Cultuur

Interview

Interview

Red Bull-coureur Daniel Ricciardo over teamgenoot Max Verstappen: „Ik wil hem niet te veel leren, ik wil hem nog steeds verslaan.”

Antonio Calanni/AP

Daniel Ricciardo vindt zichzelf best een opwindende coureur

Interview

De teamgenoot van Max Verstappen over zijn reputatie, zijn rijstijl en ‘het incident’. „Kinderen moeten niet denken: wat een idioot.”

Hij had een dag later de bewuste beelden gezien. Hoe hij, Daniel Ricciardo, de Australiër wiens glimlach vastgebeiteld lijkt in zijn bebaarde gezicht, met de helm in zijn hand langs het circuit in Hongarije naar de garage van Red Bull wordt begeleid. Hoe hij dan heel even omhoog kijkt en precies wanneer zijn teamgenoot Max Verstappen langsrijdt zijn middelvinger opsteekt, een ronde nadat de Nederlander hem uit de race had gereden.

Opeens vertoonde de band tussen de twee scheurtjes, en Ricciardo (28) en Verstappen (19) hadden juist zo’n zeldzaam goede, in de woorden van hun teambaas Christian Horner. Ze dulden elkaar niet slechts, ze mogen elkaar, zien elkaar vaak buiten de races, wonen in hetzelfde appartementencomplex in Monaco, nemen samen giechelend Facebookfilmpjes op. Maar toen, vlak voor de zomerstop, was Ricciardo niet te spreken over zijn ‘kleine broertje’.

„Toen ik die foto zag, dacht ik even: oef, misschien had ik dat niet moeten doen.” Hij begint te lachen. „Vlak nadat het gebeurde, noemde ik hem een slechte verliezer – dat sloeg niet echt ergens op. Maar ik denk dat ik veel ergere dingen had kunnen zeggen op dat moment. Ik vond toen dat ik mezelf nog beheerste.”

Het gaf mij een idee van hoe het kan gaan als jullie om de titel strijden. Zou zoiets dan vaker voorkomen?

„Pff, ja, wellicht? Kijk, ik zal altijd proberen verstandig te zijn. Ik wil niet dat kinderen naar me kijken en denken: die kerel is een idioot. Maar ik denk dat iedereen met een beetje competitiviteit in zijn lijf het zal begrijpen. Ik heb niemand horen zeggen: die Ricciardo, ik ben al mijn respect voor hem kwijt.”

Ze zullen misschien verbaasd zijn geweest, omdat je altijd als die aardige, grappige jongen overkomt.

Hij lacht. „Ja, als – zeg – Seb [Vettel] het had gedaan, dan had iedereen gedacht: o, het is Seb maar, die heeft eerder zo gedaan. Maar het is ook goed. Nu kunnen mensen me zien en denken: wow, hij is écht heel overstuur, hij is heel gepassioneerd.”

Had het andersom kunnen gebeuren? Dat jij hem er daar op die manier uit zou rijden?

„Ik wil nooit nooit zeggen, maar ik heb zoiets volgens mij in ieder geval nog niet eerder gedaan. Als je kijkt naar de race op Spa van vorig jaar, leek dat wel op wat er in Hongarije gebeurde met Max. Hij had geen goede start, probeerde te snel dat te goed te maken. Het was niet de eerste keer dat hij zo’n beweging maakte. Het ligt nu achter ons. Ik vind dat hij beter rijdt dan vorig jaar, hij is sneller, hij is volwassener. Het was ongelukkig, maar ik ben niet bang dat het een trend wordt.”

We spreken elkaar in Spa, aan een tafel in het Red Bull-vertrek. De race daar zou een afspiegeling worden van het seizoen: Verstappen valt uit. Ricciardo rijdt naar het podium, zijn zesde van het jaar. Hij won zelfs al dit seizoen, die gekke race in Bakoe, de vijfde overwinning in zijn carrière. Ook al is Verstappen in trainingen en kwalificaties meestal de snellere, Ricciardo is de reden dat Red Bull in een toch teleurstellend seizoen nog wat te vieren heeft.

Zijn landgenoot Mark Webber, oud-coureur bij Red Bull, had hem kort voor dit interview de betrouwbaarste coureur genoemd. Dat had hij nog niet gehoord. „Cool”, zegt hij. „Vind je dat ‘vanille’ klinken?” Hij begint te lachen. „Vanille is goed.” Zijn teambaas Horner noemde hem en Verstappen tegelijkertijd meermaals de twee meest opwindende coureurs in de Formule 1.

Kun je zowel de opwindendste coureur zijn als de betrouwbaarste?

„Ik denk van wel. Ik zou mezelf ook wel een opwindende coureur noemen. Als ik eerlijk ben, vind ik dat Max, Seb en ik de ‘hardste’ racers zijn. Ik denk dat wij de drie zijn die als ze een gaatje zien ervoor gaan. Tegelijkertijd scoor ik veel punten, win ik waar ik kan winnen en crash ik niet veel. Dus ja, best betrouwbaar.”

Wat Webber ook zei, was dat Verstappen kalmer moest worden. Webber had hem, zo vertelde Verstappen, vervolgens gezegd dat het uit zijn verband was gehaald. Maar een race als die in Monza, anderhalve week geleden, legde wel een verschil tussen de twee bloot. Verstappen werd er tiende, maar had met meer geduld hoger kunnen eindigen – Ricciardo was berekenender en werd vierde.

Is dat iets wat Verstappen kan leren van je?

„Hoe langer hij in de Formule 1 rijdt, hoe meer hij zal leren. Ik wil hem ook niet te veel leren. Haha, ik wil hem nog steeds verslaan.”

Wil hij ook naar je luisteren?

„Pff, ik denk het? Het is ergens ook niet aan mij om zulke dingen te zeggen. Opbouwende kritiek is één ding, maar zeggen: hé Max, probeer eens zó te rijden. Teamgenoten zeggen dat niet tegen elkaar. Als je ergens goed in bent, wil je dat voor jezelf houden. Maar tuurlijk, als het op de benadering van een bepaalde situatie aankomt, kun je wel je mening geven. Toch vind ik dat het van iemand nog ouder dan ik moet komen, iemand als – zeg – Fernando [Alonso].”

Kun je ook van hem leren?

„Ik denk dat het is als met Rossi in de MotoGP: als hij koppig zou zijn geweest, was hij niet meer zo snel als hij nu is. De jonge jongens worden sneller en sneller, dus je moet je aanpassen. Ik geloof nog steeds in mijn formule, maar als ik dingen van anderen kan leren, zal ik dat doen.”