Met een goed bedrijfsplan is Naji er niet

Ondernemende vluchtelingen Wie als vluchteling een eigen onderneming start loopt tegen veel regels en onverwachte risico’s aan. Dat is best lastig, als je de taal niet goed spreekt.

Foto Getty Images

Het idee om een cateringbedrijf te beginnen kreeg Kamal Naji (47) in het Amsterdamse asielzoekerscentrum waar hij twee jaar geleden terecht kwam. „Ik kookte voor de andere vluchtelingen – soms wel groepen van vierhonderd man per avond.” Om de grote vraag bij te benen schakelde hij familieleden en vrienden in als hulp in de keuken. Voor hij het wist had hij een goedlopend team samengesteld. In Syrië werkte Naji als jurist, maar in Nederland zag hij al gauw een gouden toekomst voor zich als hoofd van een cateringbedrijf.

We vergeten soms dat nieuwkomers voordat ze naar Nederland kwamen vaak een goeie carrière hadden.

Inmiddels heeft Naji een verblijfsstatus en woont hij met zijn vrouw en twee zoontjes in Amsterdam-Zuidoost. Hij deelt zijn eten (gevulde paprika’s en aubergines, dolma’s, salades) op verschillende evenementen uit, om naamsbekendheid te krijgen. „Nederlandse mensen vinden het heel lekker.” Niet zo gek, vindt Naji. „Het Nederlandse eten is gezond eten: voedzaam, met veel gekookte groente en pasta. Maar verder is er niet veel aan.” Nee, dan het Syrische eten – daar zit pit in. „Met allerlei kruiden en verschillende smaken.”

Naji is er zeker van dat zijn bedrijf een succes kan worden. Het enige probleem: hij heeft geen idee hoe hij in Nederland een eigen bedrijf moet beginnen. Net zoals veel andere vluchtelingen met een verblijfsstatus.

Bij Vluchtelingenwerk in Rotterdam is er geen tijd om statushouders te helpen integreren. De vrijwilligers hekelen de rompslomp.

Mond-tot-mondreclame

Ze zitten vol goede moed, willen aan de slag als ondernemer of zzp’er, maar lopen tegen allerlei barrières aan. De taal bijvoorbeeld: voor Nederlanders is het papierwerk dat bij een eigen onderneming gemoeid is vaak al moeilijk te begrijpen – laat staan voor iemand die nog bezig is Nederlands te leren. En ook het ontbreken van een netwerk is lastig: wie weinig mensen kent, kan niet veel mond-tot-mondreclame genereren. Daarnaast is het financiële gedeelte moeilijk te begrijpen voor nieuwe Nederlanders, die bijvoorbeeld ons belastingsysteem niet goed kennen. „Stel”, zegt Naji. „Ik wil iemand aannemen om me te helpen in de keuken. Hoeveel moet ik die dan betalen? En hoeveel belasting moet ik daarover afdragen?”

Om vluchtelingen zoals Naji te helpen werd Refugees Forward opgericht, een stichting die zich specifiek richt op het bijstaan van nieuwkomers die een eigen bedrijf willen starten. Diederick van der Wijk, een van de drie oprichters, zag om zich heen dat vluchtelingen niet alleen moeite hebben met de taal, maar op de arbeidsmarkt ook tegen een hoop vooroordelen aanlopen.

Van der Wijk: „We vergeten soms dat nieuwkomers voordat ze naar Nederland kwamen vaak een goeie carrière hadden. Niet zo gek dus dat ze, als ze hier eenmaal gevestigd zijn, hun werk weer willen oppakken.” Een eigen bedrijf of zelfstandige onderneming biedt dan uitkomst, zegt Van der Wijk. Want werk vinden kan voor nieuwkomers lastig zijn. Zo blijkt uit een rapport van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid uit 2016 dat van de 33.000 nieuwkomers die eind jaren 90 een status kregen, vijftien jaar later slechts een derde betaald werk had.

