‘Meegaan in Luceberts vrolijke gekte was een prettige bubbel’

Frederique van Rijn

Ze woonde een half jaar in Luceberts atelierwoning. Geïnspireerd door de dichter/kunstenaar maakte Frederique van Rijn collages. „Het was intimiderend om in Luceberts stoel te gaan zitten.”

Fotografe Frederique van Rijn woonde een half jaar in twee atelierswoningen van Lucebert: „Alles is nog exact zoals Lucebert het heeft achtergelaten. Foto Meinbert Gozewijn van Soest

De geschilderde fantasiefiguren en verfspetters die Lucebert na zijn dood achterliet in ateliers in Bergen en Jávea (naast Benidorm) zijn in de collages van Frederique van Rijn ogenschijnlijk voorgoed naar buiten getrokken. Languit liggen ze op een heuvel in het Bergense duinlandschap, of ze lopen op lange stelten over een modderig veld naast een kudde paarden.

In 2016 woonde fotografe Frederique van Rijn (1982) een half jaar in twee atelierswoningen van dichter en schilder Lucebert (1924-1994). Ze fotografeerde er elementen uit de werkplaatsen en combineerde die met foto’s van het landschap rondom de studio’s. Voor de titels van de werken vroeg ze schrijver Remco Campert, haar opa en goede vriend van Lucebert, dichtregels uit het oeuvre van de dichter uit te kiezen. Deze week opent in Museum Kranenburgh in Bergen een tentoonstelling van deze foto’s en verschijnt Het lichte oog huilt kleuren, een boek waarin de collages gebundeld zijn.

„Soms leek het alsof ik onbewust al bepaalde dichtregels in mij hoofd had”

Oude schoenen

„Zeker in het atelier in Bergen is alles nog exact zoals Lucebert het dertien jaar geleden heeft achtergelaten”, vertelt Van Rijn. De volle asbakken staan er nog, zijn oude schoenen staan onder de tafel. Sinds 2015 is de woning beschikbaar voor kunstenaars die er een aantal maanden willen werken. „Het was behoorlijk intimiderend om in Luceberts stoel te gaan zitten”, zegt ze. „Dat ontzag, daar moet je doorheen voordat je zelf iets kan maken. Dat lukte mij niet. Daarom heb ik een eerbetoon gemaakt.”

De Noord-Hollandse omgeving was wennen voor haar. Voordat ze de atelierwoning introk woonde Van Rijn acht jaar lang in een verlaten streek in de Spaanse Pyreneeën. Daar fotografeerde ze de interieurs van vervallen en gekraakte woningen. „Alles is in Nederland is zo aangeharkt. Het lukt mij niet daarvan een poëtisch beeld te maken.” Daarom zocht ze de ruigere plekken in de omgeving op. „Zoals het geweest moet zijn toen Lucebert hier zat.”

Elke ochtend stuurde Van Rijn haar schetsen per mail naar haar opa. „Van de zinnen die Remco terugstuurde kreeg ik ontzettend veel energie. Het past zo goed. Soms leek het alsof ik onbewust al bepaalde dichtregels in mij hoofd had.”

Vijftigers

Dat haar opa wilde meewerken aan het project voelt alsof ze de goedkeuring krijgt van een van de Vijftigers, de poëziestroming waar Lucebert en Campert in de jaren vijftig beiden toe behoorden. „Mijn opa en oma hebben altijd gezegd dat ze nooit artistiek met mij zouden samenwerken als ze mijn werk niet goed vinden, dat ze dat nu wel doen voelt als een bevestiging. ‘Een nieuw surrealisme’ noemde Remco mijn foto’s, dat is zo’n compliment!”

Van Rijn vond het niet ongemakkelijk om in iemands anders woning te wonen. „Daar is het huis te prettig voor. Het was een prettige bubbel: de hele dag naar zijn jazzplaten luisteren, zijn boeken lezen: meegaan in Luceberts vrolijke gekte.”

De residentie is voor Van Rijn aanleiding om in de toekomst meer korte, afgebakende projecten te doen. Op dit moment woont ze in bij Remco Campert en Deborah Wolf in Amsterdam. Ze wil iets maken over haar opa en oma. „Nu het nog kan, want ik heb het gevoel dat het niet lang meer zo is.”