Ombudsman

Lezer Schrijft: over politiek onderzoek naar wetenschappers

De Tweede Kamer nam een motie aan om onderzoek te doen naar zelfcensuur aan de Nederlandse universiteiten. Maar gaat dat u wel of niet om de politieke kleur van wetenschappers?

Meer dan 2300 wetenschappers ondertekenden een petitie tegen de nieuwe voorzitter van de universitaire koepelorganisatie VSNU, Pieter Duisenberg. In zijn eerdere, korte loopbaan als VVD-Kamerlid heeft Duisenberg namelijk een motie ingediend waarin het kabinet wordt opgedragen onderzoek te doen naar ,,de politieke kleur van universitaire medewerkers’’, aldus de petitie. Dat zou volgens de ondertekenaars neerkomen op een onwenselijke politieke inmenging in academische vrijheid en mogelijk op overheidsdwang.

Maar volgens een fact check in NRC was de bewering die aan Duisenberg werd toegeschreven ,,onwaar”. Redacteur Onderwijs Maarten Huygen zocht op waar de bewering vandaan kwam. Dat bleek een zin in het Amsterdamse universiteitsblad Folia (,,Duisenberg vindt dat er een onderzoek moet plaatsvinden naar de politieke voorkeur van wetenschappers”).

Dat klopt niet, meende Huygen. In de motie-Duisenberg (die werd aangenomen) gaat het om het waarborgen van politieke ,,diversiteit” aan universiteiten. Dat moet juist in dienst staan van de academische vrijheid, niet die beperken. Het doel is dus niet politieke voorkeuren of partijlidmaatschappen van wetenschappers te turven, aldus Huygen, maar om na te gaan of bepaald onderzoek uit politieke of commerciële schroom of zelfcensuur niet wordt gedaan.

Verschillende lezers maakten bezwaar tegen Huygens oordeel.

Zij vinden dat Huygen ten onrechte de achtergrond van de motie heeft genegeerd, want die was overduidelijk Duisenbergs bezorgdheid om één type dominantie aan de universiteit, namelijk linkse.

Hoogleraar filosoof Josef Früchtl van de Universiteit van Amsterdam schrijft bijvoorbeeld:

U had moeten kijken naar de discussie tussen meneer Duisenberg en mevrouw Bussemaker, toen minister van het hoger onderwijs, tijdens het debat in de Tweede Kamer op 25 januari 2017. Ik herinner aan de afsluitende, cruciale zinnetjes van deze discussie: “In de wetenschap gaat het om waarheidsvinding. Inventariseren wat politieke voorkeuren zijn staat daar fundamenteel haaks op” (Bussemaker). “Dan zal ik dat op een andere manier doen” (Duisenberg).

Kan een uiting nog eenduidiger zijn als die van meneer Duisenberg, namelijk dat hij wil inventariseren wat de politieke voorkeuren zijn in de Nederlandse wetenschap?

Früchtl vindt de conclusie van Huygen daarom ,,niet integer’’ en zelfs ,,dicht bij fake news’’ in de buurt komen.

Dat laatste lijkt mij nu weer onwaar, want verzonnen wordt hier niets. Het is eerder een kwestie van precieze of rekkelijke interpretatie, zoals vaker bij fact checks.

Huygen zegt:

Ik heb de letterlijke tekst van de petitie en die van de motie gecheckt, die laatste is ten slotte het politieke feit. En daar staat niets over het nagaan van de politieke voorkeur van individuele wetenschappers.

Inderdaad. Maar de klagers verwijzen dus naar de context. Wie de Handelingen erbij pakt, krijgt volgens hen een scherper beeld van wat Duisenberg met zijn Kameruitspraak beoogde. Hoogstwaarschijnlijk zou een VVD-Kamerlid niet met droge ogen voorstellen individuele politieke voorkeuren aan de universiteit te turven. Maar wat zei hij wel?

De heer Duisenberg (VVD):

De Minister hecht zeer aan politieke diversiteit [aan universiteiten – sdj], maar heeft er geen gegevens over. Kan zij dat op de een of andere manier laten onderzoeken en daarover rapporteren? Ik weet wel dat dat kan. Ik heb dat van verschillende kanten gehoord, ook van bureaus waarmee de Minister vaker werkt. Ik vind het heel belangrijk dat goed wordt bekeken of dit een issue is.

Minister Bussemaker: Dit ga ik niet doen.

De heer Duisenberg (VVD): Dan doe ik dat ook met een motie.

Minister Bussemaker: De heer Beertema heeft ooit een organogram willen vragen. Mensen in de wetenschap worden op kwaliteit beoordeeld. Dat is het enige waarnaar ik wil kijken. [..] In de wetenschap gaat het om waarheidsvinding. Daar kan diversiteit in geluiden nuttig zijn om tot de beste waarheidsvinding te komen, maar altijd gebaseerd op de inhoud, op de wetenschap. Inventariseren wat politieke voorkeuren zijn staat daar fundamenteel haaks op.

