Achtbaanrit ‘mother!’ is een bizarre film, zelfs voor Darren Aronofsky

Achtergrond

Regisseur Darren Aronofsky liet zich, gevoed door wanhoop over de staat van de planeet, compleet gaan in mother!. „Of je erin meegaat is een kwestie van smaak natuurlijk.”

Jennifer Lawrence, de nieuwe muze van Darren Aronofsky, als ‘mother!’

Smeltende poolkappen en klimaatverandering. De verwoesting van Aleppo, maar ook toeristen die selfies namen op een strand in plaats van aangespoelde babydolfijntjes terug in zee te helpen.

In een staat van holistische razernij schreef de Amerikaanse regisseur Aronofsky naar eigen zeggen twee jaar geleden het script voor mother! , die vorige week in Venetië zijn wereldpremière beleefde. Een film die in een mysterieus waas was gehuld. Aronofsky’s huidige vriendin, actrice Jennifer Lawrence, speelde de hoofdrol, dat was bekend. De filmtrailer suggereerde een claustrofobische psychothriller over een doordraaiende vrouw: denk Rosemary’s Baby of Repulsion. Dat beloofde wat in handen van meesterverteller Darren Aronofsky.

Wat de filmpers afgelopen week in Venetië werd voorgeschoteld, was een hectisch voortrazende koortsdroom waarin het huis van Moeder (Jennifer Lawrence) en De Dichter (Javier Bardem) door menselijke tsunami’s wordt overspoeld. Bij de perspremière klonk luid boegeroep en applaus, recensies variëren van meesterwerk tot fiasco. „Wow, wat een spectaculaire puinhoop”, hoorde ik na afloop zuchten. Dan wordt het doorgaans interessant.

mother! is een orkaan die aanzwelt en wegsterft, barstensvol allegorie en metafoor en mystiek. Een bizarre film, zelfs voor Darren Aronofsky. Hij is een van de weinige filmauteurs die zich vrij compromisloos staande weet te houden in Hollywood. Zijn vorige film, Noah, ploegde in 2014 de vertrouwde iconografie van de zondvloed om, juist door dicht bij het bijbelboek Genesis te blijven. Het kernpubliek, gelovige christenen en joden, wist er zich geen raad mee, toch was Noah een bescheiden hit waar andere, conventionele bijbelfilms – Ridley Scotts Exodus: Gods and Kings, Ben Hur – faalden.

Icarus-types

Interviews doet Aranofsky nauwelijks in Venetië. Een statement, een persconferentie, en verder: what you see is what you get. Het past deze zelfverzekerde ‘studioauteur’ van koortsig gemonteerde en zeer riskante films. Al sinds zijn debuut Pi (1998), waar de zoektocht van een wiskundige naar het algoritme van het universum eindigt in lobotomie, richt hij zijn camera op Icarus-types die verkolen door eigen obsessie. Zijn helden zijn bezeten van de ideale drugsroes (Requiem for a Dream), het overwinnen van de dood (The Fountain), publieksadoratie (The Wrestler) of lichaamscontrole (Black Swan).

Daar zit slechts één flop tussen, The Fountain. Maar bij studio Paramount zal men ditmaal wel nerveus zijn: vliegt Aronofsky in mother! niet te hoog? Kan het publiek hem volgen? In zijn filmoeuvre is dit een vreemde eend, erkent Aronofsky in Venetië. Hij repeteerde drie maanden intensief met de cast in een loods te Brooklyn, nam een bèta-versie van de film op om te bepalen wat visueel wel en niet kan als de camera Jennifer Lawrence zo dicht op de huid zit en louter haar ‘point of view’ geeft. Volgens de persmap is de actrice 66 van de 121 minuten van de film alleen in beeld.

Aronofsky schreef het scenario in 2015 als in een koortsdroom, vertelt hij. „Binnen vijf dagen had ik een ruw script klaar. Heel ongewoon, want films rijpen bij mij normaliter heel lang. Ik deed tien jaar over Black Swan, twintig jaar over Noah. Dit was eerder ‘stream of consciousness’, gevoed door wanhoop en razernij over het leven op onze planeet. Zie het maar als huilen naar de maan. Lees de krant, voel wat er gaande is. Natuurlijk blijft het een kwestie van smaak: hoever kan je gaan? mother! is een achtbaanrit, stap alleen aan boord als je bereid bent drie loopings te maken.” Bescheiden applaus. Aronofsky: „Ik hoor maar acht tot tien mensen klappen. Zorgelijk. Maar ik hoopte vooraf dat jullie zouden juichen én boeroepen. Anders hadden jullie me tekortgedaan.”

