Hoe Hans van Manen het lichaam ziet

Dans Choreograaf Hans van Manen wordt 85 en wordt geëerd met een speciaal programma van Het Nationale Ballet. Maar wat is nou typisch Van Manen?

Hans van Manen en Rachel Beaujean repeteren ‘Pianovariaties I’ (1980) Foto Jorge Fatauros

‘Typisch Van Manen!” Hoe vaak zal de nu 85-jarige Hans van Manen dat niet hebben gelezen. Om een beetje kregelig van te worden – alsof hij altijd hetzelfde doet! Niets is minder waar. De veel gelauwerde choreograaf – onlangs nog ontving hij de hoogste Franse onderscheiding op cultureel gebied, Commandeur des Arts et des Lettres – heeft wél een uitgekristalliseerde, eigen taal ontwikkeld, herkenbaar en hedendaags. Met, náást zijn meesterlijke muzikaliteit en timing, een aantal opvallende details.

Samen met Rachel Beaujean (58), die veertig jaar Van Manen in haar lijf herbergt, voeren we een bodyscan uit van de Van Manen-stijl.

In de klassieke dans is alles van het lichaam recht en keurig gestapeld: de benen uitgedraaid vanuit de heup, buik en billen ingetrokken, lange nek. Borst en schouders breed, armen zacht en rond. Van jongsaf aan leren dansstudenten zich zo aan het publiek te presenteren, met glimlachend gemak en de suggestie van gewichtloosheid: ‘Zie hoe prachtig ik ben!’

„Maar Hans is niet geïnteresseerd in prachtig. Hij wil de essentie zien, het minimale, geen franje”, zegt Beaujean, die dinsdag werd benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau. Toen Van Manen haar in 1977 als 18-jarige de studio’s van Het Nationale Ballet zag binnenstappen, viel hij meteen voor haar. Ze straalde kracht uit, sensuele vrouwelijkheid, ambitie, brutaliteit ook. In 1997 hing zij haar spitzen aan de wilgen en sindsdien is zij als balletmeester en repetitor (sinds 15 augustus ook artistiek adjunct-directeur van Het Nationale Ballet) een van de experts die wereldwijd balletten van Van Manen bij andere gezelschappen instudeert.

„In het begin durfde ik uit ontzag voor mijn oudere collega’s niet eens de kantine in, maar met mijn houding zei ik dat ik het wel eens even hélemaal zou gaan maken. Hans houdt van dansers met lef, dansers die iets meebrengen. Mensen die afwachten en keurig pasjes nadoen, vindt hij razend irritant.”

Van Manen heeft in interviews vaak benadrukt dat hij dansers niet als instrument beschouwt. Ofwel: „Een danser is geen Lola-borstel” – ook sappige uitspraken zijn ‘typisch Van Manen’. Hoe Hans van Manen het lichaam ziet in acht zones.

  1. Het hoofd

    „De kin is iets naar beneden, lange nek”, zegt Beaujean. „De ogen neergeslagen, introvert. De toeschouwer wordt bijna tot voyeur gemaakt.” Intens bewust van zijn omgeving is de danser bij Van Manen. Loze lachjes naar het schellinkje zijn taboe (‘Wie zit daar, God?’, pleegt de choreograaf te zeggen). Hooguit een ‘dirty smile’, zoals in Vijf Tango’s, aldus Beaujean. Áls een danser opkijkt, dan focust hij ook: de beroemde, o zo belangrijke blikrichting van Van Manen. Die blikken zijn verleidelijk, vernietigend, uitdagend, ondeugend. Eén blik is voldoende om de hele situatie te veranderen.

    Ballet van Hans van Manen, ‘On the move’: hoofd gebogen, ogen neergeslagen. Foto Hans Gerritsen

  2. Armen

    Rachel Beaujean en Leo Besseling in het ballet ‘Adagio Hammerklavier’. Foto Jorge Fatauros

    De Van Manen-armen! Eigenlijk, aldus Beaujean, is die typische houding, met de armen gestrekt schuin omhoog en de handpalmen naar buiten, gewoon de klassieke tweede armpositie (armen in een flauwe ronding iets onder schouderhoogte voor het lichaam gespreid), „maar dan alles zo groot mogelijk en de handpalmen omgedraaid. Een adelaar.”

    Als er een tweede Van Manen-positie is, dan ook een eerste: ellebogen zijwaarts boven schouderhoogte, met de armen ingeklapt, handen ter hoogte van de sleutelbeenderen. Ook des Van Manens: de ‘Atlas’. Dan is het hoofd laag en zijn de armen op schouderhoogte geheven, onderarmen en handpalmen omhoog. Met felheid uitgevoerd lijkt het soms een geïrriteerd ‘weet ik veel’-gebaar.

  3. Vingers

    Choreografie van Hans van Manen in ‘Bits and Pieces’. Foto Jorge Fatauros

    Video Stichting Hans van Manen

    De vingers rusten vaak losjes (vroeger wat steviger) op de dijen. Bijvoorbeeld tijdens de, ‘typische’, eenvoudige looppatronen. Ook het opgeheven vingertje keert als motief regelmatig terug. Niet, zoals in de klassieke balletmime, ten teken van een belangrijke mededeling, en zeker niet Hollands-betweterig. Bij Van Manen is het een speels gebaar, ironisch of plagerig.

