Wij geven u dit artikel cadeau om u een concreet voorbeeld te geven hoe de NRC-code terugkomt in onze journalistiek. Vanuit de NRC-code ontstaat journalistiek waar wij trots op zijn.

Een volle schatkist? Dat kan nogal tegenvallen

Kabinetsformatie In tien jaar tijd was het begrotingsoverschot niet zo hoog als nu. Toch zeggen de vier partijen die nu onderhandelen dat er veel minder financiële ruimte is dan het lijkt.

Illustratie Hajo

NRC Code nr. 2

Wij hanteren een scheiding tussen feiten en commentaar (facts are sacred, comment is free). In de berichtgeving staan feiten centraal (en de context daarvan in duiding en analyse), niet de mening of persoonlijke voorkeur van de auteur. In opinies gaat het om persoonlijke standpunten.

persoon

Hoe gaat Den Haag om met de grote vragen van deze tijd? Dat wil politiek verslaggever Marike Stellinga weten. Als een golf positief nieuws over het Binnenhof rolt, gaat ze rechtop zitten. Want klopt het wel als Rutte zegt dat we straks allemaal profiteren van een groeiende economie?

De economie groeit hard, de schatkist stroomt vol. En toch hoor je deze formatie van de vier onderhandelende partijen maar één ding als het om geld gaat: de ruimte voor extra bestedingen valt tegen. Dat bemoeilijkt het maken van een regeerakkoord – zeker met vier partijen die ideologisch ver uiteen liggen.

VVD, CDA, D66 en ChristenUnie verwachten over een week of drie op het bordes te staan. Dat betekent, zeggen betrokkenen, dat de plannen eind deze week naar het Centraal Planbureau moeten om de effecten door te laten rekenen op de koopkracht van mensen en het effect op de economie.

Informateur Gerrit Zalm, oud-minister van Financiën en voormalig baas van het Centraal Planbureau, stuurde al in de formatievakantie zijn ‘financiële plaat’ op voor doorrekening. Sindsdien gaat het puzzelen onverminderd door. Want als de ene partij er iets bij krijgt, wil de ander dat ook.

13 miljard euro

Het is al met al een wonderlijke situatie: in geen tien jaar hadden de onderhandelaars van een nieuw kabinet de beschikking over zoveel geld. Voor 2021, aan het einde van de kabinetsperiode, is een begrotingsoverschot voorspeld van meer dan 13 miljard euro. Bovendien zijn de economische vooruitzichten zonnig. Prettig want die miljarden aan inkomsten zijn hard nodig. Alle vier de formerende partijen deden grote beloftes aan hun kiezers: van belastingverlagingen tot meer geld voor de zorg, defensie en onderwijs. Na jaren van bezuinigingen verwachten burgers dat zij ook gaan merken dat het beter gaat. Maar we kúnnen die 13 miljard niet zomaar uitdelen, zeggen betrokkenen van de vier partijen.

Is dat echt zo? VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hebben er alle belang bij de verwachtingen te temperen om dan, als het kabinet er eenmaal is, alsnog uit te delen en de politieke eer daarvoor op te strijken. Geen gekke strategie, want de wensenlijst is enorm, zelfs met een toekomstig overschot van 13 miljard euro. Het eigen risico moet omlaag, de lerarensalarissen juist omhoog en zowel defensie als politie hebben dringend een investering nodig.

Minder geld dan gedacht

Verwachtingen temperen speelt zeker een rol deze formatie, maar het CPB wijst in zijn berekeningen op iets anders: er is écht minder geld dan nu publiekelijk wordt gedacht. Niet op de korte termijn, wel op de lange. Dat zit zo.

De onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn eensgezind in de maatstaf die ze bij hun berekeningen ook hanteren: ‘het houdbaarheidssaldo’, ooit bedacht om de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën in te schatten. Het schat of in 2060 de overheid nog dezelfde voorzieningen als nu kan betalen, bijvoorbeeld in de zorg. Een voorspeld houdbaarheidstekort is een waarschuwing: ergens in de toekomst zal waarschijnlijk een belastingverhoging of een bezuiniging nodig zijn.

En precies dat is het geval: het houdbaarheidsoverschot is recent sterk verslechterd. Dat betekent dat er nog altijd geld is om te geven aan de burger, maar minder dan gedacht. Dat komt door een besluit in mei van het demissionaire kabinet, dat was ingegeven door het onafhankelijke Zorginstituut. Dat stelde vast hoe de kwaliteit van de verpleeghuiszorg moet worden verbeterd, zoals veel partijen in de Tweede Kamer wilden. Kosten de komende kabinetsperiode: ruim 2 miljard euro.

