‘Jij bent stom, jij moet naar huis’

Schrijver Arnon Grunberg vervangt twee weken non-stop een vader in een Zutphens gezin met vier kinderen. Hij doet dagelijks verslag.

Jonge kinderen kunnen afstoten en aantrekken met een overgave die doet denken dat mensen gemaakt zijn voor wispelturigheid. Het beschavingsproces heeft ons geleerd te doen afzien van wispelturigheid, zo zijn wij veinzende zoogdieren geworden.

Thura (4) beheerst de paradox van afstand en nabijheid het best. ‘Jij bent stom’, roept ze. ‘Jij moet naar huis. Jij moet weg.’ Terwijl ze dat roept springt ze in mijn armen en weigert los te laten. Ook bijt ze en knijpt ze, soms hard, terwijl ze zich vastklampt aan de stommeling. Dan roept ze: ‘Je mag me niet aaien en ook geen kusjes geven.’ En ze bijt in mijn hand tot ik moet zeggen: ‘Dit doet echt pijn, Thura. Wil je ophouden?’ Ze heeft donkerder haar dan haar zusjes, ook haar ogen zijn donker. Vaag doet Thura me denken aan een jonge wolf, verloren in de wereld van de mensen en oersterk.

Ze vertelt me iets over de liefde, want is dat niet de essentie ervan? Dat je in iemands armen springt en tegelijkertijd roept: ‘Jij bent stom, jij moet naar huis.’ Of leert Thura mij iets over mezelf? Herken ik iets in haar en zij intuïtief iets in mij? Zoals de ene wolf de andere ruikt.

Mensen kunnen soms niet kiezen wat ondraaglijker is, de intimiteit of het afscheid, en veel van wat wij doen is een voorschot nemen op het naderende afscheid. Dat is wat Thura me leert als ze me bijt en krabt en knijpt.

De oudste, Ronja, door Thura genoemd Lonja, blijft het meest moeite met mij hebben. Omdat ze vreest dat ik nooit meer wegga?

De moeder stelt voor dat ik wat alleen met haar moet ondernemen. Ronja kan kiezen tussen met de trein naar Deventer of de fluisterboot in Zutphen. Ze kiest de fluisterboot, maar een vriendje moet mee.

Die middag zegt Marjolein tegen me: ‘Als ik eerlijk ben, vind ik je meer een zoon dan een vader.’ ‘O, dat is een degradatie’, merk ik op. ‘Ik kwam als vader en ga weg als zoon.’

‘Bijvoorbeeld’, zegt ze, ‘hoe je de kaas snijdt, zo onhandig, maar met zoveel toewijding.’

Ik moet beteuterd hebben gekeken, want ze voegt eraan toe: ‘De meeste moeders vinden hun man toch een extra kind erbij.’

Misschien is dat mijn bezwaar tegen de langdurige relatie. Ik wil niet het kind zijn van de vrouw met wie ik het bed deel.

(Wordt vervolgd)

Lees eerdere afleveringen op nrc.nl/vervangvader