Een burn-out en de lastige zoektocht naar de juiste hulp

Burn-out Wie een burn-out heeft moet kiezen uit veel hulpverleners en behandelmethodes. Soms betaalt de werkgever, maar in veel gevallen moet je zelf betalen. Drie vragen over de lastige zoektocht.

Ben je doodmoe en heb je misschien een burn-out, dan is het nog niet zo eenvoudig om geholpen te worden. Terwijl je al helemaal uitgeblust bent, valt er een hoop uit te zoeken. Je moet kiezen uit veel hulpverleners, er bestaat geen eenduidige behandelmethode en ook de weg naar de psycholoog is niet vanzelfsprekend.

Waarom is hulp vinden zo lastig? Drie vragen en antwoorden.

Naar wie ga je toe?

Je hebt continu de zenuwen, kunt niet slapen en gaat met grote tegenzin naar je werk. Is er sprake van een burn-out? Vaak is de eerste stap om daar achter te komen een bezoek aan de bedrijfsarts. Ben je zes weken ziek, dan moet een geregistreerde bedrijfsarts of de arbodienst een probleemanalyse en een plan van aanpak maken. Een bedrijfsarts onderzoekt wat de klachten zijn; komen ze voort uit werk of uit de privésituatie? „Vaak is het een combinatie”, zegt Annegreet Polman, zelfstandig bedrijfsarts. „Mensen redden het meestal wel als het bijvoorbeeld op het werk niet goed gaat maar thuis wel. Of andersom. Maar gaat het op beide vlakken mis, dan krijgen mensen klachten.”

Ook bekijkt een bedrijfsarts welke hulp iemand al heeft gezocht.

Ben je al bij de huisarts geweest? Ben je er bij gebaat om naar een psycholoog te gaan? Polman werkt veel samen met bedrijven die de kosten voor een psycholoog betalen. Ze kan werknemers direct doorverwijzen. Wil een werkgever niet voor de psycholoog betalen, dan moet je eerst naar de huisarts. Die maakt dan een eerste inschatting: heb je alleen stressklachten, ben je overspannen of is er inderdaad sprake van een burn-out?

Die inschatting is lang niet altijd eenvoudig, meent huisarts Mirjam van Rooijen, werkzaam bij Huisartsenpraktijk Spaarndammerbuurt in Amsterdam. „Soms is iemand alleen overwerkt, die moet gewoon een tijdje thuisblijven en rust nemen. Maar er zijn ook mensen die al een tijd met klachten lopen en door één extra dingetje ineens overlopen. Dan moet je verder zoeken en kijken of er sprake is van depressie, burn-out of misschien een andere psychologische aandoening.”

Toch moet de huisarts eerst hulp bieden via een aantal ondersteunende gesprekken of doorverwijzen naar de praktijkondersteuner huisartsen (POH). Die biedt laagdrempelige hulpverlening. Van Rooijen: „Een POH biedt een luisterend oor en kan iemand adviseren even rust te nemen of juist energiegevende activiteiten te gaan ondernemen.” Als er dan geen verbetering optreedt, kan zowel de huisarts als de POH inschatten dat er meer aan de hand is. Dat is het moment dat de huisarts doorverwijst naar een gezondheidspsycholoog of een andere hulpverlener.

Wie betaalt?

Heb je een burn-out, dan heb je last van uitputtingsverschijnselen maar kan je psychisch ook flink in de knoop zitten. Toch kan je met de diagnose burn-out niet meteen bij een psycholoog aankloppen. De reden? De meeste verzekeraars betalen wel een aantal bezoeken aan de psycholoog, maar dan moet je wel een stoornis hebben die beschreven staat in DSM-V, een handboek voor psychologen en psychiaters. Burn-out staat daar niet in en is dus een probleem dat je in eerste instantie zelf, of via de werkgever en bedrijfsarts moet oplossen.

Een lastige situatie, meent Van Rooijen. „Ik wil een patiënt met uitputtingsverschijnselen uiteraard helpen. Soms kom je een heel eind met een doorverwijzing naar de haptonoom of een cursus mindfulness. Maar iemand met een zware burn-out wil ik gewoon naar een deskundige kunnen sturen.” Ze maakt een vergelijking met andere specialisten. „Als ik een patiënt naar de cardioloog stuur, heb ik ook geen afgeronde diagnose, ik stuur iemand door zodat de specialist er goed naar kan kijken. Waarom zou dit bij psychische klachten anders moeten zijn?”

