Recensie

The National is verrassend uitgewerkt en veelkleurig

Uit een wolk aan knarsende en piepende gitaarakkoorden ontworstelt zich de statige stem van Matt Berninger. Hij probeert zijn gezicht in de plooi te houden maar wordt toch overmand door emotie. Gentleman Berninger heeft met overslaande stem en schorre terzijdes een zeldzaam moment van Nick Cave-achtige vertwijfeling in het fantastisch gedreven ‘Turtleneck’.

Het nieuwe, zevende album Sleep Well Beast, van de Amerikaanse band The National, is een verrassing: niet eerder zo veelkleurig en tot in de verste uithoek uitgewerkt als hier. Onder het oppervlak van gedempt klinkende pianopartijen en lucide gitaar, werd een uitgebreide klankwereld opgeroepen, zoals je onder Berningers mompelzang nog een poel aan emoties kunt vermoeden. Ieder nummer kreeg trefzeker zijn eigen cadans - ingetogen, opgewonden, mijmerend of nijdig -, en eigen kleur. Bijvoorbeeld door een oprukkend getij aan marimbaklanken in de eindeloze schoonheid van ‘Empire Line’. Of de lang aangehouden viooltrillers in een doezelend ‘Guilty Party’.