Anti-kraak geldt als huurhuis

Is het wonen in een anti-kraakpand of huis dat onder de Leegstandwet valt gelijk te stellen met een huurovereenkomst? Een gemeente die 62 anti-kraakwoningen en 33 Leegstandwet-panden (bestemd voor herontwikkeling) ter beschikking stelde, vond van niet. Er werd door de bewoners namelijk een veel lagere vergoeding betaald dan in de reguliere verhuur. De verhuurderheffing – die verhuurders van meer dan tien huurwoningen verplicht een heffing te betalen over de WOZ-waarde van de woningen – was volgens de gemeente daarom niet van toepassing.

De Belastingdienst dacht daar anders over en bleef vasthouden aan de heffing. De rechtbank Zeeland-West-Brabant geeft de Belastingdienst gelijk. Ook in hoger beroep vindt het gerechtshof Den Bosch dat anti-kraak en Leegstandwet-objecten kwalificeren als huurwoningen: er is een overeenkomst op naam van de gebruiker, er is een betalingsverplichting en er wordt een (tijdelijke) woning ter beschikking gesteld. Alle ingrediënten voor een huurovereenkomst. Dat de vergoeding niet kostendekkend is, doet daar niets aan af. Voor de Leegstandwet-panden geldt bovendien dat de begrippen ‘huurder’ en ‘verhuurder’ al in de overeenkomsten worden gebruikt. Dit duidt er volgens het Hof op dat betrokkenen een huurovereenkomst hebben willen sluiten. De gemeente moet de heffing afdragen.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:GHSHE:2017:3402