Dijsselbloem eist andere werkwijze van BKR

Kredietregistratie

De minister wil dat mensen die ten onrechte een vinkje hebben bij het BKR, die registratie eenvoudiger kunnen laten verwijderen.

Foto ANP

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) wil dat het Bureau Krediet Registratie (BKR) voor het einde van het jaar een nieuwe, „pragmatische werkwijze” heeft ingevoerd. Particulieren die er geregistreerd staan moeten „op eenvoudige wijze” en „zonder tussenkomst van een rechter” van die registratie af kunnen als blijkt dat die onterecht is. Dat schrijft Dijsselbloem donderdag in antwoord op Kamervragen van de SP naar aanleiding van een publicatie van NRC.

In augustus bleek na onderzoek van NRC dat het BKR zich niet houdt aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wpb). Kredietverstrekkers zijn verplicht om kredieten vanaf 250 euro bij het BKR te registreren, in het BKR-register zijn 10,25 miljoen Nederlanders opgenomen.

Consumenten die een betalingsachterstand oplopen krijgen in het register een negatieve codering die na aflossing van de schuld nog vijf jaar achter hun naam in het BKR-register blijft staan. Gedurende die periode verstrekken banken in veel gevallen geen hypotheek. NRC liet mensen aan het woord die geen hypotheek kregen vanwege een reeds afgeloste schuld bij kledingketen H&M van enkele honderden euro’s.

Negatieve BKR-registraties

Vanwege de impact van negatieve BKR-registraties oordeelde de Hoge Raad in 2011 dat die op grond van de Wpb moeten voldoen aan „de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit”.

De uitspraak verplicht kredietverstrekkers tot een belangenafweging. Registraties van bijvoorbeeld kleine afgeloste schulden die tot het afwijzen van een hypotheek leiden, kunnen op grond van dit arrest via zo’n belangenafweging uit het BKR-register verwijderd worden.

Met een aanpassing van het algemeen reglement in februari, maakte BKR die belangenafweging voor kredietverstrekkers praktisch onmogelijk.

Dijsselbloem zegt geen boodschap te hebben aan het BKR-verweer dat deze beperking slechts voor een aantal kredietverstrekkers zou gelden en stelt dat BKR zich „in lijn met de vereisten van de Wbp” moet gedragen.

Kredietverstrekkers

Volgens de minister moeten alle kredietverstrekkers „de mogelijkheid hebben om onterechte registraties te verwijderen”. Registraties zijn volgens de minister onterecht als die niet proportioneel zijn.

Dijsselbloem heeft formeel geen zeggenschap over het BKR, omdat de stichting niet onder toezicht van de Rijksoverheid staat. Desalniettemin schrijft hij dat hij „verwacht” dat het BKR voor het einde van het jaar de werkwijze heeft aangepast. BKR laat desgevraagd weten dat het „de mogelijkheden onderzoekt om tot een werkwijze te komen die goed aansluit bij de wens van de minister”.