Een lage opleiding, weinig werkervaring en het ontbreken van netwerken noemt het rapport als mogelijke oorzaken. Van der Wijk voegt daaraan toe dat zij die hooggeplaatste banen hadden vaak geen zin hebben om in Nederland ineens veel simpeler werk te doen. „Sommigen hebben een fabriek geleid in Syrië of als advocaat gewerkt in Irak. Dat werk kunnen ze hier moeilijk opnieuw krijgen. Maar ze hebben wél een hoop ervaring, van waaruit ze zelf iets kunnen beginnen.”

Om de problemen waar vluchtelingen in hun ondernemerschap tegenaan lopen te tackelen, bedacht Refugees Forward een plan: elke nieuwkomer wordt gekoppeld aan een student die – op vrijwillige basis – helpt met het vertalen van belastingbrieven en het sparren over een goed businessplan. In een later stadium is Refugees Forward zelfs van plan om studenten als volwaardig zakelijk partner te koppelen aan de nieuwe ondernemingen.

Brabantse zorginstellingen kampen met 1.100 vacatures. Vandaar dat volgend jaar tweehonderd vluchtelingen worden ingezet. Als ze het goed doen, krijgen ze daarnaast één dag per week les.

Duizend Facebook-likes

De vraag is alleen of studenten wel zin hebben om vluchtelingen bij te staan bij alle administratieve rompslomp die hoort bij het ondernemerschap. Volgens Van der Wijk is dat animo er wel degelijk. „Er zijn genoeg studenten die graag willen ondernemen en iets willen bijdragen aan de integratie van vluchtelingen.”

Refugees Forward heeft tot nu toe vijfentwintig aanmeldingen ontvangen van studenten. Begin oktober moeten de eerste twintig van hen tijdens een ‘start-up weekend’ in Amsterdam worden gekoppeld aan de eerste twintig vluchtelingen.

Maar zelfs dan is het nog de vraag of het wel een goed idee is voor vluchtelingen om meteen als ondernemer of zzp’er aan de slag te gaan: maak je het dan niet nodeloos ingewikkeld en risicovol voor jezelf? Het starten van een eigen bedrijf an sich is immers al een gok. Volgens Van der Wijk zijn er inderdaad risico’s gemoeid met het ondernemerschap, zeker bij mensen die de Nederlandse taal en cultuur nog niet helemaal kennen. „Maar daarvoor kan hulp juist een oplossing zijn: iemand die een oogje in het zeil houdt en ondersteuning geeft in het contact met de belastingdienst en klanten.”

In 2016 zag de Kamer van Koophandel al een stijging in het aantal zelfstandigen uit vluchtelingenlanden: het aantal geregistreerde Syrische en Irakese ondernemers nam van 2014 op 2015 toe met respectievelijk 23 en 20 procent. Eind 2015 telde Nederland in totaal 947 Syrische ondernemers en 3.774 Irakese ondernemers.

Lees ook over een ander initiatief om vluchtelingen aan het werk te krijgen: Trainingstrajecten voor vluchtelingen in de Bijlmerbajes

Ook Naji denkt dat hulp van Nederlandse studenten of andere begeleiders helpt bij het starten van zijn cateringbedrijf. „Zij kunnen me bijvoorbeeld helpen met het afsluiten van een verzekering.” Een Nederlandse vrouw die hij in het AZC ontmoette hielp hem al met het maken van een eigen Facebookpagina: Chef Kamal, waarop hij duizend likes kreeg.

Want ondanks de moeilijkheden ziet Naji het ondernemerschap zeker zitten. „Ik geef liever leiding dan dat ik bevelen opvolg”, zegt hij. Het enige dat Naji nog graag zou willen is een goede investeerder, een stille vennoot die zijn bedrijf financieel een handje op weg zou willen helpen. Nu leeft Naji nog van een uitkering, maar zodra hij straks officieel een eigen bedrijf is begonnen, zal die natuurlijk ophouden. Hij haalt zijn schouders op: „Uiteindelijk blijft geld toch altijd het grootste probleem.”