Cultuur

Interview

Interview

Modeshow voorjaar 2014 van Dries Van Noten.

Foto Tommy Ton

‘Ik ben zot van mode, maar soms weet ik echt niet meer waar ik naar aan het kijken ben’

Mode De Belgische ontwerper Dries van Noten maakte twee boeken over de 100 modeshows die hij in 26 jaar gaf. „Ik hoop dat ze de liefde voor het vak overbrengen.”

Foto Gonzalo Fuentes/Reuters

‘Hier zijn de kinderen”, zegt Dries Van Noten (59) opgewekt. Op de tafel in zijn kantoor liggen, vers van de pers, twee kloeke boeken: 1-50 en 51-100. Samen zijn ze goed voor bijna 900 pagina’s.

1-50 en 51-100 zijn helemaal gewijd aan de shows die de Belgische ontwerper de afgelopen 26 jaar gegeven heeft. De eerste twee jaar waren dat alleen mannenmodeshows, omdat het als beginnend ontwerper gemakkelijker was in de Parijse mannenweek een plaatsje te krijgen, sinds 1993 is er in Parijs ook twee keer per jaar een voor zijn damescollecties.

Er zijn weinig ontwerpers die zo’n reputatie hebben op het gebied van shows. Met een combinatie van mooie locaties, bijzondere decorstukken, prachtige muziek – soms live – en natuurlijk zijn geliefde mode weet hij zijn publiek keer op keer te raken, soms tot tranen aan toe. Tegelijk is Van Noten een van de weinige ontwerpers die op de catwalk niets toont dat niet ook daadwerkelijk te koop is.

De modeshow, zegt Van Noten, is zijn „theater”: niet alleen wordt er duidelijk wat de collectie is, ook welk verhaal hij dat seizoen wil vertellen, wie de man of vrouw is die hij in gedachten had bij het ontwerpen. Omdat hij niet adverteert, is de show het enige moment waarop hij die boodschap naar buiten kan brengen.

Boven, vlnr: collectie najaar 2009, in het kleurenpalet van Francis Bacon; collectie voorjaar 2007, met een achtergrond van 140.000 bloemen; mannencollectie voorjaar 1995. Onder: mannencollectie voorjaar 2017, met op de achtergrond honderden oude koplampen.
Foto’s Mathieu Ridelle, Patrice Stable, Dré Jespers

In de twee boeken komen alle honderd shows uitgebreid aan bod. Met veel foto’s, beschrijvingen van locatie en muziek, en anekdotes. Bijvoorbeeld hoe hij voor zijn allereerste show, in 1991, grasmatten had meegenomen, die bij aankomst in Parijs bruin waren geworden. De hele nacht was het team bezig geweest ze weer groen te spuiten. En hoe in 1993 een showlocatie zo naar frituurvet stonk dat de enige oplossing was zelf een frietkraam neer te zetten. Over mislukkingen is hij eerlijk, zoals de slecht ontvangen vrouwencollectie van najaar 2001, die harder, sexyer en – doordat hij zich minder met de collectie had bemoeid dan voorheen – afstandelijker was dan het publiek van hem gewend was, en die hem de waarde leerde van „mijn eigen handschrift en mijn eigen stem in mijn werk”.

„We hebben er lang hebben over gediscussieerd of het niet pretentieus was om de boeken te maken”, zegt Van Noten. „Het is nu net of ál het werk belangrijk is.”

Maar?

„Ik denk dat je vrij veel oppikt als je door de boeken heengaat. Niet alleen over mijn collecties – je ziet de hele mode veranderen. Ik vond het heel belangrijk dat je op een van de laatste pagina’s geen applaus ziet, maar publiek dat met de smartphone de finale aan het filmen is. Maar vooral zijn de boeken een eerbetoon aan de modeshow. Ik hoop dat ze de liefde voor het vak overbrengen, dat jonge mensen denken: het is toch wel een heel mooie wereld. Mode wordt tegenwoordig vaak zo negatief afgeschilderd, het lijkt alleen maar om celebrity’s, kassa en fast fashion te gaan.”

Heeft u een favoriet onder de honderd?