  4. Torso

    Golvende torso’s: Rachel Beaujean en Rob van Woerkom in ‘Situation’. Foto Jorge Fatauros

    Van Manen houdt van het danserslichaam: lang, klein, rank of gedrongen. Dat is te zien. Zelden is het in verhullende stof gehuld, hooguit ten dele. Zijn vaste vormgever Keso Dekker kleedt de dansers in nauwsluitende kostuums. De spreekwoordelijke, klassieke, ‘ingeslikte stok’, die het lichaam kaarsrecht houdt, ontbreekt. De romp kan samentrekken – de invloed van modern dance-pionier Martha Graham – en wellustig golven. In stand is de borst vooruit, over de tenen heen, klaar om te gaan. Beaujean: „‘Want je weet maar nooit, straks krijg je een mes in je rug’, zegt Hans altijd.”

  5. Billen

    Marijn Rademakers in ‘Two Pieces for HET’
    Foto Angela Sterling
    Steptext van William Forysthe
    Links Marijn Rademakers in ‘Two Pieces for HET’ van Hans van Manen, rechts ‘klassieke’ billen in William Forsythes ‘Steptext’
    Foto’s: Angela Sterling

    Henk van Dijk/Theaterencyclopedie

    Billen, vindt Van Manen, zijn soms misschien wel belangrijker dan gezichten. De bilpartij hoeft in zijn werk dan ook niet te worden weggestopt. Billen mogen gezien worden, bijvoorbeeld in doorschijnende maillots voor de heren. Billen mogen worden uitgestoken voor een natuurlijke balans; als een danser in tweede positie diep door de knieën buigt, mag hij bij Van Manen gerust gaan ‘zitten’. Billen mogen draaien, swingen en zwieren. Heerlijk.

  6. Kruis

    Rachel Beaujean tergt Clint Farha tot het uiterste in ‘Sarcasmen’. Foto Jorge Fatauros

    Geen streek om je voor te schamen. In Van Manens balletten wordt het kruis soms – als het functioneel is – benadrukt. Door details in het kostuum, in beweging of door er een hand op te leggen, als ultieme pesterij in een spel van uitdaging (hét beeld van Sarcasmen). „Maar het is nooit een trucje om te provoceren. Hans is wel stout, maar ook serieus. Hij wil dingen aan de kaak stellen en daarbij sluit hij geen enkel lichaamsdeel uit.”

    Hoe kan het ook anders. Dans, werken met dansers, is voor Van Manen een vorm van erotische communicatie. Dan kán je het kruis niet negeren.

  7. Benen

    Arabesk van Rachel Beaujean in ‘Vijf Tango’s’. Foto Jorge Fatauros

    YouTube Het Nationale Ballet

    Van benen maakte Van Manen als fotograaf graag een studie en ook in zijn balletten toont hij ze vaak gul. Opvallend zijn de arabesken. Het achterwaarts heffen van een gestrekt been wordt bij hem tot een gebeurtenis. Beroemdste voorbeeld is waarschijnlijk de eindeloze, trage, maximaal uitgestrekte arabesk in Adagio Hammerklavier. „Hoe je er komt, is belangrijker dan de hoogte van je been. Ik had helemaal geen hoge benen. Dan gebruikt hij andere dingen. Hans vindt je goed zoals je bent, je hoeft niet iemand anders te zijn. Dat geeft zelfvertrouwen.” Ook dát is in de balletten te zien.

  8. Voeten

    Alexandra Radius en Han Ebbelaar in spraakmakend ‘hoge-hakkenduet’. In ballet ‘Twilight’. Foto Jorge Fatauros

    Bij Van Manen blijft de (voor-)voet vaak aan de grond, waardoor de kenmerkende schuifpassen ontstaan waarmee de dansers over het toneel schrijden, geconcentreerd, plechtig bijna. De voeten worden gestrekt, 90 graden gehoekt, staan parallel of uitgedraaid, naast elkaar of over elkaar gekruist. Blote voeten, voeten in spitzen, in de slappe balletschoen, op klompen, op pumps… Van Manen is niet eenkennig als het om de voet en zijn bekleding gaat. Al in 1972 liet hij Alexandra Radius in Twilight, nog altijd een geliefd duet, op hoge hakken dansen, iets wat destijds veel opzien baarde. En die klompen… tja, je bent Hollander of je bent het niet.

Enfin. Het beeld is uiteraard bij lange na niet compleet, want het allerbelangrijkste, de beweging, ontbreekt. Bovendien: wat zich bij choreograaf en dansers tussen de oren afspeelt is minstens even belangrijk. Maar het moge duidelijk zijn, dat het cliché van de delicate, dociele balletdanser ver weg is in de choreografieën van Van Manen. Dansers zijn mensen met een talent en een verhaal. Geen balletmeisjes en -jongens, maar volwassen, zelfbewuste mannen en vrouwen. Sexy, stijlvol, strijdbaar en sterk.

Ode aan de Meester door Het Nationale Ballet. Muziektheater, A’dam, 15 t/m 30/9. Tournee t/m 17/11, en mei 2018. Inl: operaballet.nl