Recensie

Niets hoeft de wiskundige een avontuurlijk leven in de weg te staan

Zijn leven lang maakte wiskundige Tedd Hill aantekeningen van zijn rebelse avonturen. Hij heeft er nu een boek over geschreven.

In de wiskunde hebben rebellen en vrijdenkers vrij spel. Geen laboratorium of wagens vol proefpersonen, meer dan potlood en papier heb je niet nodig. Als wiskundige ben je zo vrij als een vogel en hoeft niets een avontuurlijk leven in de weg te staan. Dat is de boodschap die de Amerikaan Ted Hill zijn lezers wil meegeven in zijn boek Pushing Limits. Op het omslag is hij zelf te zien, afdalend langs een van de kliffen langs de Mississippi.

De 73-jarige Hill, gespecialiseerd in de kansrekening, was het grootste deel van zijn werkzame leven verbonden aan het Georgia Institute of Technology in Atlanta. Maar hij zag het totaal niet zitten elke dag dezelfde route af te leggen van zijn huis naar de universiteit en weer terug. Hill wilde de wereld zien en zocht altijd het avontuur.

Toen Hill een jaar in Göttingen studeerde, aan de universiteit waar ooit Gauss, Riemann en Hilbert rondliepen, was (West-) Duitsland hem te klein. Hij kocht een Volkswagenbusje en trok eropuit naar Schotland en Ierland. En, nu hij toch in Europa was, kon Rusland er ook nog wel bij. Want Hill wilde de Staatsuniversiteit van Moskou zien, de plek van Kolmogorov, de grote meester van de kansrekening. Het was de tijd van de Koude Oorlog, maar Hill liet zich daardoor niet uit het veld slaan. Hij regelde de benodigde visa en kreeg zelfs een Duitse vriendin zo ver om met hem mee te gaan. De trip achter het IJzeren Gordijn leest als een script voor een roadmovie.

Hoe liep het nou af met Noreen, die Haagse vrouw met wie hij een lange-afstandsrelatie had?

Zijn leven lang maakte Hill aantekeningen van zijn belevenissen: de hindernisbaan die hij als militair in Vietnam aflegde, het regelen van een illegale abortus voor een vriendin, de beschuldiging van piraterij op de Bahama’s, of de verdenking van drugssmokkel in Griekenland. Het zijn maar een paar voorbeelden van Hills memoires. Zijn boek staat er vol mee.

Hill heeft een bijzondere band met Nederland. Hij noemt Amsterdam zijn favoriete stad (Berkeley is een goede tweede). Aparte paden en stoplichten voor fietsers, de etnische diversiteit, de architectuur van de grachtengordel, Rembrandt, het assortiment aan hasj en paddo’s: geen enkele stad kan onze hoofdstad verslaan. Hij was er, net als in Leiden, gastprofessor. „Nu, Ted, waar ga je heen fietsen morgen? Ik weet nog niet, misschien langs de duinen”, schrijft Hill in het Nederlands. Zulke conversaties voerde hij met zichzelf om de taal te leren.

Hill schrijft vlot. Soms té vlot. Hoe liep het nou af met Noreen, die Haagse vrouw met wie hij een lange-afstandsrelatie had? Het gaat mij natuurlijk niets aan, maar soms smachtte ik naar Knausgård-achtige details. Hill blijft echter nergens lang hangen. Na een bladzijde Amsterdam is hij alweer in Costa Rica.

En de wiskunde? Hill weidt uit over zijn verklaring van de wet van Benford, over de scheve verdeling van begincijfers van willekeurige getallen zoals beurskoersen. En het is duidelijk dat Hill houdt van wiskunde die hij met huis-tuin-en-keuken-voorbeelden kan uitleggen. Aan een Volkskrant-journalist legde hij ooit een theoretisch verdelingsprobleem uit aan de hand van een stel vissers die hun buit gegarandeerd naar ieders tevredenheid kunnen verdelen. Een gesprek met een schaapsherder in Australië over de prijs van wol deed Hill denken aan een probleem uit de speltheorie, waar hij met een collega twee jaar op heeft zitten broeden. Het leidde tot een publicatie in Annals of Probability. Wie het artikel doorscrollt, merkt direct dat het hier om ‘harde wiskunde’ gaat, die ver van de schapen af staat.

In Pushing Limits doet Hill geen poging die wiskunde uit te leggen; hij wil de niet-wiskundige lezer geen onverteerbare kost voorzetten. Hills avonturen staan voorop en die zijn het lezen waard.