Cultuur

Interview

Interview

Fort Oranje eind juni.

Foto Merlin Daleman

Makers docuserie Fort Oranje: ‘Dit verhaal moest verteld worden’

Vijf maanden liepen de makers van de SBS-serie Fort Oranje: camping of krottenwijk rond op de probleemcamping in West-Brabant. Nu wil de gemeente de camping sluiten. „Als dat het resultaat is, dan worstel ik daarmee.”

Verontwaardigd zijn ze, de makers van een serie documentaires over Fort Oranje, de probleemcamping in West-Brabant. Over de ellende die ze aantroffen tijdens de opnamen. Maar ook over de sluiting van de camping, waartoe de gemeenten Zundert en Breda besloten, nog tijdens de uitzendingen, die in februari begonnen. Programmamaker Frank Stojansek: „Wil de gemeente Zundert die mensen echt helpen? Of willen ze gewoon van die camping af?” Donderdag doet de rechter uitspraak in een kort geding dat campingeigenaar Cees Engel heeft aangespannen.

Vijf maanden hebben de makers van het SBS-programma rondgelopen op Fort Oranje. Fort Oranje: Camping of krottenwijk werd gemaakt door het jonge bedrijf Goya Productions, met een vast team dat eerder programma’s maakte over „gevoelige onderwerpen” bij verschillende zenders. We spreken met Frank Stojansek en met Remco Garcia, directeur van Goya. De schokkende beelden, van schrijnende armoede, geruzie en geestelijke nood, leidden tot publieke verontwaardiging, maar zijn volgens de makers nog maar „een milde versie van de werkelijkheid”.

Hoe kwamen jullie op het idee?

Stojansek: „Wij hadden contact met de directeur van de GGD in West-Brabant. Die belde ons en vertelde over de camping. Hij zei dat ze er als hulpverleners niet meer uitkwamen. Hij vroeg of we iets voor elkaar konden betekenen. Beelden van de camping zouden een doorbraak kunnen betekenen. We kregen een rapport van de GGD. Ik was geschokt. We zijn de camping opgegaan. We werden stil.”

Hoezo?

Garcia: „De vervallen caravans. De kinderen op straat. Dat dit bestaat!”

Stojansek: „Ik kreeg het gevoel: we kunnen deze mensen aan de onderkant van de samenleving niet in de ellende laten zitten. Er moet iets gebeuren. Er moest hulp komen. Het klinkt gek maar tv maken over Fort Oranje is haast ondergeschikt. Ik zie tv als een middel om problemen aan de kaak te stellen. Dat we zoiets in Nederland hebben, mocht niet onbesproken blijven. Niemand wist wat zich achter de struiken afspeelde. Ik heb die struiken willen weghalen.”

De serie was een groot succes.

Garcia: „We hebben fantastische kijkcijfers gehaald. De eerste aflevering werd door een miljoen mensen bekeken. Maar we doen het niet voor de kijkcijfers. We doen het omdat dit verhaal verteld moet worden.”

Stojansek: „We hebben als uitgangspunt dat mensen die voor onze camera komen, er niet slechter van worden. Daar zijn we erg streng op. Dus niet: de camping op stormen, aapjes kijken en alles uitzenden. Alle mensen die een rol spelen, hebben de montage gezien en dingen kunnen wijzigen. Zodat iedereen met een gerust gevoel op de bank kon kijken.”

En nu gaat de camping dicht.

„Als dat het resultaat is, dan worstel ik daarmee. Het is goed dat er iets gebeurt. Maar of dit de manier is? Ik vind het fijn dat we een steentje hebben kunnen bijdragen. Maar voor sommige mensen zijn de gevolgen heel ingrijpend.”

‘Wil de gemeente Zundert die mensen echt helpen? Of willen ze gewoon van die camping af?’

Is het niet prettig te zien dat je als documentairemaker invloed hebt?

