Restschuld op huis is nog geen verleden tijd

Woningmarkt

Als het aan het kabinet ligt, is de hypotheekrente op restschuld straks niet meer fiscaal aftrekbaar. Dat brengt huizenkopers in problemen.

Nieuwbouwwijk Carnisselande in Barendrecht.

De huizenmarkt mag dan aantrekken, dat heeft nog niet geleid tot minder huizenkopers met een restschuld. Maandelijks worden er bij het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), via de Nationale Hypotheek Garantie, bijna evenveel nieuwe garanties aangemeld voor leningen met een restschuld als op het hoogtepunt van de huizencrisis in 2013. Met name jonge kopers kampen nog steeds met huizen die ‘onder water’ staan en blijven met een restschuld zitten als ze hun huis verkopen voor een bedrag dat lager is dan hun hypotheek.

Dat blijkt uit cijfers van het Waarborgfonds over de periode 2014-2017. Huizenbezitters kunnen een beroep op dat fonds doen als zij hun oude woning met verlies verkopen en dat verlies fiscaal aftrekbaar mee willen financieren in de hypotheek van hun nieuwe huis. Die fiscale restschuldregeling was een van de crisismaatregelen die het kabinet in 2012 nam om doorstroming op de koopmarkt te stimuleren, ondanks het grote aantal huizen dat toen ‘onder water’ stond. De waarde van meer dan een miljoen huizen was toen lager dan de verstrekte hypotheken op die huizen.

Volgens staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) is de huizencrisis voorbij en is het aantal woningen dat ‘onder water’ staat inmiddels gezakt tot 330.000. Bovendien stijgt het aantal verkochte huizen: van 117.000 in 2012 naar 215.000 in 2016. De crisismaatregel kan dus volgens Wiebes volgend jaar worden afgeschaft.

Maar het WEW waarschuwt dat met name jonge kopers de huizencrisis nog steeds niet te boven zijn. Als de fiscale regeling wordt afgeschaft en zij vanwege restschulden niet verhuizen, krijgen starters minder kansen. De Tweede Kamer houdt deze woensdag een hoorzitting over de positie van starters op de woningmarkt. Daar wordt de restschuldproblematiek ook besproken.

Uit cijfers van het WEW blijkt dat de aanvragen voor restschuldfinanciering voornamelijk komen van huizenkopers tussen de 25 en 45 jaar. Dat aantal is de afgelopen drie jaar niet gedaald: maandelijks zijn het er meer dan 100, ook in 2017 nog.

Voor de crisis financierde het WEW jaarlijks 22 miljoen euro aan restschuld. Dat liep op van 40 miljoen euro in 2010 tot 176 miljoen euro in 2014, zo blijkt uit een analyse in economenblad ESB op basis van gegevens van WEW. Met de te verwachten claims over 2017 en 2018 gaat het in totaal om 27.600 huishoudens.

Maar als een nieuw kabinet vasthoudt aan afschaffing van de fiscale aftrek van rente over de restschuld, krijgen veel jonge kopers volgens het WEW de komende jaren financiering van een nieuwe hypotheek steeds moeilijker rond, ook al omdat banken bij nieuwe hypotheken steeds hogere inkomenseisen stellen, terwijl bijkomende kosten nauwelijks meer meegefinancierd kunnen worden. Als de restschuld niet meer aftrekbaar én de hypotheekregels verder worden aangescherpt, zullen veel kopers terugvallen op duurdere persoonlijke leningen, waardoor hun netto besteedbaar inkomen verder daalt.

Lees ook deze column van Maarten Schinkel: We zijn de slaafjes van onze huizenmarkt

Nog geen uitgemaakte zaak

„De crisis is voorbij en de woningmarkt herstelt zich”, zegt WEW-directeur Arjen Gielen. „Maar we hebben nog steeds te maken met de negatieve effecten van die crisis. Door die restschuldregeling nu af te schaffen, grijpen we in op de woningmarkt en wordt verder herstel juist geremd.”

In de Tweede Kamer is afschaffing van die regeling nog geen uitgemaakte zaak. Fracties wachten af wat er aan de formatietafel wordt besloten. „Daarna kijken we wat verlenging kost en hoe dat alsnog gefinancierd kan worden”, aldus CDA-Tweede Kamerlid Erik Ronnes.

Ook D66 en GroenLinks wachten af. „We kijken wat er uit de onderhandelingen komt”, aldus een woordvoerder van D66. GroenLinks-Tweede Kamerlid Linda Voortman noemt stopzetting voorbarig: „In de Randstad speelt die schuldproblematiek veel minder, maar in de krimpgebieden zeker wel.”

Correctie, 18-09: Het waarborgfonds staat garant voor de restschuld als de bank die niet financiert. Waar eerder stond: “Maandelijks komen er bij het WEW, dat die restschuld financiert via de NHG, bijna evenveel aanvragen voor restschuldfinanciering binnen als…” is de tekst nu veranderd in “Maandelijks worden er bij het WEW, via de NHG, bijna evenveel nieuwe garanties aangemeld voor leningen met een restschuld als…”.