De prairierijtjeshuizen van Jan Wils

architectuur

De Papaverhof in Den Haag is oer-Hollands èn Amerikaans. Nu is er een boek over het tuinstadwijkje.

Toen de Papaverhof in Den Haag omstreeks 1920 werd gebouwd, was het buurtje niet alleen oer-Hollands traditioneel, maar ook ultramodern Amerikaans. Traditioneel was (en is) de Papaverhof omdat 68 van de 128 woningen zijn gebouwd rondom een gezamenlijke tuin, zoals in zoveel hofjes in oude Nederlandse binnensteden. Het enige verschil met een zeventiende-eeuws hofje is dat de gezamenlijke binnentuin wordt omgeven door een straat waar nu auto’s staan.

Ultramodern was de Papaverhof omdat de 128 woningen zijn ontworpen door Jan Wils (1891-1972). Toen de 30-jarige Wils in 1919 de opdracht kreeg voor de Papaverhof, was hij, als lid van de avant-gardistische De Stijlgroep, een van de modernste architecten van Nederland.

De invloed van De Stijl is in de Papaverhof, nu een gerestaureerd Rijksmonument, vooral zichtbaar in de heldere kleuren – blauw, geel, groen – die deuren en raamlijsten hebben gekregen. Maar verder waart in de Papaverhof vooral de geest rond van Frank Lloyd Wright (1867-1959), de Amerikaanse architect wiens ‘prairiehuizen’ grote invloed hebben gehad op de Nederlandse architectuur van begin twintigste eeuw. Wils was zelfs zo in de ban van Wright dat hij van de rijtjeshuizen rondom de tuin kleine prairiehuizen maakte. In plaats van de gebruikelijke, rechte, lange rijen huizen, liet Wils steeds verspringende, aan elkaar geschakelde twee-onder-éénkappers bouwen die lijken op de horizontaal gelede villa’s met platte daken die Wright eerder in Chicago had gebouwd.

Ook heel modern was dat Wils alle huizen in de Papaverhof van sintelbeton wilde bouwen. Maar de eerste betonnen huizen vertoonden zo veel scheuren en andere gebreken dat de later gebouwde 60 etagewoningen weer gevels van oer-Hollandse bakstenen kregen.

Marcel Teunissen: De Papaverhof van Jan Wils. Uitg. NAi 010 uitgevers, 128 blz. € 29,95