens het Ancien Régime, de revolutie van 1789 en de Restauratie. Een beter inzicht in het wezen van de politiek en het daarbij behorende opportunisme kunnen de Haagse kabinetsinformateurs zich niet wensen.

Maar gisteravond laat vond ik nog een ander boek dat in die behoefte kan voorzien: s Mémoires. Ik las het eind jaren tachtig op aanraden van uitgever Geert van Oorschot en het maakte een onuitwisbare indruk op me.

Aron (1905-1983) was een politiek filosoof, hoogleraar en journalist, die als de grootste liberale Franse denker van de twintigste eeuw gold. Maar ook was hij de intellectuele tegenstrever van Jean-Paul Sartre, zijn klasgenoot van de École Nationale Supérieure (ENS). In zijn memoires kun je nu lezen hoe zijn denken werd gevormd. De passages over zijn studietijd op de ENS trekken je meteen de Franse intellectuele wereld binnen. En net als in die jaren tachtig maakte nu ook het deel over zijn verblijf in Duitsland tussen 1931 en 1933 weer diepe indruk op me. Want terwijl zijn omgeving blind en doof was voor het opkomende nationaal-socialisme zag hij, als Jood, onmiddellijk in waar die beweging toe zou leiden. En dat was iets wat Sartre, die in die jaren nog apolitiek was en zelfs een zekere sympathie voor Hitler had, niet kon beweren, hoe graag hij dat ook had gewild.

Aron bleef zijn hele leven zuiver denken. Anders dan Sartre en de meeste andere Franse intellectuelen liep hij bijvoorbeeld niet kritiekloos achter de Sovjet-Unie of Mao aan. Alleen al voor die moed heb ik in het kasteel van Robbins Landon opnieuw grote bewondering gekregen. Politiek Den Haag zou met Arons memoires zijn voordeel kunnen doen.