Cultuur

Interview

Interview

Onverwacht duo: straatkind Nicu (Bogdan Iancu) en stewardess Lin (Maria Kraakman)

‘Ik wil niet moralistisch op een zeepkist staan’

Jaap van Heusden

De regisseur heeft een zwak voor de luchtvaart. In zijn nieuwe film In blue ontfermt een stewardess zich over een Roemeens straatkind.

Een stewardess mist haar vlucht en dan begint alles te schuiven. In zijn nieuwe film In blue schuurt Jaap van Heusden alweer een klein laagje van ons beschavingsvernis af. Via het oog van een vrouw die alles heeft – maar het belangrijkste is verloren – kijken we naar kinderen die niets hebben, eigenlijk zelfs geen hoop.

Vliegen is een mooie droom. Zelfs als je zelf geen vleugels hebt kun je door te vliegen toch overal komen. Filmmaker Jaap van Heusden heeft al lang een fascinatie voor de luchtvaart. Misschien heeft hij zelfs wel een stiekeme crush op stewardessen, geeft hij toe. „Ik ging vroeger met mijn liefje ’s nachts naar Schiphol om het leven daar te observeren. Dat gevoel van Catch Me If You Can, waarin Leonardo DiCaprio komt aanlopen tussen de piekfijn geklede stewardessen. Die hakjes, die koffers, die romantiek. Het is een magisch wereldje. Niemand hoort er echt thuis. Iedereen is in transit.”

Maar het is meer. Die professionele mentaliteit. Die belangstelling voor hoe mensen kunnen samenvallen met hun beroep en daardoor van zichzelf vervreemd kunnen raken zit ook al in zijn films Win/Win over de Zuidas en Drone. „Het is onzin natuurlijk om te generaliseren, er zijn tienduizend mensen cabinepersoneel. Maar er is toch iets overkoepelends. Lin, mijn hoofdpersoon, is altijd professioneel. Ze heeft volkomen de regie over haar leven. Dat bewonder ik.” Wat hem precies in dat soort personages interesseert weet hij niet: „Ik ben me bewust dat ik steeds films over ze maak. Maar ik maak die films niet bij wijze van therapie.”

Turbulent

Het leven van stewardess Lin is nogal turbulent. Maar alles wat in de film gebeurt is uitgebreid geresearcht, verzekert Van Heusden. Hij had in de aanloop naar zijn film contact met diverse stewards en stewardessen. „Alles kan. Verslapen. Ja. Iedereen zegt: dat zou mij nooit overkomen, maar er gebeuren wel gekkere dingen. Kijk maar naar de berichten die er soms in de pers verschijnen. Zelfs een bevalling aan boord komt elk jaar wel een keertje voor.”

Hij vertelt hoe hij met Maria Kraakman heeft samengewerkt, die hoofdpersoon Lin speelt. Haar kreukloze wereld begint te rimpelen en te rafelen op het moment dat ze in Boekarest het vliegtuig mist, haar taxi een straatjongen aanrijdt en ze op een paar uur vliegen van thuis afdaalt in een vaak letterlijk ondergrondse wereld van dakloze kinderen, jeugdprostitutie en zelfmaakdrugs. „Ik wist uit interviews dat Maria geen kinderen kan krijgen. Meestal ben ik gewend om met acteurs een paar stevige gesprekken te voeren, elkaar echt de nieren te proeven. Maar toen ik het met haar had over de traumatische momenten van de film en wat er in het verleden van Lin is gebeurd, zei ze heel stellig: ‘Ik weet waar het over gaat. Vertrouw er maar op dat ik in die scènes toegang heb tot dat reservoir aan emoties.’”

Zowel Van Heusden als coscenarist Jan-Willem den Bok is bereisd, en ze zijn zich bewust van hun witte, westerse geprivilegieerdheid: „Jan-Willem heeft veel onderzoek naar straatjongens gedaan, in Kiev en Brazilië; ik heb een tijd in Afrika gewoond. Als je daar bent, zit je er helemaal in. Maar er blijft altijd een onbalans. Ik kan een ticket kopen als het me niet zint en weer weggaan. Die jongens kunnen nooit hierheen.”

Daarom heeft een aantal KLM-medewerkers ook Wings of Support opgezet: een organisatie die vliegpersoneel in staat stelt om tijdens hun reizen iets te betekenen voor kinderen in de landen waar ze op vliegen. Van Heusden: „Lins reactie is minder doordacht, zij raakt echt verstrikt in die relatie, die veel meer, veel complexer is dan een poging tot altruïsme.”

Toch moeten we de straatkinderen in zijn film niet puur als lijdzame slachtoffers zien: „We hebben wel nog heel naïef geprobeerd om een van die de jongens naar school te helpen. Maar wat dat betreft is het best een hopeloze bedoening. Op de laatste avond zaten ze al het geld dat ze hadden verdiend te verpokeren. Daarom heb ik van Nicu ook iemand gemaakt die een beetje anders is, die wel de zorg draagt voor zijn zusje, die misschien wel kan ontsnappen. Dat is dan toch mijn hoopvolle inslag. Maar ik wil niet preken, geen morele voorsprong hebben op mijn publiek. Als mij dat als toeschouwer overkomt dan zeg ik echt dit [steekt middelvinger op] tegen een film. Zoek een goed doel. Of een zeepkist.”