Maar omdat het aantal 80-plussers flink groeit de komende decennia, groeien die uitgaven aan verpleeghuiszorg na deze kabinetsperiode verder door. Dat is slecht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. En dus verkleint dat, volgens de formerende partijen, de ruimte om nu geld uit te geven. Wil het aanstaande kabinet geen negatief houdbaarheidssaldo, dan is er ruim 1 miljard euro voor extra uitgaven volgens de schatting van het CPB. Dit getal is niet keihard en gevoelig voor de aannames die het CPB doet.

Geld is politiek

Wie denkt dat het houdbaarheidssaldo alleen discussievoer is voor financiële whizzkids, heeft het mis. Het houdbaarheidssaldo is politiek niet onomstreden, ook al zijn vrijwel alle economische adviseurs van de regering er voor om dit saldo te gebruiken. Maar hoe zwaar het aanstaande kabinet de houdbaarheid laat mee wegen, is een politieke keuze. De SP bijvoorbeeld vindt het onzin om zo ver vooruit te kijken: tussen nu en 2060 kan nog veel gebeuren. Dat zou de keuzes nu niet te veel moeten beperken. Ook bij de PvdA klinkt al kritiek: houdbaarheid is belangrijk, maar de aanstaande coalitie rekent zich arm.

De positie van het CDA in dezen is bijzonder. Net als SP en PvdA liet het CDA de houdbaarheid op langere termijn bewust verslechteren bij de doorrekening van hun verkiezingsprogramma door hetzelfde CPB. Maar de partij zegt nu wel degelijk rekening te willen houden met de toekomst. De gezinspartij wil net als de andere drie partijen geen rekening achterlaten voor volgende kabinetten. Gevolg is wel dat de partij op zijn wensen moet inleveren.

Is er dan helemaal geen manier om toch meer geld uit te delen? Jawel. Er zijn grofweg drie manieren: nieuwe hervormingen, slimme trucs en eenmalige uitgaven, zeggen betrokkenen.

Hervormingen

Hervormingen die in de toekomst geld opleveren zijn dé manier om nu te kunnen uitdelen. De verhoging van de AOW-leeftijd in 2012 van 65 jaar naar een pensioenleeftijd die meestijgt met de levensverwachting, was zo’n hervorming. Het verbeterde de houdbaarheid van de overheidsfinanciën: de uitgaven in de toekomst dalen (minder AOW-uitkeringen), de inkomsten stijgen juist (langer werken is langer belasting betalen) en de arbeidsparticipatie neemt toe (goed voor de economische groei).

Maar lastig voor het aanstaande kabinet: de hervormingen die veel geld opleveren, zijn de afgelopen jaren al doorgevoerd. En de hervormingen waar de vier partijen het over eens lijken te gaan worden, leveren niet veel geld op als het gaat om de houdbaarheid. Denk aan hervormingen op de arbeidsmarkt, van het pensioenstelsel en de belastingen.

Het wordt kortom sprokkelen, in de hoop daarmee geld vrij te spelen. Bijvoorbeeld door opnieuw een zorgakkoord af te sluiten zoals VVD-minister Edith Schippers de afgelopen kabinetsperiode deed. Elke besparing op de zorgkosten levert houdbaarheidswinst op.

Een andere manier om uit de delen: eenmalige uitgaven of investeringen. Die verslechteren ‘de houdbaarheid’ niet. Denk aan het isoleren van woningen, het aanleggen van windmolenparken, of het oprichten van een investeringsbank van de overheid.

Derde manier: slimme trucs. De whizzkids van de partijen puzzelen nu naarstig hoe uit de houdbaarheidsklem te komen. Er zijn slimme trucs uit te halen, bijvoorbeeld in de belastingen. Die trucs komen neer op nu al geld uitdelen en later de lasten weer verhogen. Zo is in 2012 besloten de hypotheekrenteaftrek langzaam te versoberen: een belastingverhoging. Die wordt gecompenseerd door de inkomstenbelasting langzaam te verlagen.

Wat zou kunnen is de burger nu die belastingverlaging te geven, terwijl de hypotheekrenteaftrek langzaam wordt afgebouwd. Zo kan het aanstaande kabinet nu wel geld uitdelen, maar heeft het op termijn geen probleem. Dit gepuzzel is wat er deze dagen aan de formatietafel gebeurt onder leiding van spelleider Gerrit Zalm.