„Het is moeilijk kiezen, maar er is een aantal dat steeds terugkomt. Onze eerste damesshow bijvoorbeeld, voor voorjaar 1994: dat was de eerste keer dat we merkten wat de impact van een goede recensie kan zijn: de collectie was een groot commercieel succes, Madonna droeg een complete outfit. De mannencollectie waarbij paraplu’s boven de catwalk hingen hoort er ook bij. En de vijftigste show in 2004, een magisch evenement. We hadden een diner voor 500 man, de 140 meter lange tafel was de catwalk. We konden dat als kleinere firma nog voor heel schappelijke prijzen doen, omdat het allemaal nog niet zo officieel hoefde; de 250 garçons waren allemaal studenten. Nu staan we veel meer in de spotlights en zou er een heel ander budget voor nodig zijn.”

U zegt in een van de boeken dat u het decadent vindt om heel veel aan een show te besteden.

„Vroeger waren veel van onze shows total events, daar waren we een buitenbeentje mee. Maar de grote huizen zijn er ook mee begonnen, en die hebben zulke enorme budgetten tot hun beschikking. Die showen op de prachtigste plekken in Parijs en verhuizen daar ijsbergen naartoe. Dat was ook een reden om te zeggen: misschien moeten wij het accent maar weer leggen op de kleding.”

Wat opvalt als je door de boeken gaat is de verandering in modellen, vooral de vrouwelijke. In de eerste shows wordt er nog gelachen op de catwalk, en er lopen wat vollere vrouwen mee. Eind jaren 90 zijn de modellen opeens dunner, en is de glimlach weg.

Van Noten laat zijn handen over zijn gezicht zakken: „Van het ene op het andere moment kwam dat masker. In die tijd kwamen de modeconglomeraten op, en werd mode een serieuze zaak: de boodschap van de ontwerpers was belangrijker dan het model. En nu is het helemaal zo. Op een enkele uitzondering na zijn modellen van nu inwisselbaar, een beetje uitgombaar eigenlijk. Vroeger had ieder model ook haar eigen loopje: de een zweefde, de andere wiggelde. Nu lopen ze uniform. Het lichaam is ook helemaal gestroomlijnd.”

In uw honderdste show, die van de vrouwencollectie voor dit najaar, liepen veel oudere modellen mee, die allemaal eerder in uw shows te zien zijn geweest. Door hen werd volop gelachen.

„Iedereen heeft zó gereageerd op al die echte vrouwen. Meer nog dan op de collectie en het feit dat het de honderdste show was, moet ik toegeven.” 

Gaat u daarmee door?

„Dat is financieel niet mogelijk. Zulke vrouwen zijn tijdens de shows niet standaard aanwezig in Parijs, die moet je allemaal invliegen. Het hele budget van de honderdste show is naar modellen gegaan.

De honderdste modeshow van Dries Van Noten.

„Mode is een reflectie van wat er in de wereld gebeurt. De jeugd zoekt geen oogcontact meer, die is de hele tijd bezig met de smartphone. Ik denk dat de blik alleen nog maar naar buiten gaat op een selfie. Het heeft geen zin om tegen zulke grote stromingen in te gaan. Er zijn wel huizen die mannequins vragen om te lachen, maar dat ziet er volledig geforceerd uit.”

De laatste jaren worden eigenlijk al uw shows goed ontvangen. Ik kan me voorstellen dat de druk almaar groter wordt.

„Er zijn nog steeds shows die mensen beter vinden dan andere, maar het klopt: de verwachtingen zijn hoog. En in een tijd dat het voor veel modehuizen niet zo gemakkelijk gaat, zitten bij ons de verkopen nog in de lift. Ook dat geeft druk: ik weet dat veel winkels, vooral de kleinere, eigenlijk overleven op onze collecties. Ik kan me niet permitteren om er volledig naast te schieten. Een collectie moet er goed uitzien op de catwalk, maar moet ook goed commercieel vertaald kunnen worden. Met die dingen houd je onbewust allemaal rekening, maar je kunt er ook niet te halsstarrig aan vasthouden. Soms moet je buikgevoel volgen en denken: ze moeten het maar goed vinden.”

In welke fase van een collectie ontstaat het idee voor een show?

„De show is het eindpunt van het creatieve proces. Maar als je vroeg een locatie hebt, kan die invloed op de collectie hebben. Toen we wisten dat we onze mannencollectie voor najaar 2016 in de Opéra Garnier konden showen, hebben we ervoor gezorgd dat er rood fluweel en goudeffecten in de collectie zaten. Het is tegenwoordig wel veel lastiger bijzondere locaties te vinden in Parijs . Zeker sinds de aanslagen zijn de regels veel strenger geworden.”

