Column

Mutsje

Ik las in een beduimelde Linda dat Matthijs van Nieuwkerk voor de zekerheid weleens een mutsje opzet als hij zich in een Amsterdams café waagt. Vergeefse moeite, de mensen herkenden hem toch. Geweldig citaat: „Ik woon inmiddels op een afgelegen boerderijtje. Ik kan nooit meer naar het café. Stiekeme foto’s. Filmpjes, geklamp en gedoe. Ik kan er een hele dag tegenop zien.”

Vroeger zou ik zoiets hebben afgedaan met een ‘ach ja’, maar sinds ik een paar keer in het programma Voetbal Inside vanaf een barkruk de mopperpot had zitten uithangen, ging ik gebukt naar de wedstrijden van Vitesse.

Mijn mening over Vitesse duurde steeds maar een minuutje, ik kon nog gewoon over straat. Behalve in Arnhem dan, want daar houden ze het heel erg bij wie er wat over hun stad en voetbalclub zegt.

Mijn beste Arnhemse vrienden zeiden dat ik me niet zo aan moest stellen, dat ik gewoon moest blijven gaan en dat ze er een volgende keer wel tussen zouden springen als iemand ‘verhaal zou komen halen’.

Nou ze stonden gewoon schaapachtig naast me te lachen toen er tijdens de wedstrijd een man voor me ging staan. Zo kende ik ze weer.

„Jij mot niet spugen uit de bron waaruit je zit te zuipen”, hield de man me voor. Hij vond ook dat ik wel wat blijer had mogen kijken na de bekerwinst van Vitesse. Hij rondde af met: „Was dat de mooiste dag van je leven? Ja of ja?”

Zondag, het seizoen was allang begonnen, hield Vitesse haar eigen variant op wat bij andere clubs een open dag heet: ‘het Vitesse festival’. Met zanger Joey Hartkamp die ons met een verschrikkelijk nieuw clublied heeft opgezadeld, met Glenn Helder achter een drumstel, oud-Ajacied en Arnhemmer Andy van der Meijde op een springkussen, onze vogel en met mascotte Vito (ook een vogel). Vroeger zou ik zeker zijn gegaan om te kijken hoe erg trainer Henk Fraser en zijn spelers daar voor lul liepen, maar nu deed ik het met de plaatjes op de officiële website van Vitesse.

Ik zag veel gras en weinig mensen maar gelukkig had de tekstschrijver van de club erbij geschreven dat het event ‘goed bezocht’ was. Ik geloofde het meteen, zoals ik ook geloofde dat algemeen directeur Joost de Wit inderdaad een fantastische middag heeft gehad.

Het maaiveld in Arnhem staat enkelhoog, daar ging ik even niet doorheen banjeren. Ik moet donderdag nog naar de wedstrijd tegen Lazio Roma. Vroeger had ik dan last van gezonde wedstrijdspanning, maar tegenwoordig zou ik wel drie mutsjes op willen. Niet dat het uitmaakt: daar prikken ze in Arnhem genadeloos door heen.

Het wordt weer een vermoeiende avond.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.