Column

De tuin

Afgelopen zaterdag stond er in Trouw een stuk over het verdwijnen van de VSB Poëzieprijs (dat is voor de poëzie wat de Libris is voor proza) waarin filosofe Leonie Breebaart het opneemt voor de dichtkunst. Poëzie is de moeite waard, schrijft ze, juist doordat er dankzij gedichten regels bijkomen die uitdrukken wat we zouden willen kúnnen zeggen, zoals ‘alles van waarde is weerloos’ of ‘voor wie ik liefheb wil ik heten’.

Daar ben ik het mee eens, maar het zette me ook aan het denken. Het gevoel bekruipt me de laatste tijd steeds vaker dat het mensen niet meer om het ‘hele gedicht’ gaat. Dat het hele vers slechts een voetstuk is om die ene mooie regel te laten stralen. Toegegeven, we leven in een tijd waarin ons concentratievermogen zelden voorbij de 140 tekens van een tweet reikt, maar toch.

„Maar daar draait de poëzie toch om?” zei een vriend die dol is op gedichten, „dat is juist de lol!” Hij neemt altijd een boekje mee als hij naar een poëzieavond gaat, waarin hij de beste zinnen noteert. Bij de aankomende Nacht van de Poëzie, aanstaande zaterdag in Utrecht, zijn er genoeg dichters geprogrammeerd om minstens twee van dat soort boekjes vol te schrijven: Frank Koenegracht („Als je dood bent op een dag/ blijven de lampen rustig in hun fittingen/ en ook de wc kan je gewoon doortrekken”), Vicky Francken („Je huid is een instrument dat huivert”) Marije Langelaar („wachtend tot mijn kind de 18 was gepasseerd en ik / dan snakkend naar adem van mijn man weg kon stappen”).

‘Bij een songtekst gaat het toch ook niet om de hele lap?” zei hij, „daar blijven ook maar een paar zinnen per nummer je bij”. Dat was waar. Afgelopen maand had ik het geluk om Tori Amos te mogen interviewen voor deze krant. Zij had het op een gegeven moment over het nut van muziek: ze ziet haar albums als een tuin. Iedereen plukt er iets anders uit, want de een heeft andere dingen nodig dan de ander. En dat geldt ook voor poëzie.

Ik besloot er niet meer over te piekeren, dat dit regels vissen een teken des tijds is, waarin we ons focussen op die ene uitspraak en niet meer de context waarin ze werd gedaan. Misschien is het soms goed dat het om die ene zin gaat, die inzicht biedt, of die je gewoon lekker vindt klinken. Het gaat er niet om wat je vergeet: het gaat erom wat je bijblijft. Misschien verklaart dat het succes van de jaarlijkse Nacht van de Poëzie: het is oogsten van gedachten, door middel van gedichten.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.