„Aan de oppervlakte wel. Maar als mensen huis en haard moeten verlaten en niet fair worden behandeld, denk ik: shit. Hebben die mensen het straks beter of slechter? Voor de uitzending hebben we de beelden aan mensen van de gemeente Zundert laten zien. Zij wilden zich voorbereiden op de publiciteit die zou volgen. Ze vroegen aan mij: wat zou jij doen met de camping? Ik zei: zet op de parkeerplaats een keet van de politie en van de GGD, van gemeente en van de andere instanties. Geef die mensen hulp, want kennelijk is er een afvoerputje in de samenleving nodig, met mensen die nergens anders meer terecht kunnen. Zorg dat ze niet door het bestaansminimum zakken. Wat er nu gebeurt, is dat er wel een keet staat, maar dat de camping tegelijk rigoureus wordt ontruimd. Dat was niet mijn doel.”

De kwestie is niet goed behandeld?

„Ik heb er grote vraagtekens bij. Eerst zei de gemeente: we gaan iedereen helpen. Daarna: we gaan mensen helpen die het echt nodig hebben. Maar wat is echt nodig? Wil de gemeente die mensen echt helpen? Of willen ze gewoon van die camping af? De voortvarendheid stuit trouwens ook veel hulpverleners tegen de borst. Straks gaan de bewoners weer naar Rotterdam of naar Meppel. Wie zegt dat het daar beter met hen gaat? Ze zijn toch niet voor niets in Zundert terecht gekomen? Hun problemen zijn niet weg. Er zou geld uit het hele land moeten komen voor campings als deze, met hulpverleners bij de ingang.”

De gemeente zegt: met de campingeigenaar viel niet te werken.

„Mijn indruk is anders. Ik wil niet zeggen dat vader en zoon Engel lieverdjes zijn. Maar het beeld dat de gemeente schetst, klopt niet. Je kunt niet zeggen dat de campingeigenaar alle schuld draagt. Uit de film blijkt dat de eigenaar weinig empathisch vermogen heeft. Als mensen hun huur niet betalen, sluit hij de stroom en het water af. Van de andere kant: als je in een gewoon huurhuis woont en je betaalt de huur niet, dan sta je na een paar maanden ook op straat. Dan kijken ze ook niet of de bewoner misschien zelfmoordneigingen heeft. Dus: is de campingeigenaar de bruut? Of zijn dat de instanties die langs elkaar heen werken en een gezin met zo veel schulden in een caravan niet genoeg hulp bieden?”

Veel mensen zeggen het op de camping reuze naar hun zin te hebben.

Garcia: „Die mensen hebben we ook aan het woord gelaten.”

Stojansek: „Ze zeggen vaak dat ze het prima naar hun zin hebben. Maar ze zijn er wel gedwongen terecht gekomen. Van de twintig mensen die je spreekt, is er maar één bij wie er weinig aan de hand is. Je hebt daar rakkers en stakkers. De rakkers leven van de stakkers. Een gezin uit Rotterdam komt op Fort Oranje terecht. Wordt in een lekke caravan gezet. Heeft honger. Criminelen hebben dat haarfijn in de gaten. Die zijn snel je beste vriend. Die komen op zaterdag je dak even repareren. Ze komen eten langs brengen. Maar op een gegeven moment moet dat gezin wel wat terug doen. Dan begint de ellende.”

Wat moeten ze dan terug doen?

„Ze moeten kentekens of een telefoonabonnement op hun naam laten zetten. Zelf in een schuurtje gaan wonen. En in hun caravan komt een hennepkwekerij. Doe je het niet, dan brandt op een nacht je caravan af.”

Er zijn mensen op de camping die zeggen: door mee te werken aan de serie, heeft de campingeigenaar z’n doodvonnis getekend.

Stojansek: „Dat weet ik niet. We hebben altijd goed overlegd en kunnen praten met vader en zoon Engel. Ze hadden vertrouwen in ons. En het contact is nog steeds goed. Het zou ook kunnen dat Engel er over een paar jaar financieel heel goed uitspringt. Misschien krijgt Engel wel een gigantische schadevergoeding.”

De serie is terug te zien via de website van SBS 6.