Van Rooijen meent dat burn-out een officiële DSM-stoornis zou moeten zijn. Huisartsen zien soms geen andere optie dan iemand met een andere DSM-classificatie – depressie, angststoornis – door te verwijzen naar de psycholoog. „Dat is lastig voor de cliënt”, zegt Maartje de Koning, GZ-psycholoog in de bedrijfsgezonheidszorg. „Als je een burn-out hebt, heb je een serieus probleem. Daar wil je erkenning voor en daar moet je gewoon voor worden behandeld. Burn-out is een meer geaccepteerde aandoening en geen psychiatrische diagnose, zoals een depressie of angststoornis.”

Krijg je een doorverwijzing naar de GZ-psycholoog, dan moet je vaak wel nog eigen risico betalen. In sommige gevallen zijn werkgevers bereid om mee te betalen, vooral wanneer dit bijdraagt aan een snellere reïntegratie. Krijg je die verwijzing niet, dan kun je nog naar een coach of loopbaanbegeleider, of is er het alternatieve circuit. Binnen dat circuit bestaan allerlei therapieën en behandelingen – zoals ontspanningstherapieën en mindfulness – maar dit draagt soms maar deels bij tot herstel. Bovendien moet je het vaak zelf betalen. Inmiddels vergoeden sommige zorgverzekeraars mindfulnesstrainingen voor wie een aanvullende verzekering heeft. Ook de werkgever betaalt voor iemand wel eens direct een coach of mindfulnesstrainer, maar het beleid verschilt per bedrijf.

Welke behandeling helpt?

Hoe kom je van je burn-out af? Een nieuwe baan? Elke dag gaan sporten? De psycholoog? Een cursus mindfulness? „Daar is geen standaard antwoord op te geven”, zegt Alexander van Kleef. Hij is coach bij StressWise at Work en geeft stressreductietrainingen in bedrijven en begeleidt mensen die tegen een burn-out aanzitten of er al één hebben.

Mindfulness werkt over het algemeen goed, zegt hij, maar niet voor iedereen. „Soms adviseer ik na een intakegesprek dat iemand eerst naar een psycholoog gaat voor een ander traject.”

Volgens De Koning vertonen mensen met een burn-out vaak een patroon waarbij ze zichzelf overvragen. „Geen grenzen kunnen stellen, teveel van jezelf moeten, zo iemand raakt uiteindelijk uitgeput. Die vermoeidheid gaat dan ook niet meer over als iemand even geen stress heeft.”

Cognitieve gedragstherapie kan een oplossing bieden. „Daarmee krijgt iemand inzicht in gedragspatronen waardoor hij niet blijft steken in onhandige strategieën”, zegt GZ-psycholoog Jeannette de Geus.

„Wat doe je onder druk? Wat werkt wel en wat kan beter? Je kunt leren op verschillende manieren te reageren. Door niet meteen alles te willen oplossen. Of door te leren dat je een ander soms moet teleurstellen.”

De Koning voegt eraan toe dat mensen die uitgeput zijn, hun gedrag nog niet goed kunnen analyseren. „Als je doodmoe bent, heb je daar nog geen oren naar. Dat komt pas later.” Wie bij haar aanklopt, krijgt maximaal 12 behandelgesprekken vergoed. „Daarmee kom ik vaak een heel eind, maar een structurele gedragsverandering heb je ook niet in een paar sessies voor elkaar. Je hebt aandacht nodig voor het onderliggende probleem. Per persoon verschilt hoeveel tijd iemand nodig heeft.”

Huisarts van Rooijen hoopt vooral dat haar patiënten uiteindelijk meer inzicht in zichzelf krijgen.

„Tegenwoordig hebben mensen zo veel taken, maar niet iedereen kan altijd alles combineren. Wat dat betreft moet je leren om tijdig op de rem te trappen. En mensen moeten ook niet vergeten zich af te vragen: waar word ik gelukkig van?”

Wie een burn-out krijgt, moet er dus niet van uitgaan dat een oplossing zich snel aandient. Vaak gaat het om het ontwikkelen van een geheel nieuwe levenshouding, zegt De Geus. „Mensen moeten leren om hun eigen gedrag te veranderen. Dat kost tijd.”