Cultuur

Interview

Interview

Maarten Ruys: „Het was goed dat ik geen politieachtergrond heb”.

Foto David van Dam

‘De korpschef wilde alleen maar helpen’

Maarten Ruys | onderzoeker politieschandaal

De omgangsvormen bij de politie deugen niet, blijkt na onderzoek naar buitensporige declaraties door de voorzitter van de centrale OR.

Hij wist niks van de politie. Juist om die reden werd voormalig topambtenaar Maarten Ruys (62) in november 2016 belast met een onderzoek naar een politieschandaal. Als voorzitter van een commissie moest Ruys uitzoeken hoe het mogelijk was dat de centrale ondernemingsraad (COR) van de Nationale Politie jarenlang feestelijk geld kon verkwisten en de toenmalige politietop niet ingreep en wat de minister van Veiligheid en Justitie wist. „Het was goed dat ik geen politieachtergrond heb en dat ik nooit heb samengewerkt met voormalig korpschef Gerard Bouman en daardoor geen vooringenomen opvattingen heb”, vertelt Ruys in een interview in een geleende kamer op een Haags ministerie.

Door het uitlekken van zijn ontslagbrief eerder deze maand werd bekend dat de man die vier jaar lang voorzitter was van de COR, Frank Giltay, voor vele tienduizenden euro’s feestjes organiseerde op kosten van de politie, met een creditcard van de politie privéuitgaven deed, regelmatig in kennelijke staat verkeerde en in 2015 van de Amsterdamse korpschef Aalbersberg een waarschuwing kreeg wegens mishandeling van zijn echtgenote. Bouman leende Giltay evenwel 4.000 euro uit eigen zak en regelde vlak voor zijn vertrek een salarisverhoging voor de COR-voorzitter.

Bent u erg geschrokken van de politieorganisatie?

„Ik vind dat er veel ontzettend goed gaat bij de politie. Ondanks de verbouwing, de reorganisatie, is de verkoop gewoon doorgegaan. Ik ben wel geschrokken van het onderdeel dat we als commissie hebben onderzocht: de administratie, het toezicht en de controle op de uitgaven.”

Het feit dat er vanuit de politie regelmatig gevoelige informatie naar de media lekt, stemt zorgelijk

In het nawoord van uw rapport staat dat de omgangsvormen bij de politie niet deugen. Wat schort eraan?

„Erik Akerboom, de nieuwe korpschef, heeft meer controle op uitgaven beloofd maar daarmee ben je er niet. Ons is in veel gesprekken opgevallen dat politiemensen elkaar bij signalen van normoverschrijdend gedrag niet durven aanspreken. Als je het hebt over integriteit moet men op zijn minst die openheid willen betrachten. Ook het feit dat er vanuit de politie regelmatig gevoelige informatie naar de media lekt, stemt zorgelijk.”

Lees ook de Politiecolumn van Marc Schuilenberg over de problemen bij de politie: De geldsmijtrel is maar één van de problemen bij de politie

Hoe kon het verkwisten gebeuren?

„COR-voorzitter Giltay was heel solistisch en heeft onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef gehad. De Nationale Politie had een gebrekkige administratieve organisatie en gebrekkige controle door de leiding. Door buitensporige uitgaven werden budgetten van de COR jaar na jaar overschreden. De korpsleiding heeft onvoldoende betrokkenheid getoond.”

Bouman heeft steeds gezegd als grootste werkgever van het land geen tijd te hebben gehad om de declaraties van de COR te bekijken.

„Dat is geen overtuigend argument. Dan hadden ze het toezicht maar beter moeten regelen. Bouman en zijn directeur korpsstaf maanden de COR steeds tot soberheid maar traden niet op als het fout ging. Zij hadden in het uiterste geval de COR onder curatele kunnen stellen. De COR zelf had ook kunnen zeggen: laten wij er in ieder geval voor zorgen dat onze administratie op orde is. Waar hij signalen kreeg dat het de spuigaten uitliep, zoals bij een veiling tijdens een gala in Almere in januari 2015, riep Bouman de COR overigens wel tot de orde.”

