Dodenakkers als stadsparken

Begraafplaatsen

Zorgvlied en De Nieuwe Ooster, de ‘Père Lachaises’ van Amsterdam, kent iedereen. Maar de stad telt nog veel meer, vaak onbekende begraafplaatsen – meestal zeer de moeite waard voor een bezoek. De dodenakker als aantrekkelijk wandelpark.

De Nieuwe Ooster Foto Simon Trel

Wie door het westelijke deel van het Flevopark loopt, kan op sommige momenten het gevoel krijgen in een typische horrorfilm terecht te zijn gekomen. In een moerassig deel van het park, vol riet en slootjes, steekt in de verte een enkele grafsteen de lucht in. Vaak scheef, slecht te zien en niet goed bereikbaar, zijn ze vooral in de ochtendmist enigszins unheimisch. Maar de vele kinderen die hierlangs naar hun sportclubs fietsen valt het allang niet meer op.

De Joodse begraafplaats in het westelijk deel van het Flevopark is een van de minst bekende begraafplaatsen die Amsterdam rijk is. Bijna elke stadsbewoner kan vermoedelijk De Nieuwe Ooster en Zorgvlied (die laatste ironisch genoeg net in Amstelveen gelegen) opnoemen; de ‘Père Lachaises’ van Amsterdam – voor zover de stad een begraafplaats heeft die zich met de Franse Grande Dame kan meten. Hier liggen immers de beroemde schrijvers, toneelspelers en muzikanten als Harry Mulisch en Herman Brood. Maar Amsterdam kent nog veel meer bijzondere laatste rustplaatsen dan deze twee.

In bijna elke windrichting van de stad ligt wel een opvallende begraafplaats. Zo blinkt Noord uit in een aantal kerkhofjes die oorspronkelijk bij dorpjes als Schellingwoude en Ransdorp hoorden. In Zuid ligt de enige katholieke begraafplaats van de hoofdstad, de laatste rustplaats van Wim Sonneveld – vlak langs de A10, maar dankzij goede geluidswallen en een verder rustige omgeving toch aangenaam. Veel van deze minder bekende laatste rustplaatsen zijn vaak op hun eigen manier een bezoek waard, ondanks dat ze bijvoorbeeld beroemde graven missen.

Je moet daarvoor wel bijna altijd naar de randen van de stad. In het hart van Amsterdam liggen bijna geen begraafplaatsen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Praag of Parijs. Dat heeft historische redenen, vertelt Guus Sluiter, directeur van het Nederlands Uitvaartmuseum Tot Zover op begraafplaats De Nieuwe Ooster. „Mensen werden lange tijd vooral in kerken begraven, of op begraafplaatsen binnen de bebouwde kom. Vanaf de 18de eeuw groeide de bezorgdheid over hygiëne: de begraafplaatsen stonken vaak, en de graflucht zou ziektes kunnen overbrengen. Bovendien werd begraven in de kerk vanaf 1830 verboden.” Voortaan zouden er nieuwe begraafplaatsen buiten de bebouwde kom komen.

Joodse begraafplaats Zeeburg aan de Valentijnkade. Foto Olivier Middendorp
De Nieuwe Noorder

Foto Simon Trel
Huis te Vraag

Foto Simon Trel

Likkebaardend

Graven in het centrum zijn in Amsterdam dus tegenwoordig eigenlijk altijd kerken. Uitzondering, aan de rand van het centrum: de restanten van de oude Oosterbegraafplaats, achter het Tropenmuseum. Daar staan nog altijd een paar zerken die niet geruimd zijn. Vanaf 1864 lag hier een grote begraafplaats, maar die werd na een paar decennia alweer opgeslokt door de stad. In 1910 begon het ruimen.

Vooral in het westen- en zuidwesten van de stad ligt een behoorlijk aantal rustplaatsen. Het Westerpark heeft op een steenworp afstand twee begraafplaatsen: Vredenhof en Sint-Barbara. En helemaal in het uiterste puntje van de stad, bij Osdorp, ligt het strakke Westgaarde, met nog een origineel stukje grasmat uit het oude Ajax-stadion De Meer.

Wat dichter bij het centrum ligt het opvallende Huis te Vraag, in de Schinkelbuurt. De begraafplaats stamt uit 1891 en is sinds 1962 niet meer in gebruik voor nieuwe graven. Sindsdien kijken volgens Sluiter van Tot Zover projectontwikkelaars „likkebaardend” uit naar het stuk grond, maar Huis te Vraag houdt het nu al jaren vol als een unieke, weelderige, overgroeide stadstuin. Dat effect wordt expres beoogd, en geeft de bezoeker vaak het idee de enige aanwezige te zijn in een soort jungle.

Vredenhof

Foto Simon Trel
RK Begraafplaats Buitenveldert

Foto Simon Trel
Zorgvlied

Foto Simon Trel

Bijzonderder dan een ‘gewoon’ park

Precies dat parkaspect van een begraafplaats – vaak minutieus gepland door een landschapsarchitect – maakt het vaak tot zulke aangename plekken, vindt Sluiter van Tot Zover. Natuur in Nederland is al wat schaars, en begraafplaatsen zorgen voor het nodige groen. „De Nieuwe Ooster is bijvoorbeeld een officieel arboretum. Er staan hier honderden soorten bomen en heesters. Het is eigenlijk een soort bomenmuseum.” Geen wonder dus, wat hem betreft, dat er tegenwoordig soms zelfs mensen komen joggen op het enorme terrein. Of dat er in Almere inmiddels een begraafplaats ligt met een fietspad er dwars doorheen.

Maar een recreatief bezoek kan om meer redenen aantrekkelijk zijn dan alleen het groen. Op veel begraafplaatsen kun je je ogen uitkijken naar graven vol weelde, zoals die van de Roma- en Sintigemeenschappen. Vaak prijkt het statussymbool van een Mercedes prominent op de enorme monumenten. Op de Nieuwe Noorder, dat naast Enneüs Heerma maar weinig beroemde graven kent, is speciaal gedacht aan dieren. Zo is er een ijsvogelpad en een insectenhotel, en staan er meerdere bijenkasten. In een oude put woont een vleermuiskolonie.

En ook voor architectuurliefhebbers kan een begraafplaats soms onverwachts interessant zijn. Wie kan de enorme stompe kerktoren van Ransdorp niet waarderen als bewaker van de minuscule begraafplaats in het dorpje? En wat te denken van de mix van oude en nieuwe architectuur op De Nieuwe Noorder? Amsterdamse School-gebouwen lopen daar aan de rand van een vijver over in nieuwbouw uit 2013.

Toch kan men bij het bezoeken van een begraafplaats ook uiteindelijk niet eromheen dat het hier niet alleen gaat om gebouwen, planten of kunst. Alle graven en monumenten, hoe begroeid of verscholen ook, laten je automatisch stilstaan bij de dood. Misschien vindt er zelfs wel net een begrafenis plaats. Maar die dingen maken een bezoek ook bijzonderder dan het gemiddelde bezoek aan een park. Of, zoals de dichter Hendrik van Teylingen schreef in zijn dichtbundel over Huis te Vraag:

Het toeven op de dodenakker

Onder de bloeiende seringen

Maakt onweerhoudbaar ’t peinzen wakker

Over het vluchtige der dingen.