Afkicken van aardgas gaat niet vanzelf

Duurzaamheid In 2050 moet Nederland aardgasvrij zijn. Vooroplopende gemeentes verwachten nu van het kabinet een plan.

Opschieten, we hebben nog maar 33 jaar. Dat is in het Leidse stadhuis de gevleugelde uitdrukking als het aardgasvrij maken van de gemeente aan de orde komt. Zo’n 50.000 huizen moeten in 2050 voor verwarming en koken een alternatief krijgen. Dat is niet alleen technisch een uitdaging, ook financieel en communicatief. „Als stadsbestuur gaan we over de helft van de stad, dat is de openbare ruimte. De andere helft is van particulieren en bedrijven”, zegt wethouder Paul Dirkse (Duurzaamheid, D66). „Daar gaan we dus niet over.” En dus moet de bewoner of ondernemer overtuigd worden van de noodzaak om van aardgas af te stappen.

De uitdagingen van Dirkse zijn de uitdagingen van al zijn collega-wethouders in Nederland. Lokale bestuurders moeten er de komende jaren voor zorgen dat bijna 8 miljoen huishoudens voortaan zonder aardgas kunnen draaien. Hoe dat precies moet, welke rol het Rijk erin gaat spelen en wie dat gaat betalen? Allemaal vragen waar nog geen antwoord op is. En ook niet op de vraag hoe de bewoner verleid moet worden.

Warmte uit de haven

Deze herfst wordt in de Leidse raad de ‘warmtevisie’ besproken (link naar pdf) waarin wordt uitgelegd hoe de stad wijk voor wijk aardgasvrij wordt gemaakt. Over de eerste wijken moeten wat Dirkse betreft eind dit jaar al afspraken worden gemaakt. Die liggen aan de zuidwestkant van de stad en kunnen vanaf 2020 aangesloten worden op de stadsverwarming. Een van de bronnen daarvoor is een warmteleiding vanuit de Rotterdamse haven.

„Iedere dag uitstel is een verloren dag”, staat er in de nota van Dirkse, maar toch duurt het even voordat de spreekwoordelijke spade de grond in gaat. „Wij proberen tempo te maken, maar als er vanuit het Rijk niets komt, dan lukt dat niet. Die bal ligt heel nadrukkelijk bij het nieuwe kabinet. Het is jammer dat dit een beetje stil ligt. Er zit heel veel momentum nu in”, zegt Dirkse.

Directeur Frans Rooijers van advieskantoor CE Delft herkent het beeld dat de wethouder schetst. Eind vorig jaar kondigde minister Kamp (Economische Zaken, VVD) in zijn Energieagenda aan dat aardgas uit de Nederlandse huishoudens verdwijnt. Vooral gestimuleerd door het Klimaatakkoord van Parijs en de aardbevingen in Groningen. „Veel gemeenten vroegen zich vervolgens af: wat nu? Technisch, financieel, communicatief. Dan zie je in de praktijk dat het blijft hangen”, zegt Rooijers.

Eerder dit jaar tekenden zo’n dertig gemeenten samen met minister Kamp en twaalf provincies de ‘Green Deal aardgasvrije wijken’. Deze koplopers komen met allerhande initiatieven: Amsterdam stelde vorige maand 5 miljoen euro beschikbaar om huizenbezitters die over willen stappen financieel tegemoet te komen. Utrecht is begonnen flatwoningen energieneutraal te maken. Maar centrale regie is er niet.

„Met regie red je het niet”, zegt Rooijers. „Elk alternatief voor aardgasverwarming is aanzienlijk duurder. Je kan dat niet zomaar aan mensen opleggen, want dan krijg je een volksopstand.”

