Column

Dit is de top-10 van taalergernissen

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: taal waar mensen zich het meest aan ergeren.

Af en toe moet je als taalcolumnist de thermometer weer eens even diep in je doelgroep steken om erachter te komen wat ze wil, dus ik dacht: ik vraag op Twitter wat jullie ergste taalergernissen zijn. Ik kreeg zo veel reacties, dat ik maar een toptien heb gemaakt. Om even heel erge jeuk van te krijgen. Kun je daarna gelouterd weer verder.

1. Ik besef me. Veel mensen denken dat ‘beseffen’ iets is als badschuim waarmee je je kan inzepen, maar ‘beseffen’ is toch écht niet wederkerend. Je zegt dus niet ‘ik besef me’, maar ‘ik besef’. Wél correct: ‘ik realiseer me dat ‘ik besef me’ fout is’.

2. Zich irriteren. NEE, zich ergeren! Je irriteert je niet, je ergert je. Je irriteert anderen als je ‘ik irriteer me’ zegt.

3. Me fiets, me moeder, me domheid. Vooral veel gebruikt door 13-jarige meisjes, maar helaas ook steeds vaker door hun ouders. We stoppen ermee, want het is ‘mijn’. Wil je toch een korte variant, typ dan ‘mn’. Dan laat je zien: ik weet hoe het zit, maar ik moet nu ff (!) door.

4. Verkleinwoordjes. Als er íéts is waar heel veel mensen jeuk van krijgen, dan is het wel van ‘zuurtjes’ in de wijn, ‘zoetjes’ in de salade en ‘kindjes’ in de bakfiets. Extra erg: ‘vriendinnetje’ als een volwassen vrouw van 1,84 meter en 65 kilo bedoeld wordt; ‘een drankje doen’ als het met sloten tegelijk naar binnen wordt gekanteld en ‘collegaatje’ als het gaat om een potige volwassen kerel van 39 met een baard.

5. Een stukje. Ik dacht dat na jaren van ‘stukjes beleving’, ‘stukjes kennisoverdracht’ en ‘stukjes communicatie naar je collega’s toe’ de stukjes ons inmiddels wel de keel uit gekomen waren, maar nee, Mark Rutte zei het woensdag gewoon nog: „een stukje visie neerzetten”. Stop ermee. Stukjes zitten in je neus, of in een puzzeldoos.

6. Een beslissing maken. Nee, een beslissing neem je. Bijvoorbeeld de beslissing om geen anglicismen meer te bezigen als dat niet nodig is.

7. Hun hebben, hun zeggen. Er zijn al geluiden om ‘hun hebben’ goed te gaan rekenen omdat zoveel mensen het zeggen, maar ik kan jullie verzekeren dat mijn lezers nog lang niet zover zijn. Sterker nog, een aantal heeft al galbulten opgelopen toen ze het alleen al als suggestie naar me stúúrden.

8. Welke. Vooral juristen, bromsnorren en makelaars hebben er een handje van om ‘welke’ te gebruiken in zinnen als ‘de man welke de verdachte met een hamer op zijn hoofd sloeg’ of ‘de tuindeur welke openslaat naar de tuin’. Brrr. Stop met die gewichtigdoenerij. Zeg ‘die’ of ‘dat’.

9. Zeg maar. We kunnen mensen op de maan zetten en hebben de dinosauriërs en de builenpest de wereld uit gekregen, maar het lukt ons maar niet om ‘zeg maar’ als stopwoordje uit te bannen. Een euro boete per keer, zou ik zeggen. En dan na een jaar met z’n allen ervan op vakantie.

10. Dit is wat we weten over…, dit zijn de 10 redenen dat…, dit is de slechtste kop ooit. Het was even een pijnlijk moment toen bleek dat veel van jullie zich ergeren aan dit soort koppen boven stukken die ook geregeld bij NRC te lezen zijn. Sterker nog, ook boven deze column. Dus ik heb een idee: laten we in staking gaan. Als jullie nou stoppen erop te klikken, dan stop ik met die koppen. Zullen we dat zo afspreken?

Taaltips op Twitter via @Japked