Meer overstromingen, maar we zijn er nu beter op voorbereid

Extreem weer

De wereld moet rekening houden met snel wassend water. Steden kunnen zich wapenen, maar dat vergt stevig, vooruitziend bestuur.

Luchtfoto's tonen de enorme verwoesting op het eiland Sint-Maarten na orkaan Irma. Foto Vincent Jannink/ANP

Water in de straten – de wereld kan er maar beter aan wennen. Honderden miljoenen mensen in kuststroken en langs rivieren zullen komende decennia allengs vaker te maken krijgen met overstromingen.

De oorzaken daarvan zijn duidelijk: door klimaatverandering stijgende zeespiegels, verhevigde regenval en aanzwellende orkanen. Intussen neemt de bebouwing aan kusten en langs rivieren door urbanisatie en bevolkingsgroei toe. Er is kortom méér water, en het kan minder snel weg.

Het jaar 2017 laat deze boodschap goed doordringen. Terwijl de verwoestende spektakels van de orkanen Harvey en Irma de meeste media-aandacht trokken, leek het water overal te zijn. Extreme moessonregens eisten meer dan 1.200 levens in India, Bangladesh en Nepal. In Sierra Leone kostte een modderstroom aan meer dan duizend mensen het leven.

Studio NRC

Volgens het VN-bureau voor rampenbestrijding en -vermijding is het aantal natuurrampen sinds het begin van de jaren negentig sterk toegenomen. De EM-DAT, een mondiale rampen-database waarop de VN zich baseren, telde 335 weer-gerelateerde rampen tussen 2005 en 2014, een toename van 14 procent vergeleken met de periode 1995-2004, en bijna het dubbele van het aantal rampen door extreem weer (inclusief droogte en hittegolven) in het decennium daarvoor.

Overstromingen komen het vaakst voor: 47 procent van de weergerelateerde rampen tussen 2005 en 2014. Zij troffen in het laatste decennium de meeste mensen: 2,3 miljard, van wie het overgrote deel (95 procent) in Azië. Het dodelijkst blijven stormen, die in de periode 2005-2014 liefst 40 procent van de dodelijke slachtoffers door natuurgeweld maken. Voor overstromingen was dat 26 procent. Hoewel de economische schade in absolute termen steevast het grootst is in rijke, westerse landen, zijn arme bevolkingsgroepen en derdewereldsteden veruit het kwetsbaarst.

Er is ook goed nieuws. „Steden en landen kunnen veel doen om zich te wapenen tegen het water. En daarin is de afgelopen tien, vijftien jaar veel vooruitgang geboekt”, zegt Mathijs van Ledden. Hij is als deskundige in het voorkomen van rampen en in wederopbouw erna verbonden aan het ‘rampenbureau’ van de Wereldbank, de Global Facility for Disaster Reduction and Recovery.

Studio NRC

Moderne communicatie heeft waarschuwingssystemen verbeterd. Voorspellingen zijn nauwkeuriger. Dodentallen zijn onder meer daardoor sterk afgenomen. Volgens de VN is het aantal mensen in Zuidoost-Azie en het Pacifisch Gebied dat wordt blootgesteld aan overstromingen en cyclonen sinds 1980 met 70 procent gestegen. Tegelijkertijd is de kans daarbij om te komen gehalveerd. „Neem Bangladesh”, zegt Van Ledden:

„De tropische cycloon Bhola eiste in 1970 in Bangladesh [toen nog Oost-Pakistan] 300.000 levens. Dat is nu al heel lang niet meer gebeurd.”

Sindsdien zette Bangladesh, met hulp van de internationale gemeenschap, een groot preventieprogramma op touw, met dijken, waarschuwingssystemen, evacuatieplannen en schuilplaatsen. Toen in mei van dit jaar Mora door het land raasde, richtte die cycloon grote verwoestingen aan, maar bleef het dodental beperkt tot achttien.

Het zijn vooral de in kuststeden opeengepakte mensenmassa’s die onderzoekers zorgen baren. Steden groeiden van oudsher aan rivieren, aan kusten en in rivierdelta’s. In vroegere tijden bood zo’n omgeving de gunstigste voorwaarden voor drinkwater, landbouw, handel en transport. Maar bij de stijgende waterspiegels en aanzwellende stortregens van de zeer nabije toekomst zijn juist dit de „plekken die eigenlijk niet langer logisch zijn”, schreef The New York Times onlangs. Vooral miljoenensteden in Azië en de VS lopen gevaar. Uit een Wereldbankstudie uit 2013 kwam een toptien naar voren die zich uitstrekte van de Chinese stad Guangzhou via Miami, New York en New Orleans naar het Chinese Shenzen en het Japanse Osaka.

Studio NRC

Steden kunnen zich wapenen. Aan technische oplossingen is geen gebrek, van dam- en dijksystemen tot evacuatieplannen, strengere bouwvoorschriften en verzekeringen. Maar naast de technische oplossingen „draait het ook altijd om de bestuurskwaliteit van een land”, zegt Van Ledden. Bestuurders, legt hij uit, moeten de langetermijnvisie hebben om waterwerken te plannen, de kracht om te plannen en weerstand te bieden aan de bouwwoede van projectontwikkelaars. En dan is er nog de politieke wil. Komende decennia dreigt voor tientallen Amerikaanse kuststeden regelmatige overstroming. Niettemin verlaagde president Trump kort voor de komst van de verwoestende orkaan Harvey de normen voor de overstromingsbestendigheid van infrastructuur, berichtten Amerikaanse media.

Nederland is goed beschermd. Toch past ook hier bescheidenheid, zegt Van Ledden. „Ook wij hebben veel zware overstromingen gekend met veel slachtoffers. En over de Deltawerken hebben we veertig jaar gedaan. Het is een kwestie van de lange adem.”

Dat neemt niet weg dat het er de komende decennia op aan gaat komen in de race tussen bestuurders en wassend water. Van Ledden, met gevoel voor understatement: „Vooral de toenemende urbanisatie van laaggelegen gebieden vormt een uitdaging.”

Lees ook het interview met manager van Sint-Maartens grootste zorgorganisatie: ‘Mensen worden wanhopig, dan kun je alles verwachten