De belangrijkste vraag was of Bouman instemming van de COR voor de reorganisatie heeft gekocht.

„We hebben heel precies gekeken hoe de besluitvorming is verlopen bij de COR-adviezen. We hebben geen aanwijzingen dat de besluiten van de COR anders dan door uitwisseling van informatie en argumentatie tot stand zijn gekomen. De COR wilde constructief meedenken. Sommige gesprekspartners hebben gesuggereerd dat niet uit te sluiten valt dat sprake was van onheuse beïnvloeding, maar bewijs kon niemand ons geven.”

Is het geld lenen aan Giltay door Bouman en hem financieel bevorderen niet te zien als omkopen?

„Er waren zo veel mensen betrokken bij besluitvorming en advisering van de COR dat het geen zin zou hebben gehad alleen Giltay om te kopen. De adviezen van de COR werden door commissies met veel anderen, onder wie externen, voorbereid. Daarnaast hoorden we van veel mensen dat de inhoudelijke inbreng van Giltay steeds zeer bescheiden was. De lening van Bouman aan Giltay was volgens de commissie onprofessioneel en ongepast. Maar dat gebeurde pas in juni 2015 en de salarisverhoging was in de laatste overlegvergadering in december 2015.

Dat was heel laat in het proces van de totstandkoming van de Nationale Politie waardoor je daar besluiten niet meer mee kon beïnvloeden. Er is geen twijfel mogelijk dat Giltay en Bouman een goede relatie hadden. De salarisverhoging en de lening roepen het beeld op van willekeur en persoonlijke begunstiging. Maar er is nergens een aanwijzing dat dit gebeurde om iets gedaan te krijgen. Bouman zag het als het helpen van een collega die hij door en door vertrouwde.”

Ons is niet gebleken dat Bouman Giltay de hand boven het hoofd heeft gehouden

Toen Giltay begin 2015 tegen Bouman zei dat hij was opgepakt wegens mishandeling van zijn echtgenote en hij bang was geen voorzitter te kunnen blijven, zei Bouman volgens zijn verhoor in de zomer van 2016 met integriteitsagenten die de zaak-Giltay onderzochten dat ‘als het niet wekelijks’ gebeurt, er geen probleem is. Dat is toch raar?

„Dat citaat laat ik voor uw rekening. Dat heb ik niet gelezen. Het was wel verstandig dat Giltay Bouman hierover informeerde. Maar er is ons niet gebleken dat Bouman Giltay de hand boven het hoofd heeft gehouden.”

Had Giltay na die mishandeling niet moeten worden weggestuurd?

„Dat kan ik niet beoordelen. Er was een aangifte van mishandeling maar die is later weer ingetrokken. Daarom past mij terughoudendheid.”

Lees ook het antwoord van Marnix Eysink Smeets op de Politiecolumn van Marc Schuilenburg: Een parlementaire enquête helpt de politie van de wal in de sloot

Hoe vond u het dat Bouman na één gesprek niet meer wilde meewerken aan jullie volgens hem ‘vooringenomen’ onderzoek?

„We hebben een feitelijke reconstructie kunnen maken. Daar hebben we negentig personen voor gesproken, kregen alle rapporten en verhoren uit het onderzoek naar Giltay, konden archieven van het ministerie en de COR raadplegen en we hadden een uitvoerig gesprek met Bouman. Ik kan me voorstellen dat Bouman bang was dat we alleen zouden kijken naar de COR. Hij vreesde dat we de immense opdracht waarvoor hij stond uit het oog zouden verliezen. Naar mijn mening zijn we erin geslaagd ook de context goed te schetsen en dus niet door een rietje naar een olifant te kijken.”

Bij vakbonden en in de politiek gaan stemmen op voor een parlementaire enquête naar de reorganisatie.

„Ik zou eerst wachten op de evaluatie van de Politiewet die eind dit jaar verschijnt. Een enquête leidt weer tot 150 aandachtspunten voor Akerboom. Dat moeten we nu niet hebben. Akerboom weet heel goed wat er moet gebeuren. Geef hem nu eerst rust en tijd om zijn werk te doen.”