Recensie

Glimmend keramiek en behangsels met volle kleuren

Galerie Het is vol en veel, de keramische sculpturen van Elmar Trenkwalder en de behangsels van Christie van der Haak in Galerie Maurits van de Laar.

De expositie van Elmar Trenkwalder en Christie van der Haak bij Galerie Maurits van de Laar in Den Haag. Foto Eric de Vries

Den Haag is een stad van ornamentiek. In het vernieuwde stadscentrum hebben de prullenbakken ajourmotieven, lijkt de straatverlichting van filigrein, wordt een winkelpui gedragen door gevelbeelden. Een straatje daarachter bevindt zich Galerie Maurits van de Laar, die zijn najaarstentoonstelling ook wijdt aan ornamentiek. In de etalage hangen behangsels van de Haagse Christie van der Haak, daarachter glimmen keramische sculpturen van de Oostenrijker Elmar Trenkwalder. Hè hè, reageerden sommige buren van de galerist. Eindelijk een tentoonstelling waar ze wat mee kunnen.

Volle kleuren

Want het is een wonderkamer van weelde. Trenkwalders praalkoetsen en Maria’s-met-octopusarmen doen denken aan de Duitse ‘Ohrmuschelstil’ of Nederlandse ‘Kwabstijl’ uit de Barok. De dikke contouren en volle kleuren van Van der Haaks dessins deinen dan weer meer à la art deco. Vol en veel, toch ging Van de Laar minder ver dan het Wolfsonian in Miami vorig jaar. Dat museum werd door Van der Haak compleet ingepakt, binnen en buiten, meubels en plafonds. Nu, in de galerie, bleven plafonds en zelfs delen van de muren nog wit. Dat geeft haar ontwerpen een andere betekenis: banen behang in een afgebakend vierkant vlak zijn geen achtergrond meer maar autonome kunst. Alleen hangt Van der Haak daar separate kunstwerken bovenop, abstracte composities, die bij nadere inspectie dan weer uitvergrotingen blijken te zijn van de achtergrond, digitaal geprint. Dus wanneer is iets een behang? En wanneer is het kunst?

Elmar Trenkwalder, WVZ 315 S, 2016. Foto Eric de Vries

Praalgraven

Dit soort conceptuele vragen boeit Trenkwalder vermoedelijk minder. Zijn werk ontstaat zichtbaar anders. Hij is een tekenaar. Wie tekent weet dat elke fantasie kan bestaan, alles. Zelfs als je dat in keramiek vertaalt. Praalgraven met Chinese leeuwen, vikingschepen omlijst door borsten – allemaal geen probleem. Uitgevoerd in steengoed maakt hij dit bovendien extra plastisch. Zoals die kerkelijke monstrans op een sokkel. Van dichtbij blijkt de mandorla geen Maria te bevatten maar slechts haar vagina, anatomisch zeer nauwkeurig geboetseerd, je vol glazuur tegemoet glanzend.

De buren vinden het schijnbaar geen punt.

Van de Laar merkte bovendien dat Turkse Hagenaars de tentoonstelling goed kunnen lezen, vanwege de beeldtaal van abstracte patronen. Daar zit hem inderdaad de crux, in het spanningsveld van ornamentiek versus zelfstandig beeld. Want durf dit nog maar eens behangetjes te noemen.