Verschillende media interpreteerden dat als een discussie over de vraag of de Nederlandse universiteiten niet te links zijn, óók NRC. Zo begon een stuk van Wetenschapsredacteur Marcel aan de Brugh na het debat:

,,Is de wetenschap een linkse kliek, die in zijn onderzoek is bevooroordeeld door zijn politieke ideologie? De VVD-Kamerleden Duisenberg en Straus willen het uitgezocht hebben”.

De kop boven dat stuk: Onderzoek naar linkse wetenschap ‘zinnig’ (8 februari 2017)

De sociologensite Stuk Rood Vlees deed naar aanleiding van de motie al een eigen inventariserend onderzoek. Het beeld is gemengd; in de humaniora zijn onderzoekers wat linkser, in de economische disciplines wat rechtser.

Duisenberg zelf schreef een column over de zaak voor The Post Online. Hij zette nog eens uiteen dat het ging om een breed onderzoek naar zelfcensuur, dat los stond van links of rechts. Maar de voorbeelden die hij aanhaalde betroffen ‘rechts’ onderzoek dat niet of slechts met grote moeite plaats en financiering kon vinden aan de universiteit:

En wat te denken van het verhaal van mijn PVV-collega Martin Bosma, die nergens een promotieplaats kon krijgen. Hij werd gelukkig uiteindelijk, een mooi voorbeeld van hoe het wel zou moeten, onder begeleiding genomen van de bekende hoogleraar Meindert Fennema (lid van GroenLinks).

Kortom, dat de ondertekenaars van de petitie zich zorgen maken over een vorm van politieke toetsing, lijkt niet zo gek.

Op zijn eigen Onderwijsblog juicht Huygen het onderzoek dat Duisenberg wil overigens toe, met het oog op vergelijkbare initiatieven in Amerika.

Was zijn oordeel in de fact check dan niet wat letterlijk?

Huygen zegt:

Ik heb die hoorzitting in februari live gevolgd en ik heb de Handelingen voor het schrijven van het stuk nog eens doorgelezen.
Duisenberg wees me op de bewoordingen van de motie zelf. Daarin gaat het om de vrijheid van het woord en het vermijden van (politieke) censuur. Het onderzoek staat in die context. Nergens zegt hij dat hij de ‘politieke kleur’ van wetenschappers wil onderzoeken. Maar dat is wat die petitie suggereert en wat ook veel woedende commentaren opwekt. Vandaar mijn gereformeerde precisie.

De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen heeft laten weten met de formulering van de motie wel uit de voeten te kunnen. Huygens belde met Nico Schrijver, voorzitter van de commissie die het beoogde onderzoek gaat uitvoeren:

Ook bij Schrijver vond ik niet de wens de politieke kleur van wetenschappers in kaart te brengen, maar een onderzoek te doen naar belemmeringen van de vrijheid van wetenschap, trouwens ook door sponsors en financiers.

Aan Früchtl schreef Huygen, niet ongeestig:

De petitie tegen Duisenberg serveert steak waar schol is besteld. De motie vraagt niet om ,,een onderzoek naar de politieke kleur van universitaire medewerkers’’ maar verzoekt de regering om een beschouwing en advies aan de KNAW naar de vraag of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap in Nederland een rol spelen. Kortom de vraag is of zich nog steeds kwesties zoals die rond de breinonderzoeker Buikhuisen voordoen.

Het is een klassiek dilemma bij fact checks: hoe letterlijk of ruim moet een bewering worden opgevat? De lijn bij de krant is dat de exacte formulering wordt gecheckt. Dat maakt lang niet alle beweringen geschikt voor zo’n rubriek. Huygen heeft zich beperkt tot de exacte tekst van de motie, die heeft nu immers de kracht van een opdracht aan het kabinet.

Toch hebben de klagers een punt, vind ik.

Want hoe je er verder ook over denkt, de motie is een opmerkelijke politieke interventie in de academische praktijk, met het oogmerk om politieke of ideologische eenzijdigheid op te sporen. Dat het daarbij niet zal gaan om Oostblok-achtige politieke screening van wetenschappers die in een kamertje tegen een bureaulamp moeten inkijken, is nogal evident en doet daar weinig aan af. Ik had het wat rekkelijker oordeel ‘grotendeels waar’ dus beter gevonden.

Dat een onrustbarende bewering volgens de strikte regels van een fact check rubriek niet letterlijk klopt, betekent nog niet dat de hele waarheid geruststellend hoeft te zijn.