Tienduizenden merels dood door usutuvirus

Virologie

Het usutuvirus sloeg deze zomer opnieuw toe, vooral onder merels. Niet alleen in Oost-Nederland, waar het virus in 2016 binnenkwam.

Vooral merels sterven aan het usutuvirus. Andere vogels kunnen het virus wel verspreiden. Foto iStock

Voor het tweede achtereenvolgende jaar zijn merels in Nederland in grote aantallen aan het usutuvirus gestorven. Dat maakten vier Nederlandse onderzoeksinstituten dinsdag bekend. Het virus, dat door muggen wordt overgebracht, werd vorig jaar voor het eerst in Nederland aangetoond. Het aantal merels lijkt daardoor dit jaar merkbaar lager dan anders.

De uitbraak met usutuvirus begon dit jaar al in april, piekte eind juli, en duurt nog steeds voort. Het virus verspreidt zich met name in warme perioden, als muggen actief zijn. De laatste weken neemt het aantal meldingen van dode merels weer af. Er is niets aan het virus te doen. Een deel van de merels overleeft een besmetting en bouwt afweer op.

Er leven ongeveer 2 miljoen merels in Nederland – in de winter meer. Vorig jaar werd geschat dat er daarvan duizenden tot tienduizenden zijn gestorven door de uitbraak. Vogel-onderzoeksorganisatie Sovon ziet dit jaar voor het eerst minder merels in de Jaarrond Tuintelling. „Maar we weten niet of er werkelijk sprake is van een afname in de merelstand”, aldus vogelonderzoeker Roy Slaterus van Sovon. Daarvoor moeten de waarnemingen gecorrigeerd worden voor het aantal tellers en hun locatie, en dat is nog niet gebeurd.

In 1996 is het usutuvirus voor het eerst in Europa gezien. Grote sterfte onder merels vond plaats in Oostenrijk (2001) en in Duitsland (2011). Ook Duitsland kent in 2016 en dit jaar weer een sterke usutuvirus-golf.

Het is nog onduidelijk of de uitbraak van 2017 in Nederland erger is dan die van 2016. Onderzoekers zijn afhankelijk van spontane meldingen door burgers bij het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht of bij Sovon. Er kwamen tot nu toe ruim 1.500 meldingen van dode vogels binnen. Het lijkt erop dat het virus zich dit jaar naar het westen uitgebreid. Uit Noord- en Zuid-Holland en uit Zeeland komen meer meldingen.

Ook mensen kunnen ziek worden van het usutuvirus, maar het RIVM noemt die kans „heel erg klein”. Mensen die al verzwakt zijn, kunnen van het virus hersenontsteking of andere neurologische klachten krijgen. Dat is tot nu toe zover bekend een paar patiënten in Europa overkomen.

„Er wordt in Europa op dit moment meer en beter gekeken”, zegt viroloog Chantal Reusken van het Erasmus MC in Rotterdam. Nederlandse ziekenhuizen zijn alerter op het usutuvirus bij patiënten met onverklaarde neurologische klachten, maar het virus is nog bij geen enkele patiënt aangetroffen.

Het Erasmus MC en de vogeltrekstations testen levende vogels sinds dit jaar systematisch op het usutuvirus en andere virussen die door muggen of teken worden overgebracht, en die voor mensen gevaarlijk kunnen zijn. Een voorbeeld is het westnijlvirus. Dit jaar zijn er binnen dat Eco-alert-onderzoek 1.300 vogels getest, waarvan ruim 300 op het usutuvirus. Behalve merels met het usutuvirus zijn er geen andere besmettingen ontdekt.