Elders hebben ze wel plek voor jonge artsen

Over de grens Terwijl de arbeidsmarkt in Nederland overvol is, staan ze in het buitenland te springen om Nederlandse dokters. Voor hen die een opleidingsplek of baan zoeken, lonkt het avontuur.

Illustratie XF&M

De drie kinderen van radioloog Peter Kralt (37) praten, gestoken in schooluniformen, alleen nog maar Engels met elkaar. Zo snel kan het gaan, lacht hij aan de telefoon. „Maar met ons praten ze wel Nederlands.” Het gezin woont nu ruim een jaar in Engeland, sinds Kralt in een ziekenhuis in Rotherham (vlakbij Sheffield) aan de slag ging.

Kralt schreef zich jaren geleden in voor de geneeskundeopleiding in Rotterdam, waar hij pas na het doen van verschillende toetsen toegang toe kreeg. Na het behalen van zijn geneeskundestudie werd hij basisarts. Daarna ging Kralt als arts in opleiding aan de slag in een ziekenhuis in Almelo, waar hij werd opgeleid tot specialist in de radiologie.

„Maar in Nederland liggen de banen voor radiologen niet voor het oprapen”, zegt Kralt. „Mijn vrouw en ik hadden zin in een buitenlandse ervaring, dus besloot ik in Engeland te solliciteren. We kenden het al van vakanties. Een leuk land, mooie natuur en vriendelijke mensen.”

Veel moeite hoefde Kralt niet te doen om aan een buitenlandse baan te komen. Op Nederlandse radiologiecursussen deden Engelse bureaus actief aan acquisitie. „Ik ben zelfs weleens vanuit Engeland gebeld met de vraag of ik interesse had. De Nederlandse radiologie-opleiding staat er goed aangeschreven. Ik moest nog een taaltoets afleggen in Amsterdam, maar toen ik solliciteerde werd ik direct aangenomen.”

Van de zeven specialisten zijn er drie Nederlands, één is Hongaars en drie zijn Engels

Een stuwmeer van basisartsen

Waar Peter Kralt met zijn specialistendiploma op zak naar het buitenland vertrok, hebben veel basisartsen een ander probleem. Ze moeten nog aan de opleiding beginnen, maar moeten wachten tot er een opleidingsplaats beschikbaar is.

Het aantal plaatsen voor medisch-specialistische vervolgopleidingen is als gevolg van overheidsbezuinigingen gedaald van 1.416 in 2001 naar 1.125 per 2018. Door het dalende aantal opleidingsplaatsen en het gelijk gebleven aantal afgestudeerde basisartsen zal er „een stuwmeer van basisartsen” ontstaan, stelde de belangenorganisatie van universitair medische centra NFU in een rapport dat minister Schippers van Volksgezondheid in augustus naar de Tweede Kamer stuurde.

Volgens het Capaciteitsorgaan, dat de politiek adviseert over de gewenste omvang van medische opleidingen, neemt de werkloosheid onder basisartsen elk kwartaal toe. In januari 2016 zochten 5.100 basisartsen een opleidingsplaats, terwijl dat er in november 2012 nog maar 3.580 waren. De instroom in de studie geneeskunde moet dus omlaag, vinden bijvoorbeeld de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband en belangenorganisatie De Geneeskundestudent. Het Capaciteitsorgaan, dat de opleidingscapaciteit van medische en tandheelkundige vervolgopleidingen raamt op basis van de verwachte zorgvraag, roept het ministerie van OCW daartoe al sinds 2013 op.

Tegelijkertijd dreigt in heel West-Europa een groot tekort aan specialisten, becijferde de Katholieke Universiteit Leuven in 2010. Dat biedt dus mogelijkheden voor Nederlandse artsen die hier geen opleidingsplek of baan als specialist kunnen vinden. Op zijn afdeling is Kralt dan ook niet de enige buitenlander. „Van de zeven specialisten zijn er drie Nederlands, één is Hongaars en drie zijn Engels.”

Lees meer over de arbeidsmarkt voor medisch specialisten: Een tijdelijk contract is nu de norm

Touringcar

Om basisartsen te interesseren voor werk in het buitenland, reist BKV – een bureau dat bemiddelt tussen geneeskundestudenten, basisartsen, specialisten en buitenlandse ziekenhuizen – regelmatig met een touringcar vol basisartsen naar Duitse ziekenhuizen in de grensstreek. Ze krijgen er voorlichting van Duitse specialisten en Nederlandse artsen in opleiding.

„Er is een stijgende interesse van Nederlandse basisartsen,” zegt BKV-directeur Titjana Brillenburg Wurth-Ruygt. „Dit jaar is er zelfs uitzonderlijk veel interesse – ze komen enthousiast terug. In Duitsland kunnen ze direct in opleiding, zonder eerst nog als basisarts te werken. Daardoor kunnen ze op jonge leeftijd al specialist zijn.”

Volgens Brillenburg Wurth-Ruygt zijn de kansen voor basisartsen om aan de slag te gaan vooral in Engeland en Duitsland groot, „omdat in die landen de opleidingssystemen vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Bovendien zijn de landen dichtbij en vormt de taal meestal geen probleem.” Buitenlandse zorginstellingen vragen BKV met name om artsen voor interne geneeskunde, kindergeneeskunde, geriatrie en psychiatrie. Nederlandse artsen willen het liefst bemiddeld worden in (plastische) chirurgie en orthopedie.

