‘Noodhulp moet gewoon betaald worden’

Orkaanschade

Terwijl op Sint-Maarten de noodhulp in volle gang is, zoeken Nederland en Brussel naar de juiste potjes waarmee verdere hulp en wederopbouw gefinancierd kan worden.

Bewoners van Sint-Maarten zijn begonnen met puinruimen en herstelwerkzaamheden. Van de huizen heeft 91 procent schade, een derde is totaal verwoest, meldt het Rode Kruis. Foto’s Arie Kievit/ANP

Over de omvang van de schade, de benodigde financiën, en ook over de manier waarop het getroffen Sint-Maarten het best geholpen kan worden, bestaat nog veel onduidelijkheid. Eén ding is volgens minister Lilliane Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) wel helder, een week nadat orkaan Irma heeft huisgehouden. „Het moet gewoon betaald worden”. Dat zei ze dinsdag voor aanvang van de Rijksministerraad. Daarin overlegde het kabinet met de vertegenwoordiger van onder meer Sint-Maarten over de wederopbouw.

Met Hans Leijtens als projectleider voor de wederopbouw van Sint-Maarten, zullen de komende weken diverse mensen naar het getroffen eiland afreizen om de schade te inventariseren. Vervolgens moet er met de regering van Sint-Maarten een gedetailleerd plan voor de wederopbouw komen. Het team van Leijtens gaat zich „dicht tegen het lokale bestuur aan nestelen”.

De voormalige topman bij de Belastingdienst wilde dinsdag nog geen schatting maken van de verwachte kosten. Gevolmachtigd minister van Sint-Maarten Henrietta Doran-York zei na de Rijksministerraad alleen dat „heel veel geld” nodig is. Eerder noemde premier William Marlin van Sint-Maarten een schadebedrag van 1 miljard euro.

Het Rode Kruis benadrukt „nog in de fase van de noodhulp te zitten” en zoekt nog steeds naar vermisten. „Omdat ruim 90 procent van de huizen geheel of gedeeltelijk is verwoest en de kans op regen en andere ellende in dit seizoen groot blijft, openen we opvangplekken en leveren we tentzeilen. Water is er nog niet, elektriciteit ook niet en daarom zijn er generatoren onderweg”, zegt een woordvoerder van het Rode Kruis. Hij durft nog niet te zeggen wanneer de echte wederopbouw kan beginnen.

Lees ook de reportage van onze correspondent: ‘Wederopbouw Sint-Maarten? Dat duurt twee jaar’

Ook voor het Nederlandse bouwbedrijf JanssendeJong, met een vestiging en honderd werknemers op Sint Maarten, is het te vroeg om over wederopbouw te spreken. „Op dit moment zitten we nog in de fase dat we al onze medewerkers proberen te lokaliseren”, aldus een zegsman.

‘Ultraperifere gebieden’

De schade is slechts voor een deel verzekerd. Vanwege de hoge premie in het orkaangebied is minder dan een kwart van de eilandbewoners verzekerd. Bestuurder Hans Groot van verzekeringskantoor AON Benfield, dat actief is op Sint-Maarten, tast ook nog in het duister over de schade. „Er zijn nu allerlei schade-experts ingevlogen. We komen snel met een schatting.” Nederlandse verzekeraars zijn niet of nauwelijks actief in het Caraïbisch gebied

Sint-Maarten zal volgens betrokkenen in Den Haag en Brussel niet minder Europese noodhulp krijgen dan het Franse Saint-Martin, ook al is het Nederlandse deel van het eiland formeel geen EU-grondgebied en het Franse wel.

Onder Nederlandse Europarlementariërs was daarover onrust ontstaan: alleen EU-landen en -gebiedsdelen kunnen een beroep doen op het Europese Solidariteitsfonds waaruit geput kan worden in geval van natuurrampen. „Wij gaan ervan uit dat de Europese Commissie zich pragmatisch opstelt”, aldus een zegsman van minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA). Dat is ook de verwachting in Brussel zelf. Saint-Martin behoort, anders dan het zelfstandige Sint-Maarten, tot de negen ‘ultraperifere gebieden’ waar in principe alle EU-regels van kracht zijn.

Andere Europese potjes

De Europese Commissie laat desgevraagd weten dat er behalve het Solidariteitsfonds andere potjes zijn waaruit Sint Maarten wél kan putten, zoals het Europese Ontwikkelingsfonds. Het eiland heeft daar de afgelopen jaren al geld uit gekregen voor investeringen in riolering en waterzuivering en het behoud van de biodiversiteit. De Commissie „is bereid om te bekijken” hoe zulke fondsen ook kunnen worden aangewend voor de toekomstige wederopbouw.

Eerder deze week maakte de Commissie 2 miljoen euro vrij voor in het Caraïbische gebied getroffen eilanden, maar hierbij gaat het om humanitaire hulp voor landen die helemaal los staan van de EU, zoals Haïti en de Dominicaanse Republiek. EU-landen komen in principe niet in aanmerking voor zulke acute financiering.

Lees ook dit profiel van de coördinator van de wederopbouw: Hans Leijtens weet wat het is om op zijn tenen te lopen

Wel beschikt de EU over een ‘mechanisme voor civiele bescherming’ waarmee snel extra materieel en personeel naar landen, inclusief Sint-Maarten, kan worden gestuurd als hierom gevraagd wordt. Vooralsnog is zo’n verzoek niet binnengekomen, ook niet van Franse zijde, aldus een Commissie-woordvoerder.

De Commissie heeft Nederland al wel bijgestaan met Copernicus, de EU-satelliet die in staat is om zeer gedetailleerde kaarten te maken van de orkaanschade. Vorige week donderdag kwam er een Nederlands verzoek binnen om hiervan gebruik te maken. Tot dusverre zijn er volgens de Commissie zes kaarten van Sint-Maarten geleverd.

Nederland neemt de kosten van de noodhulp die nu in volle gang is voor zijn rekening. Hoeveel de inspanningen van defensie en de levering van water, voedsel en medicijnen nu precies kosten, kan het ministerie van Binnenlandse Zaken nog niet zeggen. Volgens een woordvoerder gaat het om een „flink prijskaartje”.

Politiek is dat in elk geval geen probeleem. In de Tweede Kamer klinkt vooral lof voor de noodhulp die Nederland biedt. Veel partijen vinden het nog te vroeg om op de wederopbouw vooruit te lopen. SP-Kamerlid Ronald van Raak zegt wel dat „alleen geld sturen geen zin heeft” en dat de wederopbouw „grote Nederlandse bemoeienis” met (het zelfstandige) Sint-Maarten zal vereisen.

Met medewerking van Stéphane Alonso, Pim van den Dool en Joris Kooiman.