Ryanair-werknemers hoeven bij conflict niet naar Ierse rechter

Het Europese Hof van Justitie moest zich uitspreken over de vraag of werknemers van Ryanair automatisch Ierse werknemers zijn.

Foto Armando Babani/EPA

Werknemers van de Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair mogen naar de rechter in het land waar zij het belangrijkste deel van hun werk uitvoeren. Dat heeft het Europese Hof van Justitie bepaald in een zaak van zes Ryanair-stewardessen die als thuisbasis de luchthaven van Charleroi hadden, maar zich volgens Ryanair moesten wenden tot een Ierse rechtbank. De uitspraak kan bij een arbeidsgeschil in het voordeel van het cabinepersoneel uitpakken.

De zaak speelt al sinds 2011. Het zestal klaagde Ryanair aan omdat de luchtvaartmaatschappij het Ierse en niet het Belgische arbeidsrecht toepast. Als zij in het gelijk worden gesteld, kan de zaak een precedent vormen omdat Ryanair zich standaard op het Ierse recht en Ierse arbeidsvoorwaarden beroept. Die uitspraak moet nog volgen.

Volgens de Europese regels zijn in zulke zaken de rechtbanken bevoegd van de “plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt”. Het Arbeidshof in Bergen wilde weten wat er precies met die formulering bedoeld wordt.

Nationale rechter mag beslissen

Het Europese Hof oordeelt nu dat “leden van het boordpersoneel zich kunnen wenden tot de rechter van de plaats van waaruit zij het belangrijkste deel van hun verplichtingen tegenover hun werkgever vervullen”. Het is uiteindelijk aan de nationale rechter om die plaats te bepalen, maar “de thuisbasis van de werknemer vormt daarbij een belangrijke aanwijzing”. Slechts in uitzonderlijke gevallen zou de thuisbasis irrelevant kunnen zijn.

Met de uitspraak mag de rechtbank van Bergen nu beslissen of het uitspraak mag doen in deze zaak. Het alternatief is de zaak alsnog doorverwijzen naar een Ierse rechtbank, maar die kans is met deze uitspraak kleiner geworden.

Ryanair betaalt werknemers op luchthaven Charleroi naar Iers in plaats van Belgisch arbeidsrecht. De ex-werknemers zijn het daar niet mee eens. Een contract naar Belgisch recht zou gunstiger zijn voor de werknemers. Zo wordt in België de eerste maand ziekteverlof doorbetaald, in Ierland is dat niet het geval.

Daarom eist het zestal een som van ongeveer 20.000 euro van Ryanair. Die moet volgens hen niet betaald vakantiegeld compenseren, gemiste eindejaarspremies en nog verschillende andere vergoedingen. Ze menen daar recht op te hebben omdat Ryanair ten onrechte niet het Belgische arbeidsrecht toepaste. Dat zou volgens de klagers gemoeten hebben omdat ze in België leefden en hun belangrijkste werkplek de luchthaven van Charleroi was. Ook werd hen verplicht binnen een uur van de vluchthaven te wonen.

Ryanair verwelkomt de uitspraak

Ryanair is zelf een andere mening toegedaan. Het zegt dat het zich op Ierse arbeidsrecht kan beroepen omdat Charleroi niet meer dan een luchthaven, een van de werkplekken, is die de maatschappij aandoet tussen vluchten. Het meeste werk wordt in het vliegtuig, tijdens de vlucht uitgevoerd. Volgens die interpretatie is Ryanair niet verplicht voor het (voor de maatschappij meer nadelige) Belgische arbeidsrecht te kiezen.

Ryanair zegt de uitspraak te verwelkomen, omdat de rechter de thuisbasis niet als enige criterium ziet. De luchtvaartmaatschappij blijft dan ook zijn internationale werknemers Ierse contracten aanbieden. Volgens topman Michael O’Leary gaat de uitspraak van het hof alleen over jurisdictie en gaan de arbeidskosten van zijn bedrijf niet omhoog.