Opinie

Het einde van bezit? Wat een kletspraat

Wie kiest voor delen in plaats van bezit, doet dit omdat het geld of gemak oplevert, niet uit principe, schrijft ING-econoom .

Een Land Cruiser Prado in de showroom van Toyota. Foto Frank Robichon / EPA

Bezit is uit de mode en ‘delen’ is hot. Boeken verschijnen met ronkende titels als The End Of Ownership, marketeers spreken van een ‘paradigmaverschuiving’. De claim: consumenten willen niet langer producten bezitten (‘ownership’), ze willen slechts toegang (‘access’) tot die producten. Vooral voor de jonge generatie zou bezit afgedaan hebben. Maar klopt dit wel?

Het is zeker waar dat ‘toegang’ terrein heeft gewonnen ten opzichte van ‘bezit’. Veel consumenten hebben inmiddels liever toegang tot muziek of series dan dat ze stapels met cd’s of dvd’s bezitten. En er zijn inmiddels tal van aanbieders – zowel bedrijven als consumenten onderling – die het mogelijk maken om toegang te krijgen tot een auto, fiets, boot of wasmachine zonder daar zelf eigenaar van te zijn. Waarom heeft ‘toegang’ in het laatste decennium terrein gewonnen? Ik zie drie verklaringen.

Technologie is de belangrijkste. De komst van (mobiel) internet heeft vraag en aanbod bij elkaar gebracht en het consumenten makkelijker gemaakt om spullen te huren of te delen dan voorheen: ik kan nu op internet zien wie in mijn buurt een auto te huur heeft staan en deze makkelijk online huren, waar ik vroeger naar het verhuurbedrijf moest om in de rij te staan.

De tweede reden is verstedelijking. In de stad is er over het algemeen minder ‘ruimte’. Zo zijn de huizen kleiner en is de publieke ruimte drukker. Met opnieuw de auto als voorbeeld: waarom zou ik in de stad een auto willen bezitten, terwijl dit allemaal gedoe met zich meebrengt (files, parkeren) terwijl de meeste bestemmingen goed te bereiken zijn met alternatieven (fiets, metro)?

En drie: economische ontwikkelingen. De opkomst van deelplatformen viel samen met de financiële crisis. Volgens één op de vijf consumenten is de opkomst van de deeleconomie zelfs een gevolg van die crisis. De crisis heeft er in ieder geval voor gezorgd dat veel mensen opnieuw zijn gaan nadenken over hun financiële keuzes. De flexibilisering van de arbeidsmarkt zorgt er daarbij voor dat mensen hun uitgaven flexibeler moeten inrichten: voor iemand die geen zekerheid heeft over baan of inkomen, is het kopen van een auto – met bijkomende maandlasten – risicovol.

Autobezit heeft nog altijd status

Toegang heeft dus terrein gewonnen. Maar betekent dit dat ‘bezit’ altijd en overal heeft afgedaan? Zeker niet. Mensen zullen altijd spullen willen bezitten, aldus een grote meerderheid van de respondenten op de ING Vraag van Vandaag (internetpeiling, 50.000 respondenten, gewogen naar leeftijd en geslacht). Verrassing: juist de zogenaamde millennials onderschrijven deze stelling. Ja, ze kopen minder auto’s, maar dit is vooral omdat ze er geen geld voor hebben en – voor grootstedelijke jongeren – omdat autobezit op dit moment in hun leven niet handig is. Maar het beeld dat zij van autobezit hebben is niet fundamenteel veranderd: de auto heeft voor hen nog altijd status.

Er bestaat dus geen alomvattende trend. Wanneer mensen kiezen voor delen in plaats van bezit, doen ze dit omdat het geld en/of gemak oplevert, niet uit principe. Deel uitmaken van een ‘gemeenschap’ of milieuoverwegingen blijken nauwelijks een rol te spelen. Bovendien is het knuffelige er bij veel deelbedrijven wel een beetje af. Consumenten hebben inmiddels dondersgoed door dat Airbnb wél buurten verandert, maar géén – of nauwelijks – extra inkomstenbelasting voor de overheid genereert.

Daarbij lenen sommige producten zich beter om te huren dan andere. Wanneer ze de afweging krijgen tussen een auto huren of een auto bezitten, stelt bijvoorbeeld 37 procent van de consumenten best te willen huren, wanneer het aanbod aantrekkelijk genoeg is. Een kwart zou wel een telefoon willen huren in plaats van deze te bezitten. Bij wasmachines (14 procent) en kleding (13 procent) is de animo een stuk kleiner.

Wat betekent dit nu voor bedrijven die overwegen een deelconcept te ontwikkelen? Dat ze zich niet simpelweg kunnen presenteren als Netflix van de lease-koelkasten, lease-telefoons of lease-wasmachines. De consument wil toegevoegde waarde zien. Ja, ook de millennial.