Modeshows zijn de afgelopen jaren veranderd. Merken die in het seizoen zelf showen, die mannen- en vrouwencollecties combineren, prêt-à-porter die tijdens de coutureweek wordt getoond, shows van de tussencollecties die vroeger nooit geshowd werden. U houdt vast aan twee keer twee shows per jaar, tijdens de klassieke modeweken.

„Dat is niet uit nostalgie. Er is gewoon geen volwaardig alternatief. De versnippering die nu plaatsheeft, vind ik funest. Ik ben zot van mode, ik probeer het allemaal te volgen op Vogue Runway [voorheen Style.com], maar soms weet ik echt niet meer waar ik naar aan het kijken ben. Is het winter of zomer, man of vrouw, een pré- of een hoofdcollectie? Bij de laatste mannenmodeweek in Milaan zat de vrouwenpers op de eerste rij, omdat er zoveel vrouwenmode te zien was. Zelfs als je echt geïnteresseerd bent in mode, haak je op gegeven moment een beetje af.

Dries Van Noten en andere grote modenamen gebruiken weer ouderwetse, ruwe Shetlandwol in hun collecties

„In collecties die meteen na de show te koop zijn, geloof ik ook niet. Waarom zou je niet zes maanden wachten tot iets in de winkel ligt? Als iets echt goed is, doen mensen dat heus wel. Bovendien hoef je niet alles van voorhand te produceren, dus kun je zowel commerciële als creatieve dingen laten zien.”

Wat ook is veranderd, is dat shows nu voor iedereen te zien zijn, via internet. De sfeer moet overkomen bij de mensen die niet in de zaal zitten.

„De ene keer lukt dat beter dan de andere. De collectie voor afgelopen zomer was een heel fotogenieke show, omdat je meer zag dan kleding: op de catwalk stonden smeltende ijsblokken met bloemen erin. Voor video’s heeft het vaak ook te maken met de muziek. Als je de rechten niet hebt, kun je muziek alleen live laten horen, en moet je onder de video van die namaakmuziek zetten. Als ik iets hoor waarvan ik denk dat het geschikt is voor een show, laat ik meteen uitzoeken of we de rechten ook kunnen krijgen. Ik heb een medewerker die de helft van de tijd met muziek bezig is, voor de shows en voor de winkels.”

En dan zijn er de wetten van het kleine scherm: geen kleine dessins, bijvoorbeeld.

„Je zult me niet betrappen op een print die nadien een moiré geeft. En in de eerste vijf, zes clicks moet een afwisselend beeld te zien zijn. Dat bepaalt of mensen verder kijken.”

Zijn er dingen die nooit meer fout gaan?

„Ik zou zo graag ja zeggen, maar juist als je denkt ‘het gaat allemaal relaxed’ moet je goed opletten. Dan is er opeens een staking in Italië en komen de schoenen niet aan, of laat de anti-slip op de schoenzolen los door de warmte in de zaal, waardoor de hele vloer kleverig wordt. Met make-up kan ook van alles mis gaan. We hebben ooit een heel emotionele, kitschy show gehad met discobollen, fluwelen gordijnen en slow-muziek. Zodra de gordijnen opengingen, begonnen alle modellen te huilen. Dat werd een heel pijnlijke affaire, omdat van hun ogen ook een soort discoballen waren gemaakt en al die glitters in hun ogen kwamen.”

Wanneer komen bij u de zenuwen?

„We beginnen heel vroeg met de styling, maar tijdens de modeweek in Milaan, een week voor die van Parijs, gaan alle silhouetten naar de showroom daar voor de verkoop. Dat is een periode waarin ik niks meer kan doen en heel zenuwachtig word. Dan gaan Patrick [Vangheluwe, zijn vriend, die ook in het bedrijf werkt] en ik altijd een week weg, want ik wil dan niet op kantoor rondlopen en denken: o, nu gaat alles fout en ze gaan het niet goed vinden en dit en dat. En vervolgens gaan we naar Parijs en hebben we nog maar drie dagen voor de laatste haar- en make-uptesten, castings en fittings.”

En dan?

Hij houdt zijn adem in.

Alle 100 shows zijn te bekijken op driesvannoten.com (in het menu kiezen voor ‘silent archive’)