Commentaar

Staat van de Unie

Juncker schiet door met ouderwets pleidooi voor méér Europa

De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, heeft in zijn jaarlijkse toespraak tot het Europees Parlement gekozen voor een persoonlijk en onvervalst pro-Europees verhaal.

Europa heeft de wind mee, aldus Juncker, dus is nu het moment om de Europese banden aan te halen. Bovendien moet Europa zich voorbereiden op een tijd zonder Verenigd Koninkrijk. In zijn blauwdruk voor de toekomst grijpt Juncker terug op een klassiek concept: het Europa van één snelheid.

Zo voorziet Juncker een toekomst waarin vrijwel alle 27 EU-landen lid zijn van de eurozone, vergeleken met negentien nu. Landen die graag de euro willen invoeren, maar nog niet aan alle criteria voor toetreding voldoen, moeten hulp kunnen krijgen om sneller te kwalificeren. Om de eurozone beter te bestieren wil Juncker de functie van Europees Commissaris voor de euro en voorzitterschap van de eurogroep fuseren tot één Mister Euro. Juncker ziet niets in het Franse plan om de eurozone een eigen begroting te geven.

Dezelfde klassieke EU-filosofie paste Juncker ook toe op het vrij verkeer van personen, geregeld in ‘Schengen’. De zone voor vrij verkeer van personen moet onmiddellijk uitgebreid worden met Bulgarije en Roemenië en op den duur ook met Kroatië. Het gezamenlijke beleid voor buitenland en defensie moet efficiënter worden door het gebruik van het veto in te perken – lidstaten moeten op dat terrein dus soevereiniteit afstaan.

Voor middelpuntvliedende krachten, voor grote verschillen in politieke oriëntatie en economische ontwikkeling is in de visie van Juncker weinig plaats. Juncker weet natuurlijk ook dat de EU kampt met grote meningsverschillen. Hij was terecht streng voor landen in Oost-Europa die zich niets aan willen trekken van onwelkome uitspraken van het Europese Hof.

Enthousiasme voor Europa is onontkoombaar voor de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Europese Unie. En het is begrijpelijk voor een politicus die zijn hele leven in dienst heeft gesteld van Europese samenwerking in Europa, die, naar eigen zeggen, voor Europa heeft gestreden en met Europa heeft geleden. Junckers pro-Europese verhaal is idealistisch, maar houdt nauwelijks rekening met reserves die voortdenderende integratie oproept. Elan is nodig en het is ook de taak van de voorman om begeesterd voorop te lopen. Maar met idealistische vergezichten alléén kan Brussel de scepsis jegens Europa niet overwinnen.