In de yeshiva’s is het leger een vies woord

Over een jaar moeten ook ultra-orthodoxe Joden in militaire dienst, bepaalde het Israëlisch Hooggerechtshof. „Ik kan je verzekeren dat er over een jaar geen enkele van onze jongeren het leger in gaat”, is de reactie in de yeshiva’s, hun opleidingsinstituten.

Een ultra-orthodoxe jood loopt in de wijk Mea Shearim in Jeruzalem langs een pamflet 'tegen de Zionistische bezetting'. Foto Thomas Coex/AFP

„Wij gaan niet in militaire dienst”, zeggen de tienerjongens die met een dik exemplaar van de joodse Talmoed onder de arm op weg zijn naar een klaslokaal van hun yeshiva in de ultra-orthodoxe joodse wijk Mea Shearim in West-Jeruzalem. De tientallen jongeren die zich opmaken voor de les zien zichzelf de rest van hun leven hun eigen uniform blijven dragen: zwarte schoenen, zwarte broek, wit overhemd, zwart jasje en een zwart keppeltje.

Hun leeftijdsgenoten uit de seculiere en nationalistisch-religieuze sectoren van de Joodse samenleving weten al wanneer ze moeten opkomen voor de dienstplicht van het Israëlische leger. Maar in de yeshiva’s blijven de leerlingen leren, ook als ze volwassen zijn, vaak hun leven lang met een toelage van de staat.

Lees ook dit stuk dat toenmalig NRC-correspondent Leonie van Nierop in 2014 over de ultra-orthodoxe joden schreef: Zij die beven moeten werken

De yeshiva’s zijn de opleidingsinstituten van de mannen in de ultra-orthodoxe samenleving en de leerlingen krijgen daar uitsluitend les in religie. Al sinds de oprichting van de Joodse staat in 1948 worden ultra-orthodoxe joden vrijgesteld van de dienstplicht die elders zowel geldt voor mannen (drie jaar) als vrouwen (twee jaar). Een uitspraak van het Israëlische hooggerechtshof afgelopen dinsdag maakt een einde aan die uitzonderingspositie.

Niet meer alleen voor freiers

„De dienstplicht is niet meer alleen voor freiers“, reageerde het Israëlische parlementslid Yair Lapid, gebruikmakend van een veelgebruikte term in het Hebreeuws die zoveel betekent als ‘gekke Gerrit’. Lapid is voorman van de seculiere partij Yesh Atid en maakte deel uit van de vorige regering van premier Benjamin Netanyahu. In die regering was hij de drijvende kracht achter een wet die in 2014 de dienstplicht voor ultra-orthodoxe joden invoerde.

Kort daarna echter viel de regering en sindsdien hebben de ultra-orthodoxe partijen Yesh Atid vervangen als coalitiepartner van Netanyahu. Deze partijen stelden als voorwaarde voor de toetreding tot de regering dat de wet van Lapid gewijzigd werd. Het is deze wijziging die het Hooggerechtshof nu discriminerend voor seculieren acht. Over een jaar moeten ultra-orthodoxe joden in dienst, al hebben de ultra-othodoxe partijen Netanyahu reeds gevraagd een nieuwe uitweg te bedenken.

Foto Thomas Coex/AFP

Volgens Lapid heeft Netanyahu met zijn knieval voor de ultra-orthodoxen de waarden van het zionisme, het Israelische leger en het nationalistische kamp bedrogen. Maar met de uitspraak van het Hooggerechtshof hebben die waarden alsnog gewonnen, zegt Lapid.

Achter de tralies

In Mea Shearim denken ze daarentegen dat Lapid en de zijnen op de lange termijn alleen maar verliezen. „Ik kan je verzekeren dat er over een jaar geen enkele van onze jongeren het leger in gaat”, zegt Rafael, een bebaarde vijftiger die op bezoek is bij een vriend in een winkel waar religieuze boeken en keppeltjes te koop zijn.

Wat volgens Rafael wel mogelijk is, is dat er volgend jaar ultra-orthodoxe jongeren achter de tralies belanden omdat ze weigeren op te komen voor de dienstplicht. „Als iemand ergens in gelooft, houd je dat niet tegen met een rechtbank of met het leger.”

Door de dienstplicht op te dringen vervreemden seculiere Israëliërs de ultra-orthodoxen die wel een dialoog willen met de seculiere samenleving, zegt Rafael: „Ik wil samenwerken. Maar door dit soort beslissingen voel ik me uitgesloten. Zij willen dat ik net als zij leef. Zo werkt dat niet. Het zijn twee verschillende werelden.”

Het is volgens Rafael juist het Hooggerechtshof dat discrimineert: „Er zijn zoveel seculiere Israëliërs die niet het leger ingaan, daar hoor je niemand over. En ik wil ook wel eens weten wat al die mensen die nu schreeuwen dat wij profiteurs zijn in het leger gedaan hebben. De meeste mensen daar hebben nutteloze kantoorbaantjes, ze hebben ons echt niet nodig.”

De beslissing van het hof kan ook gevolgen hebben voor Palestijnse Iraëliërs, die wellicht voortaan ook het leger in moeten. Van Nierop schreef in 2012 al over dit aspect van de kwestie.

Dat neemt overigens niet weg dat het leger nodig is, zegt Rafael:

„Ook uit onze samenleving gaan mensen het leger in. Maar waar ik een probleem mee heb, is hoe het leger zichzelf vereert. Hoe het oorlog vereert. Het leger kan meer van onze waarden gebruiken dan andersom.”