Recensie

Weerzinwekkend westers

Documentaire

Van ‘Safari’, de nieuwe documentaire van Ulrich Seidl, wordt de kijker boos. Erg boos.

Oncomfortabele trofee-foto’s

Safari zit vol blanke jagers die trots poseren met de door hen in Namibië geschoten prooi. Ze doen dat tijdens jaagvakanties, soms met het hele gezin. Een net met moeite gedode giraffe krijgt nog wat blaadjes in de mond gelegd, want dat levert een mooiere foto op. De witte westerlingen komen uit Oostenrijk, het land dat filmmaker Ulrich Seidl al meermalen op de korrel had.

Het gestileerde Safari is om meerdere redenen een ongemakkelijke en boos makende film. Het zien van rijke Europeanen die voor hun lol, en vanaf een veilige afstand, op wild jagen is een oncomfortabele en decadente aanblik. Seidl laat het onopgesmukt zien en verhult daarbij niet de scheve raciale verhoudingen. Terwijl de dikke blanken na de jacht, die in al zijn gruwelijkheid wordt getoond, lekker in het zwembad liggen, mogen de zwarten de kadavers uitbenen. Het hoofd wordt bewaard voor de onvermijdelijke trofeefoto – Safari zit daar (helaas) vol mee.