Van Lieshouts nieuwe exporuimte tussen bramen en containers

Tentoonstellingsruimte

Joep van Lieshout opent in Rotterdam een exporuimte met gastatelier waar kunstenaars mogen wonen en werken. De eerste exposant is Felix Burger.

In de installatie Long way to happiness (2017), van Felix Burger ontvouwt zich een sprookjesachtig schimmenspel. Foto AVL Mundo

Aan de Keileweg, in het Rotterdamse Merwe-Vierhavengebied dat herontwikkeld wordt, zit AVL Mundo. Deze culturele stichting van Joep van Lieshout heeft een openbaar toegankelijk beeldenterrein en sinds vorig weekend een tentoonstellingsruimte voor gastkunstenaars: Brutus. „Omdat Joep wil teruggeven aan Rotterdam en aan een volgende generatie kunstenaars”, legt Eva Olde Monnikhof uit, directeur van AVL Mundo. „Hij vindt dat hij geluk heeft gehad. Hij kwam in 1981 in dit gebied, kraakte met twee anderen een havenloods iets verderop. Na een tijdje kwam een havenbaron vragen of ze het niet koud hadden, en heeft toen gas, water en licht voor ze aangelegd. Gratis kunstenaars bleken namelijk een goede beveiliging.”

Dat was ver voordat er sprake was van enige hipheid in dit stadshavengebied, waar steeds meer creatieve ondernemers komen en meer havenactiviteiten gaan verschuiven richting Maasvlakte. Maar het havengevoel is er nog. Van AVL Mundo naar Brutus passeer je loodsen, betonplaten, onkruid, en De Kathedraal: een silo met gotische hoogtes waar dit najaar vroege machinesculpturen van Van Lieshout staan – toen Joep nog Joep heette en geen Atelier van Lieshout bestond. Voorbereid op post-apocalyptische tijden is het werk uitgerust met de meest primaire levensbehoeften: een bed, keuken, dj-set. Buitenom beland je bij Brutus in een gastatelier voor exposanten om zes maanden te kunnen wonen en werken. De eerste exposant is Felix Burger, de Duitse kunstenaar die in 2014 op de Rijksakademie opviel met zijn installatie van mechanische koppen die de Matthäus-Passion zongen. Hij vertelde NRC vorig jaar dat hij één installatie per jaar maakt, en veel uitnodigingen afslaat.

Liefde voor de ruimte

Dat is nog zo, vertelt hij in Brutus, maar op deze ruimte werd hij verliefd: „Bovendien wilde ik graag op één plek zitten om daar te bouwen aan een nieuw werk. En geen white cube.” Inderdaad is er niets white aan Brutus, weliswaar een vierkante loods maar met grove muren. Binnen blijkt het donker en ontvouwt zich een sprookjesachtig schimmenspel waar Burger een half jaar aan werkte. Long way to happiness heet deze nieuwste installatie, waar enkele ouderwetse diaprojectoren zo’n zestig mechanisch ronddraaiende vlinders belichten. Het werpt theatraal schaduwen op de muren die daardoor nog rauwer lijken. Lieve vlindertjes, maar eenmaal geprojecteerd worden ze een insectenplaag van bijbelse proporties.

Zulke tegenstellingen zitten ook in de nostalgisch gemaakte 16mm-films rondom de installatie. Een meisje zit tussen de restanten van een verjaardagsfeestje naast een man in ezelpak. Zij vindt de ezel eng, wij kijkers vinden vooral de WTC-ruïnes verontrustend die als sculptuur op tafel staan. Dreiging en onschuld, een mechanisch wereldbeeld: er is verwantschap tussen Burgers thema’s en AVL, al zul je bij Van Lieshout niet snel vlinders aantreffen. Ook volgende gastkunstenaars bij Brutus zullen in die lijnen passen: dreiging, wereldbeelden, ideologieën die verkeerd aflopen.

Weer buiten bij Brutus, tussen bramenstruiken en zeecontainers, leidt een spoor van witte voetsporen richting het gastatelier. Ooit best mooi ontworpen door een weinig stijlvaste architect, is de bakstenen villa nu een uitgeleefd kantoor met loshangende systeemplafonds. Binnen hoor je opnieuw een 16mm-projector en apparaten ratelen. Hier loopt de tentoonstelling door: Burgers poppenkoor voert hier voor het eerst sinds 2014 weer de Matthäus-Passion op, bombastisch, haperend, falend. Burger: „Omdat dit zo’n toegetakelde villa is. Dit werk past wel in die fucked up space.