Welke prikkels zijn er dan, behalve wetgeving? „Je kan denken aan subsidiëring, maar dan moet je voor bijna 8 miljoen huishoudens een heel circus opbouwen. Die huizen moeten van dat geld bijvoorbeeld ook geïsoleerd worden.” Volgens Rooijers is het beter te beginnen met het verhogen van de aardgasprijs, bijvoorbeeld van 55 cent naar 1 euro. „Met die energiebelasting kan de overheid dan bijvoorbeeld een warmtenet subsidiëren of mensen met een laag inkomen steunen. Door die prijsverhoging maak je de concurrentie tussen aardgas en alternatieve verwarming eerlijker.”

Als eenmaal een groot deel van de mensen is overgestapt, kunnen subsidies en regulering altijd nog gaan werken. Voor welke oplossing je ook kiest, het initiatief voor dit soort maatregelen moet van het Rijk komen.

Vooroplopen is duur

Joris Wijnhoven van Greenpeace pleit er voor om de leiding over de uitvoering bij de gemeentes te leggen. „Je hebt enkele tientallen gemeentes die vooroplopen en dat is heel goed. Zij kunnen dit beter dan het Rijk”, zegt de campagneleider klimaat en energie. „Maar wij maken ons zorgen over de gemeentes die nog helemaal niets doen. Die moeten we in beweging brengen met wettelijke verplichtingen. En bepaal voor welke gebouwen welke energieprestaties in de komende jaren moeten gelden. Daar ligt een rol voor het Rijk.”

Het gevaar bestaat dat iedereen op iedereen gaat wachten als het echt om uitvoering – en dus betalen – aankomt. Want de eerste overstappers weten ook dat het aardgasvrij maken van huizen steeds goedkoper gaat worden. „Je moet niet de mensen straffen die als eerste de stap maken”, zegt Dirkse. „Eerder moet je die belonen, want er moet wel tempo in komen.” Dat zou kunnen via een transitiefonds, bijvoorbeeld gefinancierd uit de energiebelasting. „Als de subsidie op termijn terugloopt, kan wachten juist ook duurder worden en stimuleer je vroege overstappers”, zegt Rooijers.

Volgens de Leidse wethouder moet wetgeving in de eerste fase vooral praktische problemen wegnemen. „Je kan nu bijvoorbeeld nog niet gasvrij bouwen, omdat iedereen recht op een gasaansluiting heeft. Maar het kan toch niet waar zijn dat we deze opgave, die al zo groot is, nog eens groter gaan maken omdat een projectontwikkelaar gasaansluiting eist?” Tweederde van de tot 2021 te bouwen huizen wordt volgens milieu-organisatie Natuur & Milieu voorzien van een ouderwetse gasaansluiting. Donderdag diende GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren een initiatief-wetsvoorstel in om de huidige aansluitplicht uit de wet te halen.

Vooroplopen is duur

Critici beweren dat de gemeenten beter hun energie aan andere zaken kunnen besteden. Huizen en kantoren verbruiken slechts een kwart van het gas. Dus kijk eerst maar eens naar de grote bedrijven, dat zijn de grootverbruikers. Volgens Wijnhoven van Greenpeace kan je de redenering beter omdraaien. „Omdat het om acht miljoen huishoudens gaat, is het een ontzettend complexe onderneming. Des te belangrijker dat gemeenten daar nu aan gaan beginnen.”

Een overstap is niet alleen complex, maar ook kostbaar. CE Delft berekende eerder dat het aardgasvrij maken Nederlandse wijken 74 miljard euro gaat kosten. Het positieve is dan weer wel dat het structureel 11.000 banen oplevert.

De Leidse wethouder Dirkse laat zich door deze bedragen niet afschrikken. „Alle schattingen zijn nog erg onzeker en met zulke astronomische bedragen schep je een beeld dat verlammend kan werken. Ik ben daarom heel voorzichtig om te zeggen dat dit elk huishouden zoveel gaat kosten.” Daar komt bij dat die financiering sowieso niet voor gemeentes is op te brengen. „Ik kan nu echt niet de broek aantrekken en tegen de Leidenaren zeggen dat het wel goed komt.”