Want niet iedereen laat zich meeslepen. Waar gaat dit eigenlijk over? Staat het huis voor moeder aarde, is dit een ecofabel? Aronofsky behoort samen met Leonardo DiCaprio tot Hollywoods fanatiekste milieubeschermers: actrice Emma Watson klaagde dat ze dagenlang door diarree was geveld omdat hij op de set van zijn Noah plastic waterflessen verbood.

Bij zo’n hectisch scheppingsproces kan je pas achteraf reconstrueren waar het allemaal vandaan komt, antwoordt Aronofsky. „Ik denk dat Luis Buñuels El Ángel Exterminador (1962) een inspiratie is: een groep mensen komt niet van een dinertafel weg terwijl de hele maatschappelijke structuur het huis binnenvalt. Het sprookje van Blauwbaard speelde een rol, The Giving Tree (een cultkinderboek over jezelf opofferen voor je kinderen). Maar vooral Woman in Nature van Susan Griffin, denk ik.” Deze feministische studie uit de jaren zeventig poneert dat vrouwen historisch worden geïdentificeerd met de natuur, met materie: hun rol is reproduceren, voeden, geven. Een natuurlijke hulpbron die de man in staat stelt te nemen, te scheppen en te vernietigen.

Aronofsky: „Maar ik wil ook best verklappen dat de werktitel van deze film ‘Dag Zes’ was. Zoek dat maar op.” Goed dan: Genesis 1:1 – 27: ‘En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.’ Zijn De Dichter en Moeder Adam en Eva, is het huis hun paradijs? Of God en de Maagd Maria? Is het een kritiek op patriarchale structuren? Aronofsky: „Eerder over onze onverzadigbaarheid, ons eindeloze meer, meer, meer.” Maar er zit ook iets in over de artiest en zijn muze, over privacy in tijden van cameraterreur. Hoofdrolspeler Javier Bardem, tot dusver stil, doet een duit in het zakje. „Dat zit allemaal in mother! Maar voor mij gaat het vooral over de relatie tussen kunstenaar en kunstwerk.”

Die kan er ook nog wel bij. „Go figure it out”, glimlacht Aronofsky. „Jullie zijn er bijna.” Hij heeft zijn doel bereikt: mother! is de film waarover Venetië praat. Naast hem aan de perstafel bekijkt Aronofsky’s muze van dienst, Jennifer Lawrence, zijn academische bravoure quasi-beduusd, zoals alleen zij dat kan. Was het voor haar als specialist in sterke vrouwenrollen niet vreemd om hier tweede viool te spelen, vraagt iemand. Een vrouw die de man dient, zich onderwerpt? „Het klopt dat Darren mij in contact bracht met een kant van mezelf die ik nog niet kende. Slaat dit ergens op? God, ik ben doodsbenauwd voor microfoons.”

Dat Lawrence zelf bepaald geen speelbal is, bewijst ze even later, als ze met opgetrokken wenkbrauwen „hallo?” zegt als Aronofsky over haar antwoord heen praat. Nee, die metaforen waarvan mother! overkookt, zaten haar als actrice niet in de weg. „Je hebt een personage en zoekt naar haar waarheid. En metaforen suggereer je met kleine dingen. Als ik een trap afloop, hou ik steeds mijn hand op de trapleuning. Zo hou ik contact met het huis, weet je.”

Dat het een heel gezellige filmset was, valt te betwijfelen. „Je bent zo raar”, zucht Michelle Pfeiffer vermoeid als Jennifer Lawrence opmerkt dat zij liever Pfeiffer zou zijn. Pfeiffer, die na een vierjarig hiaat in de film terugkeert, beweert dat ze trots is dat een recensent haar typeerde als een ‘gargoyle’ (waterspuwer). „Bedankt, want dat is zij ook: iemand die van bovenop een kerkdak over het gedoe uitkijkt en de vinger op de zere plek legt. Ik zie haar als een beschermengel van Moeder, echt!”

Wat betreft Aronofsky: Pfeiffer heeft een zwak voor duister broeiende regisseurs. „Ik ook!”, veert Lawrence op. „Dat hoorde ik ja”, kaatst Pfeiffer.