Juristen: kuifmakaak kan niets bezitten, dus selfie is van niemand

Met de selfie die hij zes jaar geleden maakte, heeft de grijnzende kuifmakaak Narudo heel wat losgemaakt onder juristen en dierenactivisten.

Foto niemand/kuifmakaak Narudo/David J. Slater/Wildlife Personalities

Van wie is die selfie, die op het web zo vaak gedeeld werd? Van de Indonesische kuifmakaak Narudo? Van fotograaf David Slater? Of van niemand? Omdat de Amerikaanse rechtszaak hierover maandag werd geschikt, is de kwestie nog niet juridisch helder.

In 2011 liet de Britse natuurfotograaf David Slater zijn camera op een driepoot achter in het Tangkoko -reservaat op het Indonesische eiland Sulawesi (Celebes). Toen hij de camera terughaalde, bevatte die een hele serie foto’s, die een stel kuifmakaken van elkaar en zichzelf had genomen. Slater publiceerde er een paar, met een goed verhaal erbij. En in 2013 zette hij ze in zijn fotoboek Wildlife Personalities.

De foto’s gingen meteen de wereld over, mede doordat Wikipedia ze publiceerde, zonder toestemming van Slater. Toen Slater de website hierop aansprak, zei deze dat de foto’s zich in het publieke domein bevonden; ze waren rechtenvrij. Niet Slater, maar de aap had ze immers gemaakt.

De Amerikaanse dierenrechtengroep PETA greep de kwestie aan om een rechtszaak aan te spannen tegen Slater namens de kuifmakaak. PETA claimde dat Slater het auteursrecht van Narudo had geschonden, en dat hij geld aan de aap moest afdragen. In januari 2016 oordeelde de rechter in San Francisco (waar de uitgever van Slater is gevestigd) dat dieren geen auteursrecht kunnen hebben, en dat de claim van de zelfbenoemde vertegenwoordigers van Narudo ongegrond was. Het hoger beroep eindigde maandag in een schikking: Slater draagt een kwart van zijn verdiensten af aan de bescherming van kuifmakaken, die met uitsterven worden bedreigd.

Uitgemaakte zaak

Nederlandse auteursrechtspecialisten vinden het een uitgemaakte zaak: nergens ter wereld hebben dieren vermogensrechten, dus ook geen auteursrecht. Dieren kunnen geen eigendom bezitten. Bernt Hugenholtz, hoogleraar intellectueel eigendom aan de Universiteit van Amsterdam: „De aap kan juridisch gezien niet de maker van het werk zijn. De aap valt af.”

Van wie is de foto dan? Van niemand, zeggen de juristen. Een fotograaf kan slechts zijn auteursrecht laten gelden als hij allerlei creatieve keuzes heeft gemaakt, zijn persoonlijke hand moet waarneembaar zijn in de foto. Het feit dat Slater zijn eigen camera in het oerwoud had neergezet, is niet voldoende. Hugenholtz: „Enkel het hebben van een idee is niet genoeg.” Wikipedia krijgt van hen dus gelijk, de apenselfie is rechtenvrij.

Dirk Visser, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht te Leiden, noemt ter vergelijking satellietfoto’s of foto’s van een bewakingscamera: zonder menselijk ingrijpen behoren die tot het publieke domein. „Ze zouden rechtenvrij moeten zijn omdat niemand invloed heeft gehad op het beeld.”

Volgens Hugenholtz was de zaak van de makaak in Nederland vermoedelijk niet eens voor de rechter gekomen omdat PETA geen belang had in de kwestie, en als eisende partij niet ontvankelijk zou zijn verklaard. Verder noemt zijn Leidse collega Visser als bezwaar tegen de eis het ontbreken van een duidelijk belang van de aap. „Wat schieten die apen ermee op? En welk belang heeft de maatschappij bij het bevorderen van de creativiteit van apen?”

Ook dieren hebben rechten

Hoewel zowel Hugenholtz als Visser de apenzaak graag in hun colleges gebruiken, vinden ze hem juridisch gezien niet zo interessant. Maar ze vinden het pr-technisch en wat maatschappelijk belang betreft wel boeiend. Visser: „Op het lijstje prioriteiten voor dieren staat het hebben van auteursrecht heel laag, maar het is geweldig voor PETA dat ze met zo’n exotische, kansloze zaak overal hun eigen verhaal kunnen promoten.”

Het gaat PETA namelijk niet zozeer om de auteursrechten voor de makaken, alswel om aandacht te vragen voor het uitsterven van de kuifmakaak, en voor dierenrechten in het algemeen. In de VS proberen verschillende dierenactivisten om via de rechter dieren grondrechten te geven, net als mensen. Eerder voerde PETA bijvoorbeeld een verloren rechtszaak tegen pretpark Sea World, uit naam van zes orka’s, omdat hun gevangenschap het 13de amendement op de grondwet, het verbod op slavernij, zou schenden.

Dat soort rechtszaken zijn tot nu toe kansloos – de wet is er alleen voor mensen en rechtspersonen. Toch zijn dieren niet geheel rechteloos, stelt jurist Hans Waaij, voorzitter van de actiegroepen Dier & Recht en Varkens in Nood. „Dieren hebben geen rechten, maar mensen hebben wel plichten jegens dieren.” Dieren mishandelen, zonder redelijk doel, mag bijvoorbeeld niet. Hij wijst erop dat in Duitsland dierenbescherming in de grondwet is opgenomen. Iets te abstract en hoogdravend naar zijn smaak, hij gelooft meer in vechten voor dierenrechten op praktisch gebied, bijvoorbeeld in de bio-industrie of de hondenfokkerij.

Waaij wijst op de Wet Dieren, die sinds 2011 van kracht is. Volgens die wet hebben dieren een intrinsieke waarde. Dit betekent: „De erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. […] Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen.”

Dieren zijn voor de wet dus niet alleen maar roerende zaken. Ze zijn meer dan bezit, maar ze kunnen zelf niets bezitten. Ook geen auteursrecht op selfies.