Recensie

Tori Amos verheft navelstaren tot kunst

Pop

Tori Amos gun je haar excentriciteit, maar voor het optreden in Carré moest je wel bereid zijn om diep met haar mee te kijken.

Halverwege haar soloconcert, verlaat door de storm die haar via Eindhoven naar Amsterdam had gebracht, begon Tori Amos doodleuk aan een cover van ‘The Rose’. Ze zong het door Bette Midler bekend gemaakte lied tergend langzaam, met veel valse lucht en schrille uithalen gericht op de kroonluchters van Carré. Daarna kwam ‘Suzanne’ van de betreurde Leonard Cohen, minstens zo amechtig gebracht, met een zelfverzonnen refrein dat geen plek had in een lied dat juist geen franje nodig heeft. Het was met voorsprong de lelijkste popmuziek die ik ooit gehoord heb in Carré, nog los van het feit dat ‘Suzanne’ in deze gewijde omgeving toebehoort aan Herman van Veen.

Erger nog was dat Tori het slappe cover-intermezzo in het kader van haar Fake Muse Network bracht als remedie tegen „de bullshit uit Washington”. Met haar laatste album Native Invader wilde ze weerwerk geven aan de politiek van Trump. Van die protestmuziek kwam weinig terecht, tussen oud werk als ‘Caught a Lite Sneeze’ en zelfs een liedje van haar vroegere hardrock-incarnatie Y Kant Tori Read. Handig manoeuvrerend tussen de vleugel en een batterij elektronica waarbij synthesizer en drumcomputer vanzelf begonnen te spelen, gooide Amos al haar stemmetjes en parmantige maniertjes in de strijd.

Ellen Deckwitz interviewde zangeres Tori Amos in Londen. Amos maakt op haar nieuwe album een vuist tegen Trump, de klimaatcrisis en het verdraaien van woorden.

Fanclubmeeting

Het liefst presenteert de 54-jarige zich tegenwoordig als ieders gekke oma. „Menopauze is hot”, beweerde ze blijmoedig, „alleen vergeet je alles.” Ingewikkelde nummers als het emotionele ‘Mother’ en het symfonische ‘Blood Roses’ herinnerde ze zich nog prima. Het optreden werd een veredelde fanclubmeeting, waar elke eerste noot van een nieuw intro meteen een daverend herkenningsapplaus kreeg. Soms terecht, zoals bij het indrukwekkende slotnummer ‘Bliss’.

Tori Amos gun je haar excentriciteit, nadat ze zich een kwart eeuw geleden ter linkerzijde van Joni Mitchell en Kate Bush had aangediend als een feministisch en eigenzinnig alternatief. Van Mitchell had ze kunnen leren dat het galmpedaal van de piano niet altijd gebruikt hoeft te worden. Bush gaf haar de vrijbrief om hoger en scheller te zingen dan wie ook. ‘The Rose’, was dat niet de oubollige muziek van je ouders waardoor je juist naar iets anders op zoek ging? Tori Amos is alleen nog een alternatief voor mensen die bereid zijn om met haar mee te kijken, diep in haar navel.