Column

Hoog tijd voor parlementaire enquête naar politie

De politie blijft maar onderpresteren, stelt vast. Dat probleem dateert van vóór de Nationale Politie.
Supporters van Feyenoord raken slaags met de politie na het verlies van Feyenoord. Foto ANP / Niels Wenstedt

Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie, heeft de voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad (COR) de laan uitgestuurd wegens ernstig plichtsverzuim. Naar aanleiding van de uitkomsten van het disciplinaire onderzoek rond de geldsmijtrel krijgt Frank Giltay strafontslag „wegens zeer ernstig plichtsverzuim”. Zo gaf hij exorbitante bedragen uit aan etentjes, flessen wijn en prosecco, hotels, kostuums en een imagocoach.

Het is nu ruim vijf jaar geleden dat de Tweede Kamer akkoord ging met de vorming van de Nationale Politie. Hierbij werden 26 korpsen ondergebracht in één korps, met 64.000 man personeel. Het is niet overdreven te stellen dat dit reorganisatieproces behoorlijk moeizaam verloopt. Voortdurend duiken nieuwe problemen op. De rel rond de COR is er slechts één van. Zo is het ophelderingspercentage van misdrijven nog steeds uiterst laag. Naar eigen zeggen is de politie de grip op de georganiseerde misdaad volledig verloren. Op terreinen als cybercrime mist de politie kennis en expertise en blijven de prestaties ondermaats. Het aantal politiemedewerkers met een rianter inkomen dan hun hoogste baas neemt verder toe. Etnisch profileren komt structureler binnen de politie voor dan gedacht. Het aantrekken van hogeropgeleiden komt niet van de grond en ook het diversiteitsbeleid faalt. Bovendien wordt regelmatig informatie over verdachte personen gelekt naar de pers.

Grootschaligheid alleen kan niet de oorzaak van de structurele problemen zijn

Hoe zijn die problemen ontstaan? Vaak klinkt het verhaal dat ze het gevolg zijn van de grootschaligheid van de Nationale Politie. Er zou een onbeheersbaar log apparaat in het leven zijn geroepen dat te bureaucratisch is georganiseerd, tot veel rompslomp leidt en niet slagvaardig is.

Natuurlijk, een deel van de huidige problematiek hangt hiermee samen. Toch is dit verhaal een drogreden. Feit is dat veel van de huidige problemen al dateren van vóór de Nationale Politie. Al heel lang gaan fundamentele zaken bij de politie niet goed. Het wijst erop dat de politie niet wezenlijk is veranderd sinds de reorganisatie.

Neem het zorgenkind van de informatiehuishouding. Haperende, verouderde en geldverslindende ICT-systemen behoren al enkele decennia tot de vaste inboedel van de politie. Ook vóór de komst van de Nationale Politie presteerde de politie ondermaats op tal van terreinen. Zo heeft de politie nooit een substantiële bijdrage geleverd aan de bestrijding van zogenoemde haalcriminaliteit als fraude en milieudelicten. Om milieucriminaliteit aan te pakken is daarom een landelijke inspectie opgetuigd.

De buitensporige salarissen voor de top van de Nederlandse politie dateren ook van vóór de komst van de Nationale Politie. Zo verdiende Bernard Welten in zijn tijd als korpschef in Amsterdam al een salaris dat ruim boven de ministersnorm uitkwam. En dat de politie het niet zo nauw neemt met de privacy van verdachte personen is algemeen bekend. Wie herinnert zich nog de rel rond de van verkrachting verdachte Robin van Persie? Meer dan tweehonderd agenten van het korps Rotterdam-Rijnmond probeerden stiekem het dossier van de voetballer in te zien.

Lees ook de reactie van Marnix Eysink Smeets op dit stuk: Een parlementaire enquête helpt de politie van de wal in de sloot.

De problemen rond de Nationale Politie betekenen niet dat de komst van een landelijk korps een slecht idee is. Integendeel, er zijn juist goede redenen om één landelijke politieorganisatie te hebben. Zo werkten korpsen vroeger niet of nauwelijks samen en had ieder korps zijn eigen ondersteunende diensten, waardoor er geen gezamenlijk personeels- en inkoopbeleid was. De voortslepende problemen laten wel zien dat de politie er maar niet in slaagt op een adequaat niveau te functioneren. Tal van kritische rapporten en Kamerdebatten zijn aan het disfunctioneren van de politie gewijd, van de gebrekkige informatiehuishouding tot de falende opsporing. Kritische signalen worden tot nu toe steeds weggewuifd terwijl de problemen zich blijven opstapelen. Waarom laat de politiek dit zo lang gebeuren? Ik stel voor een parlementaire enquête te houden naar het functioneren van de politie. Alleen zo kan worden nagegaan welke structurele oorzaken aan de problemen van de Nederlandse politie ten grondslag liggen.