Recensie

Sopraan Damrau imponeert op chique openingsavond KCO

Klassiek Met de ‘Opening Night’ begon het Concertgebouworkest het nieuwe seizoen donderdag in stijl: met puntgaaf orkestspel onder Thomas Hengelbrock en een stralend aandeel van sopraan Diana Damrau.

Het beluisteren van de Duitse stersopraan Diana Damrau is een zeldzame attractie. Foto Robin Utrecht

Een paarse loper met koningin Máxima, dress-code black tie en volop champagne: met de ‘Opening Night’ als aftrap van het seizoen begon het Concertgebouworkest drie jaar geleden een nieuwe traditie. Het muziekleven in Nederland was daarvoor lang opvallend glamourvrij, maar ongeveer gelijktijdig schudden beide nationale muziekboegbeelden – Nationale Opera en Concertgebouworkest – de laatste restjes calvinisme af, en werd plaats gemaakt voor meer glitter en bubbels.

Logisch, want als eigen inkomsten voor kunstinstellingen cruciaal worden, wordt een warm relatiebeheer dat ook. Ter illustratie: de Stichting Donateurs Concertgebouworkest voor particuliere schenkingen haalde vorig jaar 2,6 miljoen euro op, bedrijfssponsoring was goed voor ruim een miljoen. In een totale begroting van 27 miljoen zijn dat substantiële bedragen. Voor het prestigieuze nieuwe ‘RCO House’ dat in 2018 opent om de hoek van het Concertgebouw en dat oefenruimtes, kantoorruimte voor de orkeststaf en een ensemblezaal zal huisvesten, hoopt het orkest 10 van de benodigde 12,5 miljoen euro in te zamelen via particulieren, fondsen en bedrijven (de actuele teller staat op circa 5 miljoen).

De Opening Night was donderdagavond wel bijna maar niet geheel uitverkocht (kosten vanaf 130 euro per persoon, inclusief diner en drank). Dat was meervoudig jammer, want de recette komt ten goede aan de academie van het orkest en het beluisteren van de Duitse stersopraan Diana Damrau is een zeldzame attractie; tot 2014 was ze hier zelfs nooit.

Lees hier een interview met Diana Damrau naar aanleiding van haar Nederlands debuut: ‘Woede vind ik verrukkelijk!’

Een gala-avond heeft eigen wetten, die het Concertgebouworkest goed aanvoelde. Niet te zware kost (zowel culinair als muzikaal), een vleugje flitsende frivolité (sopraan Damrau) en een dirigent (de eveneens Duitse Thomas Hengelbrock) die met korte, lichte introductiespeeches en een ontspannen muzikale leiding sfeervolle laagdrempeligheid en artistieke hoogwaardigheid in elkaar liet overlopen.

Sopraan Diana Damrau toonde zich een fenomeen; haar Mozart-aria’s vulden de Grote Zaal imponerend moeiteloos met haar warmklankige, loepzuiver klaterende vocale praal. Mozarts melancholieke levensherfstaria Dove sono („zo’n stuk dat illustreert waarom wij musici eigenlijk musici zijn geworden”, verwoordde dirigent Hengelbrock) zong ze stralend naturel; vocaal zo volstrekt volmaakt dat je je eigen ontroering bijna vergat toe te laten. Hengelbrock toonde zich een zeer slagvaardig dirigent, wiens kracht vooral schuilt in overzicht, helderheid, gevoel voor contrast, charme en een intelligente bescheidenheid – en minder in fureur of eigenzinnigheid.

In Dvoráks aanstekelijke Achtste symfonie etaleerde Hengelbrock vakkundig waar het gala om draaide: het geweldig spelende Concertgebouworkest dat soepel snorde tot in de kleinste radertjes, imponeerde in de soli (concertmeester Prunaru, trompettist Tomasoni, hoboïst Ogrintchouk) en roerde door de compromisloze inzet van de spelers (cellisten Van Iersel en Horsch, om er maar een paar te noemen).

Als feestdessert zong Diana Damrau daarna, zeer passend, Leonard Bernsteins Glitter and be Gay (uit Candide); precies zo wervelend en wuft als wenselijk.