Een Duits accent

Ella (32), die om persoonlijke redenen niet met haar echte naam in de krant wil, ging als basisarts ook eens mee met zo’n busreis. In een Duits ziekenhuis werd ze bevestigd in de keuze die ze al noodgedwongen had moeten maken: in Duitsland opgeleid worden tot gynaecoloog. „Ik vind gynaecologie het allermooiste specialisme. Maar in Nederland kreeg ik geen opleidingsplek of zou ik eerst nog vier jaar promotieonderzoek moeten doen. Omdat ik twee kleine kinderen heb, zag ik dat niet zo zitten.”

Anderhalf jaar werkt ze nu als artsassistent in opleiding in een klein ziekenhuis in het zuiden van Duitsland. Haar gezin ging mee. „Mijn man werkt vanuit huis nog steeds voor zijn Nederlandse werkgever”, vertelt ze met een duidelijk Duits accent.

De gynaecologieopleiding duurt in Duitsland vijf jaar, een jaar korter dan in Nederland. Het salaris is vergelijkbaar. Ella is voor 75 procent in dienst en dat betekent dat ze officieel zo’n dertig uur werkt, al komt dat in de praktijk neer op 40 á 45 uur. „Dat lijkt intensief, maar mijn werktijden zijn van half acht ‘s ochtends tot vier uur ‘s middags. En één keer in de week doe ik een vierentwintiguursdienst.”

De Duitse gezondheidszorg is anders geregeld dan in Nederland. Zo kunnen vrouwen rechtstreeks naar de gynaecoloog, zonder verwijzing van een huisarts. „Dat betekent dat ik ook weleens met kleinere zaken te maken krijg zoals het afnemen van een zwangerschapstest,” zegt Ella. „Vrouwen die geen geld over hebben voor een test van de drogist, kunnen ‘s nachts gratis in het ziekenhuis terecht.” Ook ziet ze borstkankerpatiënten, terwijl die in Nederland door de chirurg behandeld worden.

Engelse laboranten spreken me aan met dokter. In Nederland noemen ze me gewoon Peter

Vousvoyeren

Zien de Nederlandse artsen in het buitenland ook culturele verschillen? Peter Kralt wel. „Engelsen trekken bij lichamelijk onderzoek minder gemakkelijk even hun hemd omhoog. Ik frommel mijn echokop soms een beetje tussen de kleren.” Anderzijds hebben Engelsen meer geduld. „Ook als ze lang moeten wachten op de uitslag.”

Zijn Engelse collega’s vindt Kralt hiërarchisch ingesteld. „Engelse laboranten spreken me aan met dokter. In Nederland noemen ze me gewoon Peter. Ook hebben Nederlandse laboranten veel zelfstandigheid en maar één chef. In Engeland moet er meer overlegd worden en zijn er veel plaatsvervangende chefs. Het is hier formeler en daardoor wat trager.”

Ook in Duitsland is er meer hiërarchie, ervaart Ella. Haar Chefarzt en zij vousvoyeren elkaar. „Als hij zegt dat iets op een bepaalde manier moet gebeuren, dan gebeurt het zo. Of ik nu vind dat hij gelijk heeft of niet. Soms is dat vervelend. Maar gelukkig accepteert hij dat ik als Nederlandse iets assertiever ben. Mijn Duitse collega’s zien dit natuurlijk gebeuren en geven nu vaker meer hun mening. Daar staat hij nu ook meer voor open.”

Bovendien is er meer afstand tussen de dokter en de patiënt, vertelt Ella. „Nederlandse artsen informeren patiënten over de verschillende behandelmogelijkheden. In Duitsland bepaalt de dokter wat goed is voor de patiënt en die accepteert dat meestal ook. Ze kijken hier erg tegen artsen op en noemen me ‘Frau Doktor’. Dat was in mijn tijd in Amsterdam wel anders.”

Unheimnisch gevoel

Ella blijft in ieder geval in Duitsland werken tot ze specialist is. „Dat duurt nog drieënhalf jaar, daarna zien we wel weer verder.” Of Kralt iets merkt van de Brexit? „Er is werk genoeg en dat moet gewoon gedaan worden. Maar de wetenschap dat veel Engelsen het liefst hebben dat je weer weggaat, geeft wel een unheimisch gevoel. Je voelt je toch niet helemaal welkom. Een winkelier die eens hoorde dat ik hier als buitenlandse dokter werk, zei: ‘Oké, je betaalt tenminste belasting.’ Dat voelde als een sneer.”

Over drie jaar, als hun oudste dochter twaalf is en naar de middelbare school zal gaan, beslissen Kralt en zijn vrouw of ze in Engeland willen blijven of teruggaan naar Nederland. „Ik weet niet of het dan een pré is dat ik buitenlandervaring heb. Ik probeer me door het volgen van extra cursussen in ieder geval alvast te onderscheiden.”

Maar voorlopig zit Kralt nog in Engeland. „Tenzij de regering anders besluit of als ik als buitenlander een apart persoonsbewijs moet krijgen. Ik weet niet of ik in zo’n land wil wonen.”